ECLI:NL:RBGEL:2017:3374 Rechtbank Gelderland , 28-06-2017 / 05/720299-16 + 05/039194-16 + 05/041317-13 (TUL) + 05/097188-16 + 05/105480-16 + 05/134056-16 + 05/143012-16 + 05/720244-16 + 05/740381-16 + 05/740492-16 + 05/740382-16 + 05/840732-16

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/720299-16 + 05/039194-16 + 05/041317-13 (TUL) + 05/097188-16 + 05/105480-16 + 05/134056-16 + 05/143012-16 + 05/720244-16 + 05/740381-16 + 05/740492-16 + 05/740382-16 + 05/840732-16 (gevoegd ter terechtzitting van 1 februari 2017)

Datum uitspraak : 28 juni 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen


[verdachte 1]

geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] ,

wonende [adres 1] ,

thans gedetineerd in het PPC te Zwolle.

raadsman: mr. G.A. Jansen, advocaat te Amsterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van de politierechter van 28 april 2016 en 1 februari 2017 (parketnummer 05/039194-16) en 9 november 2016 (parketnummer 05/720244-16) en de terechtzittingen van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 1 februari 2017, 15 februari 2017, 19 april 2017 en 14 juni 2017.

1. De inhoud van de tenlastelegging
1

Verdachte wordt, na wijziging van de tenlastelegging (parketnummers 05/720244-16 en 05-720244) verweten dat hij:

-

een mobiele telefoon van [slachtoffer 1] heeft gestolen op 22 februari 2016 (05/039194-16);

-

verbalisant [slachtoffer 2] heeft beledigd op 9 mei 2016 (05/097188-16);

-

levensmiddelen heeft gestolen bij de [slachtoffer 3] op 21 mei 2016 (05/105480-16);

-

[slachtoffer 4] op 22 juni 2016 (feit 1) en [slachtoffer 5] op 11 juli 2016 (feit 2) heeft mishandeld (05/143012-16);

-

schoenen en een vest van [slachtoffer 6] heeft gestolen op 3 juli 2016 (05/740381-16);

-

de toegangsdeur van [slachtoffer 7] heeft vernield op 29 juni 2016 (05/134056-16);

-

een T-shirt heeft gestolen van [slachtoffer 8] op 5 juli 2016 (05/740382-16);

-

geprobeerd heeft in te breken bij [slachtoffer 9] in de nacht van 10 op 11 juli 2016 (feit 1) en dat hij hier daadwerkelijk heeft ingebroken op 12 juli 2016 (feit 2) (05/740492-16);

-

geprobeerd heeft [slachtoffer 10] op 12 juli 2016 (feit 1) en [slachtoffer 11] op 27 juni 2016 (feit 2) zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, dan wel dat hij genoemde personen heeft mishandeld (05/840732-16);

-

goederen heeft gestolen vanuit een woning aan [straatnaam 1] in Elst (feit 1), een auto heeft gestolen (feit 2), geprobeerd heeft een overval te plegen waarbij hij [slachtoffer 12] en [slachtoffer 13] heeft bedreigd dan wel geweld tegen hen heeft gebruikt (feit 3) en tot slot de mobiele telefoon van verbalisant [slachtoffer 14] heeft gestolen (feit 4) op 26 juli 2016 (05/720244-16);

-

geprobeerd heeft verbalisant [slachtoffer 15] opzettelijk te doden, dan wel zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, dan wel hem heeft bedreigd (feit 1). Daarnaast dat hij de plaats van een ongeval heeft verlaten (feit 2) op 26 juli 2016 en dat hij een beeldscherm heeft gestolen aan [straatnaam 2] in Nijmegen in de nacht van 25 op 26 mei 2016 (feit 3) (05/720299-16).

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Bekennende verdachte

Ten aanzien van de volgende feiten is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt wat betreft die feiten volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Ten aanzien van parketnummer 05/039194-16: diefstal van een telefoon bij [slachtoffer 1]
2

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] namens [slachtoffer 1] , p. 5;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 februari 2017.

Ten aanzien van parketnummer 05/105480-16: diefstal winkelgoederen bij [slachtoffer 3]
3

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] namens [slachtoffer 3] ;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 februari 2017.

Ten aanzien van parketnummer 05/143012-16
4
feit 1: mishandeling [slachtoffer 4]

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] , p. 17;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 februari 2017.

Ten aanzien van parketnummer 05/143012-16 feit 2: mishandeling [slachtoffer 5]

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] , p. 6;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 februari 2017.

Ten aanzien van parketnummer 05/740381-16: diefstal [slachtoffer 6]
5

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , p. 7;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 februari 2017.

Ten aanzien van parketnummer 05/134056-16: vernieling toegangsdeur [slachtoffer 7]
6

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] namens [slachtoffer 7] , p. 3 en 4;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 februari 2017.

