ECLI:NL:OGEAA:2017:492 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 20-06-2017 / E.J. 440 van 2017

Uitspraak

Beschikking van 20 juni 2017

Behorend bij E.J. 440 van 2017

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

[naam verzoeker 1]
,

[naam verzoekster 2]
,

[naam verzoeker 3]
,

[naam verzoeker 4]
,

[naam verzoeker 5]
,

allen te Aruba,

hierna ook te noemen: E* c.s.,

gemachtigde: advocaat mr. S.O.R.’G Faarup,

tegen

de rechtspersoonlijkheid bezittende instelling

KAMER VAN KOOPHANDEL,

te Aruba,

hierna ook te noemen: de KvK,

gemachtigden: advocaten mrs. M.G.M. Schwengle en D.E.T. Rasmijn,

en de belanghebbenden

PARTIDO DEMOCRACIA REAL
,

[naam verweeder 1]
,

[naam verweerder 2]
,

[naam verweerster 3]
,

[naam verweerder 4]
,

allen te Aruba,

hierna ook te noemen G* c.s.,

gemachtigden: mrs. L.D. Gomez en C.B.A. Coffie.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift van de KvK;

- het verweerschrift van G* c.s.;

- de overgelegde aantekeningen ter zitting van E* c.s.;

- de overgelegde aantekeningen ter zitting van de KvK;

- de overgelegde aantekeningen ter zitting van G* c.s.;

- de aantekeningen van de griffier van de zitting van 13 juni 2017.

De datum voor de beschikking is bij vervroeging bepaald op heden.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

De Partido Democracia Real (verder: de PDR) is een politieke partij op Aruba en heeft als vereniging rechtspersoonlijkheid. Tot (in ieder geval) 18 januari 2017 werd het bestuur van de PDR gevormd door de belanghebbenden [verweerder 1], [verweerder 2], [verweerster 3] en [verweerder 4].

2.2

In de statuten van de PDR is onder meer opgenomen dat er verschillende categorieën leden zijn (art. 5): gewone leden, ondersteunende leden; ereleden en vrijwilligers. Het gewone lidmaatschap wordt verkregen door een besluit van het bestuur, indien dat schriftelijk wordt aangevraagd. Het lidmaatschap eindigt (onder meer), blijkens art. 5 lid 8 onder b, “door toetreding tot en/of associatie met een andere politieke partij”. In art. 10 is opgenomen dat alleen de gewone leden stemrecht hebben op de Algemene Ledenvergadering (verder: de ALV). In hetzelfde artikel is opgenomen dat het bestuur de ALV bij elkaar roept en aan de leden een dergelijke bevoegdheid toekomt indien het bestuur weigerachtig is hiertoe over te gaan, nadat tenminste 10% van de leden daartoe heeft verzocht.

2.3

In het najaar van 2016 is op Aruba een politiek initiatief ontstaan, dat op 11 december 2016 is uitgemond in de oprichting van de vereniging Pueblo Orguyoso y Respeta (verder de POR). Deze vereniging is op 21 april 2017 als politieke partij door de Electorale Raad geregistreerd. [verweerde 1] is blijkens de op 11 december 2016 opgemaakte notariële akte betrokken bij de oprichting van de POR en bekleedt binnen het eerste bestuur van de POR de functie van secretaris-generaal.

2.4

Bij brieven van 15 januari 2017 heeft E* c.s. aan zeker 10 personen die betrokken zijn bij de PDR schriftelijk laten weten dat hun lidmaatschap van de PDR is geëindigd omdat “u zich publiekelijk heeft aangesloten bij een samenwerkingsverband E Forsa Nobo, aangegaan tussen dhr. mr. [verweerder 1] met de politieke partij Pueblo Orguyoso y Respeta (POR)/ dhr. [naam X]”. Volgens de ondertekenaars hebben de aangeschrevenen gehandeld in strijd met art. 5 lid 8 onder b van de statuten van de PDR. De 12 ondertekenaars afficheren zich als “Leden Partido Democracia Real”. Onder de aangeschrevenen bevindt zich G* c.s.

2.5

Bij brief van 14 januari 2017 heeft E* c.s. een buitengewone ALV bijeengeroepen op 18 januari 2017. Op die vergadering waren 8 personen aanwezig en hadden 2 anderen een machtiging gegeven. In de oproep is als enige inhoudelijk agendapunt opgenomen: “Verkiezing nieuw bestuur”. Dat bestuur is ook daadwerkelijk op die vergadering verkozen en wordt gevormd door E* c.s.

2.6

E* c.s. heeft zich vervolgens gewend tot de KvK teneinde verzoekers als nieuwe bestuursleden van de PDR in te schrijven in het Handelsregister. Na onderzoek, waarbij de KvK ook informatie heeft ingewonnen bij G* c.s., heeft de KvK de inschrijving (vooralsnog) geweigerd, omdat haar onvoldoende is gebleken dat het besluit op juiste wijze tot stand is gekomen.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

E* c.s. verzoekt een verklaring voor recht dat de KvK, door te weigeren de inschrijving te doen, onrechtmatig heeft gehandeld alsmede een gebod aan de KvK tot inschrijving van E* c.s. als bestuurders van de PDR, met veroordeling van de KvK tot vergoeding van de proceskosten. De kern van het standpunt van E* c.s. wordt gevormd door de stelling dat G* c.s. geen lid meer is van de PDR en in de buitengewone ALV E* c.s. als nieuw bestuur is gekozen.

