ECLI:NL:RBAMS:2015:8339 Rechtbank Amsterdam , 29-10-2015 / 4379872 EA VERZ 15-865, 4472443EA VERZ 15-1004

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

Clusternummer: 103177

zaaknummer: 4379872 EA VERZ 15-865, 4472443EA VERZ 15-1004

beschikking van: 29 oktober 2015

func.: 839

beschikking van de kantonrechter

I n z a k e


[verzoeker]

wonende te [plaats] ;

verzoeker, tevens verweerder in de tegenverzoeken;

nader te noemen: [verzoeker] ;

gemachtigde: mr. H.W.E. Vermeer;

t e g e n

Ambulancedienst Amsterdam Dienstverlening B.V.

gevestigd te Amsterdam;

verweerster, tevens verzoekster in de tegenverzoeken;

nader te noemen: Ambulance Amsterdam;

gemachtigde: mr. E.C. van Fenema.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

[verzoeker] heeft op 11 augustus 2015 een verzoek ingediend dat strekt tot vernietiging van het op 7 juli 2015 gegeven ontslag op staande voet.

Ambulance Amsterdam heeft een verweerschrift ingediend, alsmede een verzoek tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding en een voorwaardelijk verzoek tot ontbinding en vaststelling van de transitievergoeding.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 oktober 2015. [verzoeker] is in persoon verschenen vergezeld door de gemachtigde. Ambulance Amsterdam is verschenen bij [naam 1] , wagenparkbeheerder (hierna: “ [naam 1] ”), [naam 2] , hoofd HR, vergezeld door de gemachtigde. Partijen hebben ter zitting hun standpunten aan de hand van een pleitnota toegelicht. Na verder debat is een datum voor beschikking bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Uitgangspunten

1. Uitgegaan wordt van het volgende.

1.1.

[verzoeker] , geboren op [datum] , is sedert 1 april 2002 in dienst van (de rechtsvoorgangster van) Ambulance Amsterdam en is werkzaam in de functie van monteur in de ambulancewerkplaats. Het bruto salaris bedraagt € 2.496,60 per maand, exclusief vakantietoeslag.

1.2.

Ambulance Amsterdam heeft op 24 september 2014 een overeenkomst met [naam 3] (hierna: “ [naam 3] ”) gesloten op grond waarvan zij gebruikte ambulances aan [naam 3] verkoopt en levert.

1.3.

Eind 2014, begin 2015 is [verzoeker] een aantal malen niet op zijn werk verschenen. Vast staat dat dit in ieder geval een keer was omdat [verzoeker] in voorlopige hechtenis zat in verband met vermeende bedreiging van zijn echtgenote, [naam 4] (hierna ” [naam 4] ”) met wie hij in een echtscheidingsprocedure is verwikkeld.

1.4.

In de loop van 2015 is [verzoeker] gedetacheerd bij een ander onderdeel van Ambulance Amsterdam, het facilitair bedrijf.

1.5.

Begin mei 2015 heeft een neef van [naam 4] zich bij de leidinggevende van [verzoeker] , [naam 1] , gemeld en hem verteld dat er spullen van Ambulance Amsterdam, waaronder wervelplanken (gebruikt om patiënten op straat te mobiliseren) in de schuur van de echtelijke woning van [verzoeker] lagen. Naar aanleiding daarvan heeft [naam 1] aan [verzoeker] gevraagd of hij eigendommen van Ambulance Amsterdam in zijn bezit heeft. Hierop heeft [verzoeker] ontkennend geantwoord.

1.6.

Sinds 1 juni 2015 woont [verzoeker] niet meer in de echtelijke woning in [plaats] , maar in [plaats] .

1.7.

Op enig moment in de week van 1 juli 2015 is [verzoeker] op verzoek van zijn leidinggevende bij het facilitair bedrijf werkzaam geweest in de ambulancewerkplaats van Ambulance Amsterdam.

1.8.