Ten aanzien van parketnummer 05/740492-16
7
feit 2: diefstal met braak bij [slachtoffer 9]

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 5] , p. 5 en 6;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 februari 2017.

Ten aanzien van parketnummer 05/840732-16
8
feit 2: de poging tot zware mishandeling, dan wel mishandeling van [slachtoffer 11]

Vrijspraak poging tot zware mishandeling (primair)

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling. De rechtbank zal verdachte hiervan vrijspreken.

Bekennende verdachte mishandeling (subsidiair)

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 11] , p. 49 en 50;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 februari 2017.

Ten aanzien van parketnummer 05/720244-16
9
feit 1: de woninginbraak

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 6] mede namens [naam 1] en [naam 2] , p. 49 en 50;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 februari 2017.

Ten aanzien van parketnummer 05/720244-16 feit 2: diefstal van de auto

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 6] mede namens [naam 1] en [naam 2] , p. 49 en 50;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 februari 2017.

Ten aanzien van parketnummer 05/720244-16 feit 3: de overval op [slachtoffer 13] en [slachtoffer 12]

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 13] , p. 67 en 68;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 12] , p. 69 en 70;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 februari 2017.

Ten aanzien van parketnummer 05/720244-16 feit 4: diefstal van de telefoon van verbalisant [slachtoffer 14]

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 14] , p. 167 en 177;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 februari 2017.

Overige tenlastegelegde feiten

Ten aanzien van parketnummer 05/720299-16
10
:

Feit 1: de poging tot doodslag (primair), dan wel zware mishandeling (subsidiair), dan wel bedreiging van [slachtoffer 15] (meer subsidiair)

De poging tot doodslag (primair)

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot doodslag. De rechtbank zal verdachte daarom hiervan vrijspreken.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de poging tot zware mishandeling wettig en overtuigend kan worden bewezen. Daartoe is aangevoerd dat verdachte, gelet op het vertoonde rijgedrag – dat zeer gevaarlijk was omdat verdachte koste wat het kost aan de politie wilde ontkomen – en de zeer korte afstand tussen zijn auto en aangever, bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij aangever zwaar lichamelijk letsel zou kunnen toebrengen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling, dan wel een bedreiging. Daartoe is aangevoerd dat verdachte – uitgaande van zijn verklaring – met zijn auto al stil stond tegen de dienstauto van aangever op het moment dat aangever uit wilde stappen. Er is daardoor geen situatie ontstaan waarin verdachte aangever had kunnen raken.

Subsidiair stelt de verdediging dat de poging tot zware mishandeling niet kan worden bewezen, omdat het opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan aangever ontbreekt. De verdediging heeft zich subsidiair ten aanzien van de tenlastegelegde bedreiging gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Anders dan de verdediging, zal de rechtbank bij haar beoordeling uitgaan van de verklaring van aangever, omdat deze in tegenstelling tot de verklaring van verdachte steun vindt in de verkeersongevallenanalyse, met name wat betreft de exacte positie van de auto’s.

Aangever heeft verklaard dat hij op 26 juli 2016, terwijl hij werkzaam was als hoofdagent voor de politie Gelderland-Zuid, in zijn dienstauto verdachte achtervolgde in Druten. Op het moment dat de dienstauto van aangever en de auto waarin verdachte reed – een Opel [type] met kenteken [kenteken] – tot stilstand kwamen, was er nog enige ruimte tussen beide auto’s. De afstand tussen de linker voorzijde van de auto van verdachte en de dienstauto van aangever was op dat moment ongeveer één meter. Toen aangever met zijn rechterbeen aan de bijrijderszijde uit de auto stapte, hoorde hij het toerental van de auto van verdachte omhoog gaan en zag hij dat verdachte vooruit reed en recht op hem af kwam. Aangever was bang dat verdachte met zijn auto tegen hem aan zou rijden. Op het moment dat aangever helemaal uit zijn dienstauto stapte, kwam de auto van verdachte tegen de bumper van zijn dienstauto tot stilstand.11 Uit de verkeersongevallenanalyse volgt dat de Opel met de linker voorzijde tegen de rechterzijde van het dienstvoertuig aan stond. De rechtervoorzijde van de Opel stond op ongeveer 20 centimeter afstand van het geopende bijrijdersportier van het dienstvoertuig.12

Vrijspraak poging tot zware mishandeling (subsidiair)

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de poging tot zware mishandeling. Daartoe overweegt de rechtbank dat gelet op de positie van de auto’s en de verklaring van aangever, vaststaat dat dat de auto van verdachte tot stilstand kwam met het gedeelte linksvoor tegen het rechter achterportier van de politie auto. Niet kan worden vastgesteld dat als [verdachte 1] door was gereden hij aangever zou hebben geraakt. Het is de vraag of dat mogelijk was, gezien de plaats waar de auto van verdachte tegen de politie auto stond. Het Verkeers Ongevallen Analyse rapport (VOA) is nogal summier en geeft onvoldoende informatie op dit punt. Evenmin staat vast dat het (voorwaardelijk) opzet van verdachte gericht is geweest op zware mishandeling van aangever.

