Naar de inhoud

ECLI:NL:RBDHA:2017:6523 Rechtbank Den Haag , 16-06-2017 / AWB 16/25524

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 16/25524

uitspraak van de meervoudige kamer van 16 juni 2017 in de zaak tussen

[naam] , eiser,

geboren op [geboortedatum] ,

van Guineese nationaliteit,

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. A.M.I. Eleveld),

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder

(gemachtigde: mr. M. Dalhuisen-Overweg).

Procesverloop

Bij besluit van 26 september 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om toepassing van…

Betreft beroep tegen de afwijzing van het verzoek om toepassing van artikel 64 van de Vw 2000. Volgens eiser heeft hij door aan te geven dat de medische zorg feitelijk niet toegankelijk is voor hem vanwege de afstand tussen zijn woonplaats en de zorg verlenende instelling en het ontbreken van een sociaal netwerk en financiële middelen voldoende aannemelijk gemaakt dat er twijfels zijn over de feitelijke toegankelijkheid. Op grond daarvan dient verweerder volgens eiser de feitelijke toegankelijkheid van de medische zorg te onderzoeken op grond van het Paposhvili-arrest. De rechtbank overweegt dat sprake kan zijn van een schending van artikel 3 van het EVRM in gevallen waarin een ernstig ziek persoon wordt uitgezet naar een land waar de benodigde medische behandeling niet aanwezig is, dan wel feitelijk niet toegankelijk is voor de betreffende persoon, en die persoon door het uitblijven van de benodigde medische behandeling wordt blootgesteld aan een serieuze, snelle en niet omkeerbare verslechtering van diens gezondheid resulterend in intens lijden dan wel een significante verkorting van diens levensverwachting. De rechtbank is van oordeel dat het in eerste instantie aan de vreemdeling is om bewijs te overleggen dat aannemelijk maakt dat er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat een reëel risico op een schending van artikel 3 van het EVRM bestaat. Pas indien de vreemdeling dergelijk bewijs aanvoert rust er een onderzoeksplicht op de lidstaat om enige twijfels over de feitelijke toegankelijkheid van de zorg weg te nemen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser onvoldoende onderbouwd dat de medische zorg niet feitelijk toegankelijk is voor hem. Daarmee is niet aangetoond dat hij aan de maatstaf van het Paposhvili-arrest voldoet. Het beroep is ongegrond.

Gegevens

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak16-06-2017
Datum publicatie16-06-2017
ECLIECLI:NL:RBDHA:2017:6523
ZaaknummerAWB 16/25524
Bijzondere kenmerkenEerste aanleg - meervoudig
RechtsgebiedMigratierecht