Op 1 juli 2015 is er op Marktplaats een advertentie geplaatst waarin een “Victron phoenix compact multi 800-12-35” wordt aangeboden. Een Victron is een spanningsomvormer. De advertentie vermeldt als contactpersoon “ [naam 5] ”, het mobiele nummer van [verzoeker] en woonplaats [plaats] . Als beschrijving is opgenomen: “(..) ongeveer 5 jaar. Voor uitbouw getest en 100% in orde”. Blijkens de advertentie hebben er tussen 3 juli 2015 en 7 juli 2015 vier biedingen plaatsgevonden van tussen de € 150,00 en € 220,00.

1.9.

Op 6 juli 2015 heeft Ambulance Amsterdam twee ambulances geleverd aan [naam 3] .

1.10.

Op 7 juli 2015 heeft [naam 3] Ambulance Amsterdam bericht dat in beide ambulances de Victrons ontbraken.

1.11.

Eveneens op 7 juli 2015 ontving Ambulance Amsterdam, na haar daartoe te hebben verzocht, van [naam 4] een filmopname, gemaakt met een mobiele telefoon, van de inhoud van de schuur van de echtelijke woning van [verzoeker] . Op de filmopname is onder meer een bouwlamp te zien die eigendom is van Ambulance Amsterdam.

1.12.

Tijdens een gesprek op 7 juli 2015 is [verzoeker] op staande voet ontslagen.

1.13.

Op 8 juli 2015 zijn [naam 1] , en een andere medewerker van Ambulance Amsterdam op bezoek geweest bij [naam 4] en hebben zij de schuur geïnspecteerd. In de schuur hebben zij een bouwlamp en ventilator van Ambulance Amsterdam aangetroffen, alsmede 60 liter motorolie en 50 liter ruitenwisservloeistof. Op een van de flacons met ruitenwisservloeistof was een vrachtbrief van Ambulance Amsterdam bevestigd.

1.14.

De brief van 9 juli 2015, waarin het ontslag op staande voet wordt bevestigd, vermeldt als reden voor het ontslag dat [verzoeker] op Marktplaats ambulance onderdelen van Ambulance Amsterdam te koop aanbiedt en dat [verzoeker] eigendommen van Ambulance Amsterdam in zijn schuur heeft liggen.

1.15.

Op 27 augustus 2015 heeft [naam 4] een e-mail gestuurd aan [naam 1] . Daarin staat, voor zover relevant:

“Met deze verklaring geef ik aan dat [verzoeker] , mijn nu nog echtgenoot, aan mij gevraagd heeft de victrons op marktplaats te zetten. Tevens wil ik u meedelen dat [verzoeker] mij in ons huwelijk ook diverse malen heeft geslagen. Ik heb dan ook hiervan 2 keer aangifte gedaan. Dit komt mede door zijn cocaïne en alcohol verslaving. Als het goed is moet hij er nu vanaf zijn. Althans dat beweert hij. (..) ik heb u toestemming gegeven om in mijn schuur te kijken.”.

1.16.

In een door [naam 4] op 1 oktober 2015 getekende verklaring staat onder meer:

Dat mijn schriftelijke verklaring, via e-mail, aan [naam 1] , van Ambulance Amsterdam, d.d. 27 augustus 2015 over de Victron op Marktplaats.nl niet conform de waarheid is. De advertentie op marktplaats m.b.t. de Victron is zonder medeweten van [verzoeker] door mij geplaatst. Mijn bedoeling was om [verzoeker] , als wraak, in een kwaad daglicht te stellen bij zijn werkgever Ambulance Amsterdam.

Dat op uitdrukkelijk verzoek van Ambulance Amsterdam ik toestemming heb gegeven aan de heren [naam 1] en [naam 6] , om de schuur van [verzoeker] te mogen betreden en de door hen aangeduide eigendommen van Ambulance Amsterdam mee te laten nemen. (..)”.

Verzoek

2. [verzoeker] verzoekt vernietiging van het op 7 juli 2015 gegeven ontslag op staande voet, met bevel aan Ambulance Amsterdam om [verzoeker] met onmiddellijke ingang weer tot zijn werk toe te laten, alsmede doorbetaling van zijn salaris vanaf juli 2015, vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 Burgerlijk Wetboek (“BW”) van 25 % met veroordeling van Ambulance Amsterdam in de kosten van de procedure.