Bedreiging (meer subsidiair)

Over de tenlastegelegde bedreiging van aangever overweegt de rechtbank als volgt.

De gedraging van verdachte en de omstandigheden waaronder deze heeft plaatsgevonden, te weten het met een hoog toerental – waarvan algemeen bekend is dat dit veel geluid produceert – tot op korte afstand op aangever af rijden terwijl aangever klem staat tussen de dienstauto en het bijrijdersportier, zijn van zodanige aard dat bij aangever de redelijke vrees kon ontstaan dat verdachte hem zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen.

Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de bedreiging met zwaar lichamelijk letsel van aangever.

Feit 2: verlaten plaats ongeval

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verlaten van de plaats waar hij een ongeval had veroorzaakt.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich voor wat betreft de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 15 februari 2017 verklaard dat hij zich niet kan herinneren dat hij een andere auto heeft geraakt.

Beoordeling door de rechtbank

Aangeefster [aangeefster] stond met haar auto op 26 juli 2016 op de Prins Mauritssingel in Lent (gemeente Nijmegen) voorgesorteerd, toen een spookrijder – een licht getinte man – met hoge snelheid haar richting op reed. De man zwenkte uit naar links toen hij vlakbij haar reed. Aangeefster voelde en hoorde op dat moment dat de hele rechterkant van haar auto beschadigd werd. De man is er vandoor gegaan en heeft zich niet aan aangeefster kenbaar gemaakt.13

De verklaring van aangeefster vindt steun in het volgende.

Verbalisant [verbalisant 1] zag op 26 juli 2016 dat er vanuit de richting van Nijmegen op de Prins Mauritssingel een spookrijder reed. Hij zag en hoorde dat de spookrijder tegen een auto die op de rijbaan voor linksaf stil stond, aan reed. De bestuurder reed in een Opel [type] en maakte geen aanstalten om te stoppen. Hij verhoogde zijn snelheid en reed hard weg in de richting van Nijmegen. De bestuurder betrof een licht getinte man. In het kenteken van de Opel [type] zaten de letters ‘ [letters kenteken] ’.14

Gelet op het voorgaande in samenhang bezien met het feit dat de rechtbank heeft bewezen dat verdachte op 26 juli 2016 reed in een Opel [type] met kenteken [kenteken] , is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich op genoemde datum schuldig heeft gemaakt aan het verlaten van de plaats van een ongeval dat hij heeft veroorzaakt terwijl hij – gelet op de botsing en het geluid dat daarbij vrij kwam aldus aangeefster – redelijkerwijs moest vermoeden dat door hem aan aangeefster schade was toegebracht.

Feit 3: vrijspraak van de diefstal van een beeldscherm

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat, gelet op de aangifte, het DNA-onderzoek en de verklaring van verdachte, wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal met braak van een beeldscherm.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal met braak van het beeldscherm, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Beoordeling door de rechtbank

Aangeefster heeft verklaard dat de ruit van een bergingshok was vernield. Zij constateerde toen ook dat in het bergingshok een beeldscherm was verdwenen. Aangeefster heeft zeker enkele dagen geen zicht gehad op het beeldscherm. In genoemd bergingshok is een handschoen aangetroffen met daarop het DNA-profiel van verdachte.

Verdachte ontkent dat hij dit beeldscherm heeft gestolen. Hij verklaart in genoemd bergingshok te zijn geweest om daar te slapen. Deze verklaring vindt bevestiging in het feit dat ter plaatse door aangeefster een ligbed is aangetroffen met daarop kussens en een slaapzak.

Gelet op de verklaring van verdachte is het enkele gegeven dat is geconstateerd dat een beeldscherm is verdwenen in combinatie met de aangetroffen handschoen met daarop het DNA-profiel van verdachte onvoldoende voor een bewezenverklaring. De rechtbank kan op grond van het voorgaande niet vaststellen dat verdachte het beeldscherm heeft gestolen.

De rechtbank oordeelt, gelet op het vorenstaande, dat de diefstal met braak niet wettig en overtuigend kan worden bewezen en zal verdachte hiervan vrijspreken.

Ten aanzien van parketnummer 05/740382-16 de diefstal bij [slachtoffer 8]
15

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich wat betreft de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 15 februari 2017 verklaard dat hij zich de diefstal bij de [slachtoffer 8] niet kan herinneren.

Beoordeling door de rechtbank

Op 5 juli 2016 bij de [slachtoffer 8] in Amsterdam verliet een man de winkel met een Adidas T-shirt uit de winkel in zijn hand zonder dit T-shirt te betalen.16 Verdachte heeft direct na het feit en in zijn politieverhoor verklaard dat hij degene was die dit T-shirt heeft gestolen.17

De rechtbank gaat uit van genoemde verklaringen van verdachte, nu hij deze direct na het feit heeft afgelegd. Op grond daarvan is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal.

