ECLI:NL:OGEAA:2017:500 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 20-06-2017 / E.J. no. 2809 van 2016

Uitspraak

Beschikking van 20 juni 2017

Behorend bij E.J. no. 2809 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING in de zaak van:

Verzoeker 1,

Verzoekster 2,

beiden wonende in Aruba,

verzoekers,

hierna gezamenlijk ook te noemen: [verzoekers],

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,

tegen:

de naamloze vennootschap

SETAR ARUBA N.V.,

gevestigd in Aruba,

verweerster,

hierna ook te noemen: Setar,

gemachtigde: de advocaat mr. E.H.J. Martis.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-het verzoekschrift, met producties;

-het verweerschrift;

-de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak gehouden ter terechtzitting van 4 april 2017.

1.2

Uit die aantekeningen blijkt dat eiser sub 1 samen met zijn gemachtigde (voor wie mr. D.G. Illes heeft geoccupeerd) ter zitting is verschenen, terwijl eiseres sub 2 bij die gemachtigde is verschenen. Setar is verschenen bij haar gemachtigde. [verzoekers] hebben gebruik gemaakt van de aan hen geboden gelegenheid om te reageren op het verweerschrift. Setar heeft vervolgens gebruik gemaakt van de aan haar geboden gelegenheid om nog te reageren op de reactie van [verzoekers].

1.3

Beschikking is nader bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1

[verzoekers] vorderen dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking Setar veroordeelt:

primair

-om binnen 7 dagen na de betekening van deze uitspraak een kopie van haar jaarrekeningen over 2014 en 2015 aan [verzoekers] te overleggen al dan niet onder de voorwaarde dat [verzoekers] die jaarrekeningen alleen aan hun accountant c.q. financieel deskundige mogen voorleggen, en bepaalt dat Setar ten behoeve van [verzoekers] een dwangsom verbeurt van Afl. 500,-- per dag dat Setar die veroordeling niet nakomt;

subsidiair

-om binnen 7 dagen na de betekening van deze uitspraak een kopie van haar jaarrekeningen over 2014 en 2015 aan [verzoekers] vergezeld van hun accountant c.q. financieel deskundige ter inzage te verschaffen, zulks voor de duur en tijd dat [verzoekers] samen met die accountant of deskundige daar in redelijkheid voor nodig hebben, en bepaalt dat Setar ten behoeve van [verzoekers] een dwangsom verbeurt van Afl. 500,-- per dag dat Setar die veroordeling niet nakomt;

primair en subsidiair

-in de proceskosten.

2.2

Setar voert verweer en concludeert dat [verzoekers] niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in het door hen verzochte, althans tot afwijzing of ontzegging daarvan, kosten rechtens.

2.3

Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3 DE BEOORDELING

3.1

Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat [verzoekers] niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in het door hen verzochte. Het ontvankelijkheidsverweer van Setar wordt daarom verworpen.

3.2

Vast staat tussen partijen het volgende. [verzoekers] zijn beiden in loondienst werkzaam voor Setar. Artikel 22 van de voor [verzoekers] geldende CAO bepaalt dat de werknemer van Setar die een vol kalenderjaar werkzaam was in het boekjaar waarover (mogelijk) bonus wordt uitgekeerd, een bonus zal ontvangen na verkregen goedkeuring van de desbetreffende jaarrekening met daarin een geconsolideerde nettowinst voor de belasting van minimaal Afl. 12,5 miljoen. Bij die winst behoort een bonus van Afl. 1.000,--, die trapsgewijs kan oplopen tot Afl. 1.900,-- indien bedoelde winst groter is dan Afl. 30 miljoen. Setar heeft op enig moment aan [verzoekers] te kennen gegeven dat over het jaar 2014 geen bonus kan worden uitgekeerd, en dat over het jaar 2015 alleen de grens voor uitbetaling van een bonus van Afl. 1.000,-- is behaald. Setar heeft op 6 januari 2017 aan [verzoekers] in bijzijn van hun financieel deskundige inzage gegeven in haar goedgekeurde jaarrekeningen over 2014 en 2015.

3.3

[verzoekers] leggen aan hun vorderingen de stelling ten grondslag dat voormelde inzage niet voldoende is om te kunnen vaststellen of bedoelde jaarrekeningen en de uitleg daarvan wel of niet kloppen. Die stelling kan de toewijzing van die vorderingen echter niet dragen. Het gaat immers om reeds (door een Register Accountant) goedgekeurde jaarrekeningen, in welke [verzoekers] in één oogopslag de geconsolideerde nettowinst over het desbetreffende boekjaar kunnen lezen. Nu [verzoekers] met hun financieel deskundige door Setar in de gelegenheid zijn gesteld om dat te doen, hebben zij naar het oordeel van het Gerecht geen belang bij hun vorderingen. Gesteld noch gebleken is in elk geval dat [verzoekers] gedurende de aan hen door Setar verschafte inzage geen kennis hebben kunnen nemen van de geconsolideerde nettowinst van Setar over 2014 en 2015. Bij dit alles heeft te gelden dat er geen wettelijke grondslag bestaat waaruit volgt dat Setar naar haar werknemers toe ter zake van kennisname door hen van geconsolideerde nettowinsten meer moet doen dan zij thans heeft gedaan met betrekking tot [verzoekers]. Gesteld of gebleken is evenmin dat dat dit wel volgt uit tussen partijen geldende contractuele bepalingen.

3.4

Vorenstaande brengt mee dat de vorderingen van [verzoekers] zullen worden afgewezen.

3.5

[verzoekers] zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Setar, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van liquidatietarief 5, ad Afl. 1.250,-- per punt).

4 DE BESLISSING

Het Gerecht:

-wijst af het door [verzoekers] verzochte;

-veroordeelt [verzoekers] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Setar tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 20 juni 2017.

Verder lezen