3. Aan dit verzoek legt [verzoeker] ten grondslag dat er geen sprake is van een dringende reden voor het ontslag. Het klopt dat [verzoeker] de Victrons uit de ambulance heeft gehaald en er één mee naar huis heeft genomen. De Victron wordt altijd uit de ambulance gehaald voordat de ambulance naar de sloop gaat. [naam 3] is een sloopbedrijf en heeft nooit een ambulance met Victron geleverd gekregen. Soms blijft de Victron in de werkplaats als reserve en soms wordt deze door een medewerker van de werkplaats mee naar huis genomen voor hobbydoeleinden. Onder de vorige leidinggevende van [verzoeker] , [naam 7] , was dit toegestaan en ook de huidige leidinggevende [naam 1] heeft wel eens een Victron mee naar huis genomen. Tijdens het uitbouwen van de Victrons in de eerste week van juli 2015 constateerde [verzoeker] dat er een defect was. Hij heeft deze vervolgens mee naar huis genomen ter reparatie. De andere Victron heeft hij achtergelaten in de werkplaats. De advertentie op Marktplaats is niet door [verzoeker] geplaatst, maar door zijn vrouw, met wie hij in een echtscheidingsprocedure is verwikkeld. Zij heeft dit gedaan om wraak te nemen op [verzoeker] . Het klopt dat [verzoeker] in 2006, met toestemming van zijn toenmalige leidinggevende, een ventilator en een bouwlamp heeft geleend van Ambulance Amsterdam ten behoeve van een verbouwing aan zijn woning. Hij heeft de voorwerpen vervolgens in de schuur gezet en is vergeten dat hij ze had. Daarom heeft [verzoeker] ook ontkennend verklaard toen hij hierover bevraagd werd. De aangetroffen jerrycans zijn door [verzoeker] meegenomen nadat ze door Ambulance Amsterdam na gebruik waren weggedaan. De daarin aangetroffen vloeistof was niet afkomstig van Ambulance Amsterdam. De ware reden achter het ontslag op staande voet is dat Ambulance Amsterdam van [verzoeker] af wil omdat zij het monteurswerk geheel wil outsourcen. Een ontslag op staande voet is de goedkoopste manier om het dienstverband met [verzoeker] te beëindigen.

Het verweer en de tegenverzoeken

4. Ambulance Amsterdam verweert zich tegen het verzoek. Zij voert daartoe – samengevat – aan dat er voor [verzoeker] geen reden bestond om aan de ambulances te sleutelen en de Victrons te verwijderen. [naam 3] is geen sloopbedrijf en aan haar zijn al meerdere ambulances geleverd om door te verkopen, telkens met een Victron. De geleverde ambulances waren zes jaar oud en niet rijp voor de sloop. Het was en is niet toegestaan om onderdelen mee naar huis te nemen en dit gebeurt ook niet door leidinggevenden. De betreffende Victrons waren bovendien niet defect. [verzoeker] heeft [naam 4] opdracht gegeven om de Victron op Marktplaats te koop aan de bieden. Dat zij dit uit eigener beweging zou hebben gedaan is niet aannemelijk. Verder zijn er eigendommen van Ambulance Amsterdam in de schuur van [verzoeker] aangetroffen en heeft hij hierover gelogen.

5. In het tegenverzoek heeft Ambulance Amsterdam verzocht [verzoeker] ex artikel 7:677 lid 2 BW te veroordelen tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding ad € 2.904,30, vermeerderd met wettelijke rente.

6. Subsidiair, voor het geval de kantonrechter het ontslag op staande voet vernietigt verzoekt Ambulance Amsterdam ontbinding van de arbeidsovereenkomst ex artikel 7:671b lid 1 sub a BW, primair op grond van (ernstig) verwijtbaar handelen en subsidiair op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. Een en ander zonder inachtneming van een opzegtermijn en zonder toekenning van een transitievergoeding als bedoeld in artikel 7:673 BW, met veroordeling van [verzoeker] in de kosten van de procedure.