Ten aanzien van parketnummer 05/097188-16 vrijspraak van de belediging van verbalisant [slachtoffer 2]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat, gelet op de aangifte en het proces-verbaal van bevindingen, wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belediging.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belediging, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Beoordeling door de rechtbank

Verbalisant [slachtoffer 2] heeft in zijn aangifte verklaard dat hij verdachte tijdens zijn aanhouding meerdere malen de woorden nazi’s heeft horen roepen, terwijl hij dat riep, keek verdachte in zijn richting. Ook zag verbalisant [slachtoffer 2] dat verdachte regelmatig zijn middelvinger op stak. Het was verbalisant [slachtoffer 2] niet direct duidelijk of deze gedragingen tegen hem gericht waren. Verdachte heeft verklaard dat het goed zou kunnen dat hij “nazi’s” heeft geroepen en dat hij inderdaad zijn middelvinger heeft opgestoken. Hij betwist dat hij dit specifiek in de richting van [slachtoffer 2] heeft gedaan.

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de uitlatingen van verdachte daadwerkelijk waren gericht tegen verbalisant [slachtoffer 2] . Uit het dossier komt naar voren dat verdachte de uitingen heeft gedaan op de openbare weg waar meerdere omstanders en passanten aanwezig waren. Bovendien heeft hij zelf verklaard dat hij boos was op de beveiligers van de coffeeshop aldaar. Tot slot was verdachte, zo relateert verbalisant [verbalisant 2] , ernstig onder invloed van vermoedelijk drank of drugs. Gelet op die context kan de rechtbank niet vaststellen dat de uitlatingen van verdachte expliciet waren gericht tegen verbalisant [slachtoffer 2] . De enkele constatering van verbalisant [slachtoffer 2] dat verdachte in zijn richting keek bij het doen van enkele uitlatingen is onvoldoende voor een bewezenverklaring.

De rechtbank oordeelt, op grond van het voorgaande, dat de belediging van verbalisant [slachtoffer 2] niet wettig en overtuigend kan worden bewezen en zal verdachte hiervan vrijspreken.

Ten aanzien van parketnummer 05/740492-16 feit 1: poging tot diefstal met braak bij [naam 3]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot diefstal met braak.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot diefstal met braak. Daartoe is primair aangevoerd dat onvoldoende wettig bewijs voorhanden is, nu dit bewijs uitsluitend bestaat uit de aangifte en de door aangever gevonden glasscherf waarvan niet is vast te stellen of die daadwerkelijk afkomstig is van de poging tot diefstal.

Subsidiair is aangevoerd dat het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening niet kan worden bewezen, nu niet uit te sluiten is dat verdachte – zoals in enkele andere tenlastegelegde feiten –uit woede de ruit heeft ingeslagen of dat hij op zoek was naar een plek om te overnachten.

Beoordeling door de rechtbank

Op 11 juli 2016 is er bij [naam 3] in Nijmegen een raam ingegooid. Diezelfde dag is er een nieuw raam ingezet. Aangever heeft een glasscherf met bloedsporen van de poging inbraak veiliggesteld.18 De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan deze verklaring van aangever en zal hier bij haar beoordeling vanuit gaan.

De bloedsporen op genoemde glasscherf leverden een DNA match op met verdachte.19

Verdachte heeft bekend dat hij op 12 juli 2016 – slechts één dag later – bij [naam 3] een jas heeft meegenomen en ten behoeve daarvan een raam heeft ingegooid.20 Dit betrof hetzelfde raam als het raam dat een dag eerder was ingegooid.21

Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte op 11 juli 2016 het raam bij [naam 3] heeft ingegooid. Nu sprake is van eenzelfde modus operandus bij de voltooide diefstal op 12 juli 2016, waarvan verdachte bekent deze te hebben gepleegd, concludeert de rechtbank dat verdachte met het ingooien van het raam op 11 juli 2016 ook de intentie had om goederen of geld te stelen.

De rechtbank oordeelt dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot diefstal met braak.

Ten aanzien van parketnummer 05/840732-16 feit 1: de poging tot zware mishandeling, dan wel de mishandeling van [slachtoffer 10]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling. Daartoe is aangevoerd dat verdachte, gelet op de aard en de ernst van het toegepaste geweld, het gebruikte wapen, de korte afstand tussen beiden en het feit dat aangever op zijn hoofd is geraakt, voorwaardelijk opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij aangever.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling (primair). Ten aanzien van de mishandeling (subsidiair) heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Verdachte heeft ter terechtzitting van 15 februari 2017 verklaard uitsluitend met zijn hand te hebben geslagen.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft in zijn verhoor bij de politie verklaard dat hij op 12 juli 2016 in Nijmegen [slachtoffer 10] (hierna: [slachtoffer 10] ) met een ijzeren staaf heeft geslagen22 op zijn hoofd.23 Verbalisanten zagen dat [slachtoffer 10] een flinke hoofdwond had, die volgens ambulancepersoneel gehecht moest worden.24

Gelet op de verklaring van verdachte bij de politie en het letsel dat is waargenomen bij [slachtoffer 10] acht de rechtbank het niet geloofwaardig dat verdachte enkel met zijn hand heeft geslagen. De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte [slachtoffer 10] met een ijzeren staaf op zijn hoofd heeft geslagen.