3.2

De KvK heeft uiteengezet dat zij op basis van de haar ten beschikking staande informatie geen besluit tot wijziging van de inschrijving kan nemen en dat zij een uitspraak van het Gerecht wenst.

3.3

G* c.s., die is aan te merken als “eigenaar” in de zin van art. 16 lid 3 van de Handelsregisterverordening (hij vormde immers het ingeschreven bestuur van de PDR) en uit dien hoofde op het verzoek is gehoord, heeft tegen het verzoek van E* c.s. gemotiveerd verweer gevoerd, dat er in essentie op neerkomt dat bestreden wordt dat E* c.s. lid is van de PDR, G* c.s. nog steeds lid is van de PDR en dat de besluitvorming op de ALV van 18 januari 2017 onregelmatig is geweest.

3.4

Op de standpunten van partijen gaat het Gerecht, waar nodig, hieronder nader in.

4 DE BEOORDELING

4.1

Het geschil valt uiteen in verschillende onderdelen, te weten de vraag naar het lidmaatschap, het bijeenroepen door E* c.s. van de ALV van 18 januari 2017 en de besluitvorming op die ALV. Het Gerecht zal, hoewel zal blijken dat de beoordeling van elk onderdeel afzonderlijk tot hetzelfde resultaat leidt, omwille van het algemeen belang alle behandelen.

4.2

Het lidmaatschap van E* c.s.

4.2.1

Zoals onder 2.2 reeds is weergegeven, wordt het gewone lidmaatschap verkregen door een schriftelijke aanvraag daartoe bij het bestuur. G* c.s. heeft gesteld dat E* c.s. een dergelijke aanvraag nimmer heeft gedaan. In hun verzoekschrift (onder 3) en bij pleidooi (onder 13) heeft E* aangegeven dat dit inderdaad niet is geschied. Dat hij is toegelaten als lid blijkt verder nergens uit. Wel stonden verzoekers op de kandidatenlijst van de PDR voor de verkiezingen van 2013 en namen zij deel aan de bijeenkomsten, die als partijraden zijn aangemerkt. Daarin zijn zij, naar eigen zeggen, aangeduid als leden. Contributie hebben zij niet betaald. G* c.s. heeft gesteld dat de laatste ALV in 2009 heeft plaatsgevonden en dat de andere bijeenkomsten bedoeld waren voor het raadplegen van de achterban. Die werden dan partijraden genoemd. G* c.s. heeft ook een (overigens niet voor het Gerecht te controleren) lijst overgelegd van personen die volgens G* c.s. als lid zijn aan te merken, nu het bestuur hen daartoe heeft toegelaten - al dan niet na uitnodiging door dat bestuur. E* c.s. staat niet op die lijst.

4.2.2

Het Gerecht is van oordeel dat het verwerven van een lidmaatschap een formele regeling is, die met het oog op de aan een lid toegekende bevoegdheden, zich moeilijk laat rijmen met een informele toekenning. Voor een vereniging als de PDR is het immers belangrijk om te weten wie als lid is toegelaten - al is het alleen al om een ALV op een juiste wijze bijeen te roepen en daarop besluiten te nemen. Het feit dat iemand op de kandidatenlijst stond voor de verkiezingen van 2013 is niet voldoende om als lid te worden aangemerkt. De statuten kennen die wijze van toekenning niet en gesteld noch gebleken is dat slechts gewone leden op de kandidatenlijst konden staan. Het zelfde geldt voor de partijraden. Nu veel activiteiten openstonden voor leden, ondersteunende leden en vrijwilligers, kan op een bijeenkomst sprake zijn van vermenging. Dat wil echter niet zeggen dat de herhaalde aanwezigheid op die partijraden betekent dat men lid is geworden en dat kan zelfs gelden voor iemands aanwezigheid op een ALV. Uiteindelijk is op die laatste vergadering maatgevend wie het stemrecht mocht uitoefenen: dat is blijkens art. 10 lid 10 van de statuten alleen het gewone lid.

4.2.3

Strikt genomen komt het er dus op neer dat sprake van actieve betrokkenheid van E* c.s. bij de PDR, zonder dat dit is terug te voeren op een lidmaatschap van ieder van hen. Het Gerecht beseft heel goed dat dit voor mensen die actief bij een partij betrokken zijn, zoals E* c.s., een teleurstelling is, maar het Gerecht wil niet treden in de wijze waarop een politieke partij uitvoering wil geven aan zijn interne democratie. De conclusie is dan ook dat E* c.s. geen lid zijn van de PDR.

4.3

Het einde van het lidmaatschap van G* c.s.