7. Aan het verzoek tot ontbinding legt Ambulance Amsterdam primair ten grondslag hetgeen hiervoor is opgenomen onder 4, alsmede het feit dat [verzoeker] zijn leidinggevende [naam 1] op 7 juli 2015 heeft bedreigd door te zeggen dat “hij ook wel aan de beurt komt” en dat de eigendommen van Ambulance Amsterdam nog altijd niet zijn geretourneerd. Ten aanzien van de subsidiaire grond tot ontbinding beroept Ambulance Amsterdam zich tevens op de eerdere voorvallen die hebben geleid tot de afwezigheid zoals hiervoor vermeld onder 1.3, het feit dat [verzoeker] tijdens een achterwachtdienst niet heeft gereageerd op een noodoproep en de negatieve en laatdunkende toonzetting van [verzoeker] in deze procedure.

8. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Ambulance Amsterdam haar tegenverzoek in die zin gewijzigd dat ook een beslissing op het verzoek tot ontbinding wordt verzocht indien het verzoek van [verzoeker] wordt afgewezen. Ambulance Amsterdam stelt daar belang bij te hebben nu onduidelijk is hoe de rechter in hoger beroep over het ontslag op staande voet zal oordelen.

Beoordeling van het verzoek en het tegenverzoek

9. Het gaat in deze zaak in de kern om de vraag of het gegeven ontslag op staande voet moet worden vernietigd en voorts, gezien het tegenverzoek, om de vraag of de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden. Het belangrijkste verwijt dat [verzoeker] in dat kader wordt gemaakt is dat hij eigendommen van Ambulance Amsterdam op internet te koop aanbiedt. De bewijslast daarvan rust op Ambulance Amsterdam. De kantonrechter acht haar in dat bewijs geslaagd. Het volgende wordt daartoe overwogen.

10. Vast staat dat [verzoeker] zonder daartoe opdracht te hebben gekregen, dan wel daarover te overleggen met een leidinggevende Victrons heeft verwijderd uit twee ambulances en in ieder geval een van de Victrons mee naar huis heeft genomen. Dat het zou zijn toegestaan Victrons mee naar huis te nemen zonder daarover de leidinggevende te informeren is niet gesteld of gebleken. De kantonrechter acht het verweer van [verzoeker] dat hij in de veronderstelling verkeerde dat de ambulances zouden worden verkocht om te slopen (voor zover dit al een grond zou vormen om de Victron zonder toestemming mee naar huis te nemen) niet geloofwaardig. Onbetwist is immers dat het gaat om ambulances in goede staat van tussen de 5 en 6 jaar oud. Dat [naam 3] een sloopbedrijf is, zoals [verzoeker] , zonder nadere onderbouwing, stelt wordt door Ambulance Amsterdam ontkend en blijkt ook niet uit de met [naam 3] gesloten overeenkomst. Onder deze omstandigheden had [verzoeker] moeten begrijpen dat hij de Victron niet zonder overleg met zijn leidinggevende uit de ambulance kon halen en mee naar huis nemen.

11. Vast staat verder dat de Victron, kort nadat deze door [verzoeker] uit de werkplaats is gehaald, op Marktplaats is aangeboden middels het account van [verzoeker] . Op de betreffende webpagina is tevens het mobiele nummer van [verzoeker] vermeld en bij elke bieding krijgt [verzoeker] daarover een e-mail. [verzoeker] verweert zich door aan te voeren dat de [naam 4] de Victron buiten zijn medeweten op Marktplaats heeft gezet uit wraak. Volgens [verzoeker] was het de intentie van [naam 4] dat de werkgever van [verzoeker] een en ander zou ontdekken en [verzoeker] zou ontslaan. [verzoeker] beroept zich hierbij op de hiervoor onder 1.16 vermelde verklaring van [naam 4] . Die verklaring acht de kantonrechter ongeloofwaardig. [verzoeker] woonde op het moment van het ontmantelen van de Victrons niet meer in de echtelijke woning. Hij heeft ter zitting verklaard dat hij de Victron heeft meegenomen naar zijn nieuwe woning in Amstelveen. [verzoeker] heeft geen plausibele verklaring gegeven hoe [naam 4] onder deze omstandigheden wist dat [verzoeker] de beschikking had over een Victron en hoe zij de beschikking heeft gekregen over de juiste afbeelding, type omschrijving en ouderdom zoals vermeld in de advertentie. De door haar ondertekende nadere verklaring als weergegeven onder 1.16 geeft hier ook geen uitsluitsel over. Gezien deze feiten en omstandigheden gaat de kantonrechter er vanuit dat [naam 4] de advertentie op Marktplaats heeft gezet op verzoek van [verzoeker] .