Vrijspraak poging zware mishandeling (primair)

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of verdachte door zo te handelen een aanmerkelijke kans op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer 10] in het leven heeft geroepen en aanvaard. Uit het enkele slaan met een ijzeren staaf op het hoofd volgt niet dat daarvan sprake is. Er is onvoldoende bekend over de aard en de intensiteit van het geweld, bijvoorbeeld hoe hard is geslagen en hoe vaak verdachte tegen het hoofd van [slachtoffer 10] heeft geslagen. Om die reden kan de rechtbank niet vaststellen dat daadwerkelijk sprake was van een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de poging tot zware mishandeling (primair).

Mishandeling (subsidiair)

Zoals hiervoor al overwogen vindt de rechtbank bewezen dat verdachte [slachtoffer 10] met een ijzeren staaf op zijn hoofd heeft geslagen. [slachtoffer 10] heeft hierbij letsel, te weten een hoofdwond opgelopen. Op grond daarvan acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de mishandeling van [slachtoffer 10] (subsidiair).

3 Bewezenverklaring

De rechtbank acht ten aanzien van verdachte bewezen dat:

Ten aanzien van parketnummer 05/720299-16:

1.

Meer Subsidiair

hij op of omstreeks 26 juli 2016 te Druten, althans in Nederland, [slachtoffer 15] , (hoofd)agent werkzaam voor politie Gelderland Zuid, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend terwijl hij in een auto zat, op ongeveer één meter afstand van waar die [slachtoffer 15] stond, het toerental van de motor van die auto laten oplopen en is hij (vervolgens) in de richting van die [slachtoffer 15] gereden;

2.

hij, als degene die al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig betrokken

was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in Lent, binnen de gemeente Nijmegen op/aan de Prins Mauritssingel, althans in Nederland, op of omstreeks 26 juli 2016 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [aangeefster] ) letsel en/of schade was toegebracht;

Ten aanzien van parketnummer 05/039194-16:

hij op of omstreeks 22 februari 2016 te Doetinchem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Samsung, type S5 Neo), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] ( [straatnaam 3] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Ten aanzien van parketnummer 05/105480-16:

hij op of omstreeks 21 mei 2016 te Nijmegen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aantal levensmiddelen/winkelgoederen, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] (gelegen aan [straatnaam 4] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Ten aanzien van parketnummer 05/143012-16:

1.

hij op of omstreeks 22 juni 2016 te Nijmegen [slachtoffer 4] heeft mishandeld door hem (meermalen) (met kracht) met een (fiets)slot in/op/tegen de (rechter)arm, althans het lichaam te stompen/slaan;

2.

hij op of omstreeks 11 juli 2016 te Nijmegen [slachtoffer 5] heeft mishandeld door hem (meermalen) (met kracht) in/op/tegen het (linker)oog en/of gezicht/(voor)hoofd te stompen/slaan;

Ten aanzien van parketnummer 05/740381-16:

hij op of omstreeks 3 juli 2016 te gemeente Amsterdam, althans in Nederland met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een paar schoenen (merk Nike) en/of een vest (merk Nike), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] (vestiging [straatnaam 5] , Amsterdam), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Ten aanzien van parketnummer 05/134056-16:

hij op of omstreeks 29 juni 2016 te Nijmegen opzettelijk en wederrechtelijk een ruit/raam (van de toegangsdeur), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

Ten aanzien van parketnummer 05/740382-16:

hij op of omstreeks 5 juli 2016 te gemeente Amsterdam, althans in Nederland met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (T-)shirt (merk Adidas), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] (vestiging [straatnaam 6] , Amsterdam), in elk geval aan een ander of andere dan aan verdachte;

Ten aanzien van parketnummer 05/740492-16:

1.

hij in of omstreeks de periode 10 juli 2016 tot en met 11 juli 2016 te Nijmegen, althans elders in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] en/of [naam 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, een raam van voornoemd(e) bedrijf/winkel heeft ingegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 12 juli 2016 te Nijmegen, althans elders in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfs-/winkelpand aan het [straatnaam 7] te Nijmegen, heeft weggenomen een (lederen) jas (van het merk ‘Be Edgy’), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] / [naam 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen jas onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Ten aanzien van parketnummer 05/840732-16:

1.

