ECLI:NL:RBDHA:2017:7109 Rechtbank Den Haag , 28-06-2017 / C/09/530546 / HA ZA 17-402

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/530546 / HA ZA 17-402

Vonnis in incident van 28 juni 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid


[VWS] B.V.
,

gevestigd te Heerhugowaard,

eiseres in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. A.E. Heezius te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VENTRACO COLOUR B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VENTRACO INNOVATION CENTRE AMSTERDAM B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagden in de hoofdzaak,

verweersters in het incident,

advocaat mr. J.M.J.A. Krens te Amsterdam.

Eiseres in de hoofdzaak en in het incident zal hierna VWS genoemd worden. De zaak wordt inhoudelijk voor haar behandeld door mr. Heezius voornoemd en mr. F.I.S.A.L. van Velsen, advocaat te Rotterdam.

Gedaagden in de hoofdzaak, verweersters in het incident zullen hierna Ventraco Colour c.s. (meervoud) genoemd worden en afzonderlijk Ventraco Colour en VIC. De zaak wordt inhoudelijk voor hen behandeld door mr. Krens voornoemd en mr. W.J.G. Maas en mr. E.T. Bergsma, beiden advocaat te Eindhoven.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot schorsing ex artikel 83 lid 3 ROW1 van 8 maart 2017, met productie 1 tot en met 17;

- de conclusie van antwoord in incident tot schorsing ex artikel 83 lid 3 ROW, ingekomen ter griffie op 26 april 2017.

1.2.

Vonnis in het incident is bepaald op heden.

2 Het geschil in de hoofdzaak

2.1.

VWS vordert in de hoofdzaak - samengevat - dat de rechtbank bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

a. zal verklaren voor recht dat RheoFalt HP-EM en RheoFalt HP-AM een wezenlijk bestanddeel vormen van de werkwijze van conclusie 1 van de octrooien NL-C 2002442 (hierna: NL 442) en EP 2 389 415 B1 (hierna: EP 415);

Ventraco Colour c.s. zal verbieden om inbreuk te maken op EP 415, op straffe van een dwangsom;

Ventraco Colour c.s. zal veroordelen om aan VWS inzage te verschaffen in de op 27 januari 2017 in beslag genomen bescheiden en monsters van Ventraco Colour c.s.;

Ventraco Colour c.s. zal gebieden om opgaaf te doen van alle bedrijven en/of personen aan wie zij RheoFalt HP-EM, RheoFalt HP-AM en/of enig ander daarmee wat betreft chemische samenstelling overeenstemmend product hebben geleverd, met een specificatie van de ontvangen inkomsten en de gemaakte winst, op straffe van een dwangsom;

Ventraco Colour c.s. zal gebieden om door hen in Nederland aangehouden en bestaande voorraden RheoFalt HP-EM en RheoFalt HP-AM en overeenstemmende producten te (doen) vernietigen en daarvan bewijs over te leggen, op straffe van een dwangsom;

Ventraco Colour c.s. hoofdelijk zal veroordelen tot vergoeding van de door VWS als gevolg van het inbreukmakend handelen geleden schade, op te maken bij staat;

Ventraco Colour c.s. zal veroordelen in de proceskosten ex artikel 1019h Rv2.

2.2.