12. Niet is betwist dat [verzoeker] eigendommen van Ambulance Amsterdam (in ieder geval een bouwlamp en ventilator) in de schuur van de echtelijke woning had staan. Of [verzoeker] deze spullen willens en wetens onder zich hield is gezien de gemotiveerde betwisting door [verzoeker] niet vast komen te staan. Nu evenwel het wegnemen van de Victron en deze op internet te koop aanbieden op zich zelf genomen een dringende reden oplevert in de zin van artikel 7:677BW, concludeert de kantonrechter dat het ontslag op goede gronden is gegeven. Het verzoek tot vernietiging zal daarom worden afgewezen.

13. Ten aanzien van het door Ambulance Amsterdam ingediende tegenverzoek met betrekking tot de (voorwaardelijke) ontbinding oordeelt de kantonrechter als volgt. Het verzoek is primair gebaseerd op artikel 7:669 lid 3 sub e BW, verwijtbaar handelen door [verzoeker] , zodanig dat van Ambulance Amsterdam in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Onder verwijzing naar hetgeen is overwogen ten aanzien van het ontslag op staande voet is de kantonrechter van oordeel dat van een dergelijke situatie sprake is, zodat een redelijke grond tot ontbinding aanwezig is. Er is geen sprake van een opzegverbod en herplaatsing van [verzoeker] ligt onder de gegeven omstandigheden niet in de rede. Resteert de vraag of Ambulance Amsterdam voldoende belang heeft bij haar tegenverzoek. Immers in deze procedure wordt reeds beslist dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd door het ontslag op staande voet. Nu evenwel als gevolg van de Wet werk en zekerheid per 1 juli 2015 hoger beroep mogelijk is, kan, gezien een mogelijke andere uitkomst in hoger beroep, niet geheel worden uitgesloten dat Ambulance Amsterdam belang heeft bij de verzochte (voorwaardelijke) ontbinding.

14. Gelet op het voorgaande zal het verzoek tot ontbinding worden toegewezen. Omdat ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen zal ex artikel 7:671b BW worden ontbonden tegen 1 november 2015 en ex artikel 7:673 lid 7 sub c BW zonder toekenning van een transitievergoeding.

15. Nu aan de ontbinding geen vergoeding wordt verbonden hoeft Ambulance Amsterdam geen gelegenheid te krijgen het verzoek in te trekken.

16. Tot slot heeft Ambulance Amsterdam een gefixeerde schadevergoeding gevorderd ex artikel 7:677 lid 2 en lid 3 BW, zijnde het loon over de opzegtermijn van één maand ad € 2.904,30 (bruto maandloon vermeerderd met vakantiegeld en 13e maand). Nu [verzoeker] op dit punt geen verweer heeft gevoerd zal de vordering als hierna vermeld worden toegewezen.

17. De kantonrechter ziet aanleiding de proceskosten tussen partijen te compenseren.

BESLISSING

De kantonrechter:

inzake het verzoek van [verzoeker] (4379872 EA VERZ 15-865):

I wijst het verzoek af;

inzake het verzoek van Ambulance Amsterdam (4472443 EA VERZ 15-1004):

ontbindt, voor het geval dat komt vast te staan dat de arbeidsovereenkomst niet al eerder tot een einde is gekomen, de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 november 2015;

veroordeelt [verzoeker] tot betaling van een bedrag van € 2.904,30 aan Ambulance Amsterdam aan gefixeerde schadevergoeding;

inzake beide verzoeken:

I bepaalt dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen;

II wijst het meer of anders verzochte af.

Aldus gegeven door mr. L. Voetelink, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 oktober 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.