Subsidiair

hij op of omstreeks 12 juli 2016, in de gemeente Nijmegen, een persoon, genaamd [slachtoffer 10] , heeft mishandeld, door genoemde [slachtoffer 10] meermalen, althans eenmaal, met een (ijzeren) staaf althans enig hard en/of zwaar voorwerp, op/tegen het hoofd te slaan;

2.

Subsidiair

hij op of omstreeks 27 juni 2016, in de gemeente Nijmegen, een persoon, genaamd [slachtoffer 11] , heeft mishandeld, door genoemde [slachtoffer 11] meermalen, althans eenmaal, met een (ijzeren) ketting en/of een kettingslot, althans enig hard en/of zwaar voorwerp, tegen de borst en/of elders tegen het lichaam te slaan;

Ten aanzien van parketnummer 05/720244-16:

1.

hij op of omstreeks 26 juli 2016 te Elst, gemeente Overbetuwe, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan [adres 2] te Elst heeft weggenomen één of meerdere Ipads en/of één of meerdere sleutelbos(sen) en/of een laptop (merk Toshiba) en/of een portemonnee en/of een rijbewijs op naam van [naam 2] en/of één of meerdere bankpassen, waaronder een ABN AMRO pas en een creditcard en/of contant geld, zijnde een bedrag van 30 euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 6] en/of [naam 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming;

2.

hij op of omstreeks 26 juli 2016 te Elst, gemeente Overbetuwe, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een auto (merk Opel [type] ) en/of (met daarin) een kinderzitje (merk City Comfort), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 2] , in elk geval een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

3.

hij op of omstreeks 26 juli 2016 te Beneden-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 16] te Beneden-Leeuwen, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke voorgenomen diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 13] en [slachtoffer 12] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zich zelf hetzij de vlucht makkelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij die [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 12] , met kracht van buiten naar binnen de winkel in heeft geduwd en/of [slachtoffer 13] met kracht op de grond heeft gegooid en/of (waarna) hij een mes heeft getoond en/of heeft voorgehouden en/of (waarna) hij een mes op korte afstand van het gezicht van die [slachtoffer 13] heeft gehouden en/of een mes op/tegen de borst van die [slachtoffer 12] heeft gehouden en/of haar/hen de woorden ‘naar achteren’ of woorden van gelijke strekking heeft toegevoegd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op of omstreeks 26 juli 2016 te Druten dan wel Nijmegen, althans elders in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon, in elk geval enig goed toebehorende aan [slachtoffer 14] (hoofdagent van politie, team Tweestromenland), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 meer subsidiair onder parketnummer 05/720299-16:

Bedreiging met zware mishandeling

Ten aanzien van feit 2 onder parketnummer 05/720299-16:

Overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994

Ten aanzien van de feiten onder parketnummers 05/039194-16, 05/105480-16, 05/740381-16, 05/740382-16 en feit 4 onder parketnummer 05/720244-16, telkens:

Diefstal

Ten aanzien van feiten 1 en 2 onder parketnummer 05/143012-16, en feit 1 subsidiair en feit 2 subsidiair onder parketnummer 05/840732-16, telkens:

Mishandeling

Ten aanzien van het feit onder parketnummer 05/134056-16:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen

Ten aanzien van feit 1 onder parketnummer 05/740492-16:

Poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

Ten aanzien van feit 2 onder parketnummer 05/740492-16:

Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

Ten aanzien van feit 1 onder parketnummer 05/720244-16:

Diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten van de rechthebbende bevindt

Ten aanzien van feit 2 onder parketnummer 05/720244-16:

Diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels

Ten aanzien van feit 3 onder parketnummer 05/720244-16:

Poging tot diefstal vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Ten aanzien van feit 1 subsidiair onder parketnummer 05/840732-16 de mishandeling van [slachtoffer 10]

Noodweer(exces)

De verdediging heeft een beroep op noodweer, dan wel noodweerexces gedaan en verzocht om verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging. Daartoe is aangevoerd dat verdachte door [slachtoffer 10] werd belaagd met een ijzeren staaf en een mes, waarbij hij door die [slachtoffer 10] met de ijzeren staaf op zijn hoofd is geslagen. Verdachte kon zich aan die aanval niet onttrekken en mocht zichzelf verdedigen door [slachtoffer 10] terug te slaan.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte [slachtoffer 10] met een ijzeren staaf op zijn hoofd heeft geslagen. De omstandigheden rond de aanvang en het verloop van dit geweld blijven in het dossier echter onduidelijk. [slachtoffer 10] heeft ook geen aangifte willen doen. Het is ook opmerkelijk dat [slachtoffer 10] , nadat de politie was gewaarschuwd, zich heeft verstopt voor de politie. Op grond daarvan kan de rechtbank niet uitsluiten dat sprake was van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding van verdachtes lijf, eerbaarheid of goed. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat verdachte ten aanzien van genoemd feit moet worden ontslagen van alle rechtsvolging.

Ten aanzien van de overige bewezenverklaarde feiten is verdachte strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden met aftrek van de tijd die hij al in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast eist de officier van justitie de oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) met de volgende voorwaarden: een meldplicht, een locatiegebod, een klinische behandeling en na afloop daarvan een ambulante behandeling, een alcohol- en drugsverbod, en overige voorwaarden zoals door [naam 4] geformuleerd in de rapportage van Tactus. De TBS maatregel met voorwaarden dient dadelijk uitvoerbaar te worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de eis voor wat betreft het onvoorwaardelijk strafdeel moet worden gematigd tot het voorarrest van verdachte. Daartoe is aangevoerd dat de Pro Justitia rapporteurs het wenselijk achten dat verdachte zo snel mogelijk begint met behandelingen voor de bij hem vastgestelde stoornissen en problematiek. Verdachte heeft ter terechtzitting ook aangegeven daarvoor gemotiveerd te zijn. Een gevangenisstraf die langer duurt dan het voorarrest is om genoemde reden dan ook niet gewenst.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 8 mei 2017,

- voorlichtingsrapportages van Tactus verslavingszorg, gedateerd 17 maart 2016, 14 oktober 2016 en 27 januari 2017;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 27 juli 2016;

- een maatregelrapportage van Tactus verslavingszorg, ongedateerd;

- een multidisciplinair rapport van [GZ-psycholoog] , GZ-psycholoog, gedateerd 20 januari 2017 en van [psychiater] , psychiater, gedateerd 18 december 2016.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een grote reeks van strafbare feiten, voornamelijk vermogens- en geweldsdelicten. Hij heeft hiermee anderen schade, dan wel pijn en/of letsel toegebracht. De impact van de feiten, met name bij de poging tot overval, de nachtelijke inbraak in een woning, de bedreiging van verbalisant [slachtoffer 15] en de mishandelingen, is aanzienlijk. Verdachte heeft met zijn gedrag aangetoond dat hij geen respect heeft voor andermans lichamelijke integriteit en aan de eigendommen van anderen. Bovendien draagt verdachte met zijn handelen bij aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Tot slot is verdachte al eerder veroordeeld voor vermogens- en geweldsdelicten. De rechtbank weegt dit mee in het nadeel van verdachte.

De rechtbank houdt daarnaast rekening met de omtrent verdachte opgemaakte deskundigenrapporten. Hierin is het volgende opgenomen.

Verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis, te weten schizofrenie van het paranoïde type, een posttraumatische stressstoornis, een depressieve stoornis, afhankelijkheid van meerdere middelen met de nadruk op cocaïneafhankelijkheid en een persoonlijkheidsstoornis niet anders omschreven (NAO) met antisociale trekken. Verdachte functioneert bovendien op een zwakbegaafd niveau. De verslavingsproblematiek van verdachte speelt een grote rol in het plegen van strafbare feiten. Dit blijkt ook uit het feit dat verdachte de feiten pleegde onder invloed van middelen. Hij heeft constant geld nodig om zijn verslaving te kunnen bekostigen. Het gebruik van middelen zorgt voor ontremming, het gevoel dat verdachte wraak moet nemen op de wereld en het vermindert de toch al beperkt aanwezige empathie voor anderen. Hoewel verdachte had kunnen weten dat middelengebruik hem zou kunnen ontremmen en zijn zucht groot zou maken, is hij zo ernstig verslaafd dat hij geen reële afweging kon maken tussen de voor- en nadelen van het gebruik van middelen. De andere vastgestelde stoornissen speelden ten tijde van de tenlastegelegde feiten ook een grote rol in het functioneren van verdachte. Hij was door zijn schizofrenie en de daaruit voortkomende wanen in combinatie met de paranoïde trekken in zijn persoonlijkheid achterdochtig richting anderen. De agressie van verdachte lijkt daar eveneens uit voort te komen, hierbij speelt echter wederom de ontremming door het middelengebruik een rol.

De aanwezige stoornissen hebben het gedrag van verdachte in ernstige mate beïnvloed ten tijde van de tenlastegelegde feiten. Gelet daarop stellen de rapporteurs dat verdachte de feiten niet ten volle kunnen worden toegerekend. Daarom wordt geadviseerd om verdachte, indien de feiten kunnen worden bewezen, verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren. De rechtbank zal dit advies overnemen.