4.3.1

E* c.s. heeft zich op het standpunt gesteld dat G* c.s. en ook meerdere andere personen, geen lid meer zijn van de PDR, omdat zij zich hebben aangesloten bij de POR, dan wel zich daarmee hebben geassocieerd. Zij wijzen hierbij op art. 5 lid 8 onder b van de statuten, zoals onder 2.2. van deze uitspraak weergegeven.

4.3.2

Deze in de statuten opgenomen bepaling biedt, naar de letter genomen, geen ruimte voor een afweging: door aansluiting of associatie bij een andere politieke partij, eindigt het lidmaatschap. Dat neemt echter niet weg dat een dergelijke constatering wel op een ordentelijke wijze dient te geschieden. Dat kan door het bestuur of door de leden op de ALV. De persoon die het betreft moet immers ook de mogelijkheid hebben om zich te verweren c.q. uitleg te geven. Hoewel een dergelijke procedure niet is opgenomen in de huidige wetgeving van Aruba en de statuten hierin ook niet voorzien, acht het Gerecht hoor en wederhoor een zo elementair rechtsbeginsel, dat hieraan ook thans toepassing moet worden gegeven.

4.3.3

Onderhavige situatie kenmerkt zich door de (bizarre) situatie dat E* c.s. buiten ieder formeel kader om, zich een oordeel heeft aangemeten over de vraag of toepassing moet worden gegeven aan art. 5 lid 8 onder b. Hierbij was kennelijk al voldoende om gezien te hebben dat iemand met een sticker van de POR op zijn auto rondreed. Enige verificatie bij de betrokkene of enig verzoek om toelichting is achterwege gebleven. Het behoeft geen betoog dat, zelfs al had E* c.s. als lid moeten worden aangemerkt, het einde van het lidmaatschap van G* c.s. niet op deze wijze had kunnen worden vastgesteld. Bovendien was een gewoon lid daartoe ook niet bevoegd. Hem komt een stemrecht toe, maar hij kan zich niet op deze wijze van andere leden ontdoen. De conclusie is dan ook dat het lidmaatschap van G* c.s. niet op de thans uitgevoerde wijze kon eindigen. Het Gerecht zal niet treden in de vraag of op een bestuursvergadering of een ALV geen ander besluit dan beëindiging kan worden genomen, nu dat aan de leden is overgelaten (die zelfs zouden kunnen besluiten de statuten op dit punt aan te passen).

4.4

De oproeping voor en de besluitvorming op de ALV van 18 januari 2017

4.4.1

Onder 2.2 is opgenomen wat de oproepwijze voor de ALV is. Dat daaraan in het onderhavige geval niet is voldaan, volgt uit hetgeen is vastgesteld onder 2.5. Voor een buitengewone ALV is de regeling vrijwel gelijk, zij het dat tenminste 50 leden een dergelijke vergadering wensen. Geconstateerd moet worden dat dat aantal bij lange na niet is gehaald. Maar zelfs als dat gezien het geringe aantal leden in redelijkheid wordt bijgesteld, is de oproep ondeugdelijk. E* c.s. heeft de uitnodiging laten uitgaan naar hen waarvan gedacht werd dat die lid waren van de PDR. Hij baseerde zich op de uitnodigingen voor de partijraden en op de kandidatenlijst uit 2013. E* c.s. heeft die uitnodiging, die dateert van 13 januari 2017, niet aan G* c.s. doen toekomen, omdat hij zich op het standpunt stelde dat G* c.s. (en een aantal anderen) geen lid meer was. Dat oordeel komt echter het bestuur of de ALV toe, zoals hiervoor al is geoordeeld.

4.4.2

Het komt er al met al op neer dat E* op vrij willekeurige wijze personen heeft uitgenodigd en bepaalde personen daarbuiten heeft gehouden. E* c.s. had geen enkel zicht op de hoeveelheid leden van de PDR, zodat ook niet kan worden vastgesteld of op de vergadering, waar maar 10 personen aanwezig c.q. vertegenwoordigd waren, een quorum aanwezig was. Dit heeft tot gevolg dat ernstig moet worden getwijfeld aan de rechtsgeldigheid van de besluiten. Nu zowel de voorgeschreven procedure niet is gevolgd en de besluitvorming op de ALV ook gebrekkig is kan ook dit onderdeel de toets der kritiek niet doorstaan.

4.5

Het bovenstaande leidt dan ook tot de conclusie dat de KvK op terechte gronden de geweigerd heeft het nieuwe bestuur in te schrijven. De verzoeken van E* c.s. die uitgaan van het tegendeel zullen worden afgewezen. Verzoekers zullen in de proceskosten van de KvK en G* c.s. worden veroordeeld.

5 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

wijst de verzoeken af;

veroordeelt E* c.s. in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van de KvK worden begroot op Afl. 2.500,00 aan salaris van de gemachtigde en aan de zijde van G* c.s. eveneens op Afl. 2.500,00 aan salaris van de gemachtigde;

Deze beschikking is gegeven door mr. J. Sap, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 20 juni 2017 in aanwezigheid van de griffier.