Ter onderbouwing van haar vorderingen stelt VWS - zakelijk weergegeven - dat zij verschillende procedures heeft gevoerd jegens Ventraco Chemie B.V., welke vennootschap deel uitmaakt van het Ventraco concern waartoe ook Ventraco Colour c.s. behoren. In de bodemprocedure jegens Ventraco Chemie en de heer [A] (met zaak-/rolnummer C/09/485397 / HA ZA 15-366) heeft de rechtbank Den Haag op 27 juli 2016 eindvonnis gewezen. In het dictum van dit vonnis is het Ventraco Chemie verboden om indirecte inbreuk te maken op EP 415. Van dit vonnis is (enkel) Ventraco Chemie in hoger beroep gekomen, welk beroep momenteel bij het gerechtshof Den Haag aanhangig is onder zaaknummer 200.206.556. Met verwijzing naar de processtukken en het vonnis in eerste aanleg stelt VWS dat RheoFalt HP-EM als een wezenlijk bestanddeel voor de geoctrooieerde werkwijze is te beschouwen en dat Ventraco Chemie door het aanbieden en verhandelen daarvan indirecte octrooi-inbreuk maakte. Volgens VWS is zij er recent achter gekomen dat Ventraco Chemie (en [A] ) in de procedure ten onrechte hebben aangevoerd dat RheoFalt HP-AM een vernieuwde samenstelling had gebaseerd op polycadinenechemie en niet op een destillatieresidu van cashewnotenschillenhars (hierna: CNSL) en derhalve geen inbreuk zou maken op EP 415. Inmiddels is gebleken dat RheoFalt HP-AM wel degelijk gebaseerd is op CNSL en waarschijnlijk gelijk is aan RheoFalt HP-EM. Ventraco Colour c.s. hebben het aanbieden en verhandelen van RheoFalt HP-AM van Ventraco Chemie overgenomen en daarmee de aan Ventraco Chemie verboden indirecte inbreuk voortgezet.

3 Het geschil in het incident tot schorsing ex artikel 83 lid 3 ROW

3.1.

VWS vordert dat de rechtbank de onderhavige procedure zal schorsen totdat een eindarrest van het gerechtshof Den Haag in de procedure met zaaknummer 200.206.556 gezag van gewijsde zal hebben, dan wel, indien Ventraco Chemie en VWS het bedoelde hoger beroep zouden beëindigen voordat het gerechtshof eindarrest heeft gewezen, totdat het vonnis van de rechtbank Den Haag van 27 juli 2016 gezag van gewijsde heeft jegens Ventraco Chemie.

3.2.

Aan haar incidentele vordering legt VWS - verkort weergegeven - ten grondslag dat in de hoger beroepsprocedure naast de indirecte octrooi-inbreuk met RheoFalt HP-EM op EP 415 ook de geldigheid van NL 442 en EP 415 aan de orde is en de vraag of RheoFalt HP-EM onder de beschermingsomvang van NL 442 valt. Wanneer het gerechtshof bij eindarrest daarover bevestigend heeft geoordeeld, hoeft VWS in de onderhavige procedure nog slechts aan te tonen dat RheoFalt HP-AM eenzelfde product is als RheoFalt HP-EM en dat Ventraco Colour c.s. inbreukmakende handelingen hebben gepleegd.

3.3.

Ventraco Colour c.s. verzoeken de rechtbank het schorsingsverzoek toe te wijzen, met veroordeling van VWS in de proceskosten in het incident.

4 De beoordeling in het incident

4.1.

De rechtbank is - met partijen - van oordeel dat de door het gerechtshof te nemen beslissingen (met betrekking tot de geldigheid van NL 442 en/of EP 415 en indien geldig, met betrekking tot de vraag of RheoFalt HP-EM onder de beschermingsomvang van de octrooien valt) in het in hoger beroep aanhangige octrooigeschil tussen VWS en Ventraco Chemie, van belang zijn voor de uitkomst van de onderhavige procedure. Daarmee voldoet het schorsingsverzoek aan de vereisten van artikel 83 lid 3 ROW en zal het worden toegewezen.

4.2.

De rechtbank zal de beslissing over de proceskosten in het incident aanhouden tot het eindvonnis in de hoofdzaak.

5 De beslissing

De rechtbank

in het incident tot schorsing ex artikel 83 lid 3 ROW en in de hoofdzaak

5.1.

schorst de procedure in de hoofdzaak tot de zaak die thans bij het gerechtshof Den Haag aanhangig is met zaaknummer 200.206.556 tussen Ventraco Chemie en VWS kracht van gewijsde krijgt, dan wel totdat het vonnis van de rechtbank Den Haag van 27 juli 2016 in eerste aanleg met zaak-/rolnummer C/09/485397 / HA ZA 15-366 in kracht van gewijsde is gegaan;

5.2.

bepaalt dat de meeste gerede partij na afloop van de onder 5.1 bedoelde procedure de zaak weer kan opbrengen;

5.3.

verwijst de zaak naar de parkeerrol van 4 oktober 2017;

5.4.

houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan;

5.5.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M. Bus en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.

Voetnoten

1
Rijksoctrooiwet 1995
2
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering