ECLI:NL:RBDHA:2017:7758 Rechtbank Den Haag , 15-06-2017 / 530596

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 17-2797

Zaaknummer: C/09/530596

Datum beschikking: 15 juni 2017

Akte burgerlijke stand

Beschikking op het op 10 april 2017 ingekomen verzoek van:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag,

zetelend te Den Haag,

de ambtenaar.

arrondissement Den Haag.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[moeder] en [vader] ,

hierna ook te noemen de moeder, respectievelijk de vader, gezamenlijk: de ouders,

wonende te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift met bijlagen;

- de brief d.d. 24 april 2017 van de ambtenaar.

Verzoek

Het verzoek strekt primair tot verbetering van de akte van overlijden nummer [aktenummer] van het jaar 1977, voorkomend in het register van overlijden van de gemeente ’s-Gravenhage, in die zin dat de zinsnede “geboren een kind van het vrouwelijk geslacht” wordt verbeterd in: “geboren, [naam kind] , van het vrouwelijk geslacht,”.

Subsidiair strekt het verzoek tot doorhaling van voormelde akte nummer [aktenummer] van het jaar 1977, met gelijktijdige last tot aanvulling van het register van geboorte met een ontbrekende akte en het register van overlijden met een ontbrekende akte, in die zin dat -kort weergegeven- een akte relaterend de geboorte van [naam kind] , wordt opgenomen in het register van geboorte en een akte relaterend aan haar overlijden wordt opgenomen in het register van overlijden.

Beoordeling

Het verzoek is gebaseerd op artikel 1:24 BW. Op grond van dit artikel kan aanvulling van een register van de burgerlijke stand met een daarin ontbrekende akte of latere vermelding, doorhaling van een daarin ten onrechte voorkomende akte of latere vermelding, of verbetering van een daarin voorkomende akte op verzoek van (onder meer) belanghebbenden worden gelast door de rechtbank. De vraag is of de ambtenaar in een zaak als de onderhavige als belanghebbende, die een verzoek kan doen, kan worden aangemerkt. De rechtbank is van oordeel dat dit, gelet op de taakomschrijving van de ambtenaar zoals omschreven in onder meer artikel 1:16a BW, het geval is. De ambtenaar wordt dan ook ontvangen in zijn verzoek.

De ambtenaar heeft ter onderbouwing van het verzoek, voor zover van belang, het volgende aangevoerd. De ouders zijn op [datum 1] met elkaar gehuwd. Uit dit huwelijk is op [geboortedatum] te [geboorteplaats] een kind van het vrouwelijk geslacht geboren. Het kind is levend ter wereld gekomen maar na een uur intensieve reanimatie overleden. Naar de ambtenaar begrijpt zijn de ouders pas sinds 2016 in het bezit van een baringsverslag en daarmee van schriftelijk bewijs dat hun dochter levend is geboren. Door een uitvaartverzorger is op 1 februari 1977 van de betreffende geboorte aangifte gedaan bij de ambtenaar, waarna genoemde akte met nummer [aktenummer] is opgemaakt. Daarin is opgenomen dat op 28 januari 1977 is geboren “een kind van het vrouwelijk geslacht, op het ogenblik der aangifte niet in leven”. In de geboorteakte is geen voornaam van het kind opgenomen. De ouders van het kind hebben zich thans tot de ambtenaar gewend omdat zij graag zouden zien dat aan hun op 28 januari 1977 geboren dochter alsnog voornamen worden gegeven.

De akte met nummer [aktenummer] is, voor wat betreft het ontbreken van de voornamen, conform de toen geldende voorschriften opgemaakt. Op grond van het toenmalige artikel 1:20 BW (oud) werd als een kind levenloos ter wereld kwam, of een pasgeboren kind was overleden vóór de geboorteaangifte, geen akte van geboorte of van overlijden opgemaakt. In plaats daarvan maakte de ambtenaar van de burgerlijke stand een akte op in het register van overlijden waarin werd vermeld dat het kind op het ogenblik van de aangifte niet in leven was. In deze akte mochten geen voornamen van het kind worden vermeld. Wel kon, op grond van hetzelfde artikel 1:20 BW (oud), als het kind levend was geboren, de rechtbank – na doorhaling van de bestaande akte - de aanvulling van de registers met een geboorte-en overlijdensakte gelasten, waarin dan wel de voornamen vermeld zouden zijn. Van deze mogelijkheid is in deze zaak indertijd echter geen gebruik gemaakt, naar de ambtenaar begrijpt omdat de ouders pas veel later het schriftelijke bewijs hebben gekregen waaruit blijkt dat hun dochter levend is geboren.

Overigens is de ambtenaar gebleken dat in akte nummer [aktenummer] ten onrechte niet de geslachtsnaam van het kind is vermeld, hetgeen op grond van het toenmalige artikelen 1:17 en 1:20 BW (oud) en artikel 37 en 55 besluit burgerlijke stand (oud) wel zou hebben gemoeten. In dit geval zou het kind, nu het een kind betreft dat een uit een huwelijk geboren is en derhalve wettig, op grond van 1:5, lid 1 BW (oud) de geslachtsnaam van de vader, [geslachtsnaam vader] , hebben gekregen. Akte [aktenummer] is derhalve voor wat betreft de vermelding van de geslachtsnaam van het kind onvolledig en voor verbetering vatbaar.

Mede op grond van thans geldende verdragen zoals het Verdrag inzake de rechten van het kind (artikel 3, lid 1 en artikel 7, lid 1) en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 16 december 1966 (artikel 24, lid 2) meent de ambtenaar dat de opgemaakte akte [aktenummer] van het jaar 1977, nu naast de geslachtsnaam van het kind ook de voornamen van het kind ontbreken, onvolledig en voor verbetering vatbaar is. Daarom vraagt de ambtenaar primair verbetering van de akte.

De ambtenaar verwijst in dit verband nog naar een toezegging van de Ministers van Binnenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie om wijziging te brengen in de Wet BRP en het Besluit burgerlijke stand 1994 waardoor het in de toekomst mogelijk zal zijn dat levenloos geboren kinderen in de BRP kunnen worden geregistreerd en dat ook voor levenloos geboren kinderen een akte van geboorte en een akte van overlijden kan worden opgemaakt. Deze regelgeving zal echter niet van toepassing zijn op de in 1977 opgemaakte akte.

Wanneer de rechtbank van oordeel zou zijn dat de akte [aktenummer] niet kan worden verbeterd, verzoekt de ambtenaar aan te sluiten bij de vóór 1 januari 1995 bestaande mogelijkheid van artikel 1:20 lid 4 BW (oud) om -nu het kind levend blijkt te zijn geboren- de ambtenaar de doorhaling van akte [aktenummer] van het jaar 1977 te gelasten en hem tevens te gelasten zijn register aan te vullen met akten van geboorte en overlijden van het kind, waarbij wél de voornamen worden vermeld. De ambtenaar heeft in zijn verzoekschrift aangegeven hoe deze akten er dan inhoudelijk uit zouden moeten zien.

Bij het verzoekschrift heeft de ambtenaar een door beide ouders ondertekende instemmingsverklaring, voor zowel het primaire als het subsidiaire verzoek overgelegd. De ambtenaar heeft -mede namens de ouders- aan de rechtbank meegedeeld van een mondelinge behandeling ter zitting af te willen zien.

De rechtbank overweegt als volgt.

Artikel 1:20 BW (oud) luidde ten tijde van het opmaken van de akte [aktenummer] , voor zover van belang:

  1. Wanneer een kind levenloos ter wereld is gekomen of een pasgeboren kind overleden is voordat aangifte van de geboorte is geschied, wordt noch een akte van geboorte, noch een akte van overlijden opgemaakt.

  2. De ambtenaar van de burgerlijke stand neemt in het register een akte van overlijden op, die vermeldt dat het kind op het ogenblik der aangifte niet in leven is. (…)

  3. Artikel 17 van dit boek is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat de akte geen voornamen vermeldt.

  4. Wanneer een kind levend is geboren, kan de rechtbank binnen welker rechtsgebied het kind is geboren met overeenkomstige toepassing van artikel 29 van dit boek, aanvulling van de registers met een geboorte- en een overlijdensakte van de ingevolge het tweede lid opgemaakte akte gelasten.

Voorop gesteld dient te worden dat op basis van de destijds geldende wettelijke bepaling ten aanzien van de vermelding van de voornamen van het kind er geen sprake is van een onvolledigheid of een misslag. Akte [aktenummer] is opgemaakt conform de toen geldende wettelijke bepaling, dus zonder vermelding van voornaam. Het beroep van de ambtenaar op genoemde verdragsrechtelijke bepalingen gaat niet op, nu deze verdragen toen nog niet in werking waren getreden. Daarbij komt naar het oordeel van de rechtbank dat het recht op naam, dat in die verdragen is opgenomen, ten aanzien van het kind werd gewaarborgd door het vierde lid van artikel 1:20 (oud). Dat artikellid bood immers de mogelijkheid om alsnog een geboorteakte en overlijdensakte – met vermelding van voornaam – te laten opmaken. Het primaire verzoek zal dan ook worden afgewezen.

Hoewel de huidige wetgeving geen grondslag biedt voor doorhaling van de akte nummer [aktenummer] van het jaar 1977, acht de rechtbank het verzoek tot doorhaling van deze akte voor toewijzing vatbaar. Zij overweegt hiertoe dat deze akte op basis van oude wetgeving is opgemaakt, dat deze oude wetgeving wel de mogelijkheid bood tot doorhaling van deze akte en dat het opmaken van een akte van geboorte en een overlijdensakte in plaats van een bijzondere akte (in dit geval een akte van een levenloos geboren kind) strookt met de bedoeling van de wetgever, zoals deze blijkt uit de huidige wetgeving en de wetsgeschiedenis.

Gebleken is dat het verzoekschrift voldoende feitelijke gegevens bevat om het opmaken van een geboorteakte en een overlijdensakte van het kind te gelasten.

Het verzoek van de ambtenaar is op de navolgende wijze voor toewijzing vatbaar.

Beslissing

De rechtbank:

gelast de doorhaling van de akte, nummer [aktenummer] , van het jaar 1977, voorkomend in het register van overlijden van de gemeente ’s-Gravenhage;

gelast de aanvulling van het register van geboorten van de gemeente ‘s-Gravenhage met een ontbrekende akte waarin het volgende wordt opgenomen:

In het eerste gedeelte (KIND)

Geslachtsnaam : [geslachtsnaam vader]

Voornamen : [naam kind]

Dag van geboorte : [datum 1]

Uur en minuut van geboorte : 11.15

Plaats van geboorte : ’ [geboorteplaats]

Geslacht : F (vrouwelijk)

In het tweede gedeelte (OUDERS)

Geslachtsnaam vader : [geslachtsnaam vader]

Voornamen vader : [voornaam vader]

Geslachtsnaam moeder uit wie het kind is geboren: [geslachtsnaam moeder]

Voornamen moeder uit wie het kind is geboren : [voornaam moeder]

GEBOORTEGEGEVENS OUDERS

Plaats van geboorte vader : [geboorteplaats]

Dag van geboorte vader : [geboortedatum]

Plaats van geboorte moeder uit wie het kind geboren is: [geboorteplaats]

Dag van geboorte moeder uit wie het kind geboren is : [geboortedatum]

en gelast voorts de aanvulling van het overlijdensregister van de gemeente [geboorteplaats] met een ontbrekende akte waarin het volgende wordt opgenomen:

In het eerste gedeelte (KIND)

Geslachtsnaam : [geslachtsnaam vader]

Voornamen : [naam kind]

Dag van geboorte : [datum 1]

Geslacht : F (vrouwelijk)

Dag van overlijden : [datum 1]

Plaats van overlijden : [geboorteplaats]

In het tweede gedeelte (OUDERS OVERLEDENE)

Geslachtsnaam vader : [geslachtsnaam vader]

Voornamen vader : [voornaam vader]

Geslachtsnaam moeder uit wie het kind is geboren: [geslachtsnaam moeder]

Voornamen moeder uit wie het kind is geboren : [voornaam moeder]

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.M. Westerhuis-Evers, tevens kinderrechter, bijgestaan door V. van den Hoed-Koreneef als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

15 juni 2017.