Verdachte kan niet in staat worden geacht om zelfstandig verandering te brengen in zijn problematiek waardoor de kans op herhaling – indien verdachte niet voor zijn problematiek wordt behandeld – door de rapporteurs als hoog wordt ingeschat. De zucht naar middelen is groot en verdachte heeft weinig manieren gevonden om dit te weerstaan. Daar komt bij dat er weinig zaken op orde zijn in het leven van verdachte, zo heeft hij onder andere geen huis, geen dagbesteding, geen sociale contacten en grote financiële problemen. Zijn persoonlijkheid wordt getekend door wantrouwen en antisociale trekken, wat maakt dat verdachte minder moeite heeft met het overtreden van de wet dan anderen. De vastgestelde stoornissen van verdachte zijn bovendien nauwelijks behandeld. Dit zorgt ervoor dat de drang naar verdoving van zijn gevoel en dus de zucht van verdachte wordt versterkt. De onderbehandelde schizofrenie zorgt voor wanen en paranoïde gedachten, wat de eenzaamheid van verdachte zal versterken en zijn woede jegens de wereld zal aanwakkeren. Tegelijkertijd zal de uit de schizofrenie voortkomende passiviteit en initiatiefloosheid ervoor zorgen dat verdachte zelf niet in staat is zijn leven beter vorm te geven, waarbij ook meegenomen moet worden dat verdachte functioneert op de rand van zwakbegaafd dan wel licht zwakzinnig niveau. Dit beperkt zijn mogelijkheden om overzicht te hebben en zaken goed te regelen aanzienlijk. Als beschermende factor heeft verdachte uitsluitend zijn wisselende motivatie om een ander leven te willen leiden met een eigen woning.

Gelet op het voorgaande is het volgens de rapporteurs noodzakelijk dat verdachte behandeld wordt voor zijn verslaving, zijn psychotische stoornis, zijn depressie, zijn PTSS en zijn persoonlijkheidsproblematiek ter inperking van het recidiverisico.

Gezien de complexiteit van de problematiek en het feit dat eerdere vrijwillige behandelingen, klinische behandelingen van enkele maanden en ambulante behandelingen, niet hebben geleid tot abstinentie en stabilisatie, is een langer durend klinisch traject noodzakelijk, waarna aansluitend kan worden toegewerkt naar wonen in een beschermde woonvorm. Binnen de behandeling zal ook aandacht besteed moeten worden aan dagbesteding (hetzij opleiding, hetzij werk) waarbij ook rekening gehouden zal moeten worden met de negatieve symptomen van de schizofrenie, de mogelijk cognitieve schade en de verstandelijke beperking van verdachte. Verdachte geeft aan gemotiveerd te zijn voor zo’n behandeling. Het verleden heeft echter laten zien dat binnen een vrijwillig kader de pathologie van verdachte ervoor zorgt dat hij zich niet kan houden aan de behandelvoorwaarden door de vrijblijvendheid ervan. Al met al heeft verdachte een zeer strak kader nodig om zijn behandeling succesvol te kunnen doorlopen. Om die reden adviseren de rapporteurs om verdachte de TBS maatregel met voorwaarden op te leggen.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van goederen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling eist. De bewezenverklaarde feiten waarvoor verdachte strafbaar is bevonden zijn misdrijven die behoren tot een der misdrijven genoemd in artikel 37a, eerste lid onder 1 van het Wetboek van Strafrecht, waarvoor de maatregel van terbeschikkingstelling mogelijk is. Verdachte heeft zich ter terechtzitting bereid verklaard de voorwaarden na te komen. Nu is voldaan aan alle wettelijke voorwaarden daartoe en de rechtbank een klinische met daaropvolgend een ambulante behandeling in een strak kader tezamen met andere voorwaarden betreffende het gedrag van verdachte noodzakelijk acht, zal aan verdachte de tbs-maatregel met voorwaarden worden opgelegd.

Er moet, gelet op het voorgaande, ernstig rekening worden gehouden met het feit dat verdachte zonder behandeling wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De vastgestelde problematiek stimuleert verdachte in het plegen van strafbare feiten. Het is naar het oordeel van de rechtbank dan ook van belang dat verdachte hier ter bescherming van de maatschappij zo snel mogelijk voor wordt behandeld. Om die reden zal de rechtbank de TBS maatregel met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar verklaren.

Gelet op al wat hiervoor is overwogen en de ernst van de feiten, is naar het oordeel van de rechtbank naast de TBS maatregel met voorwaarden, een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden met aftrek van de tijd die door verdachte in voorarrest is doorgebracht passend en geboden. De rechtbank weegt hierbij mee dat oplegging van deze gevangenisstraf feitelijk betekent dat verdachte na een periode van maximaal drie maanden na het onherroepelijk worden van het vonnis kan worden geplaatst bij de meest geschikte forensisch psychiatrische kliniek, te weten FPK De Beuken in Boschoord. Na afloop van de op te leggen gevangenisstraf zou verdachte daar direct geplaatst kunnen worden, zodat zijn behandeling in de meest geschikte omgeving kan aanvangen.

De rechtbank is voorts van oordeel dat verdachte ten aanzien van feit 1 van parketnummer 05/720299-16 de auto heeft gebruikt als wapen. Immers heeft hij met behulp van de auto een bedreigende situatie gecreëerd voor verbalisant [slachtoffer 15] . Bovendien heeft hij zich schuldig gemaakt aan het verlaten van de plaats van een ongeval dat door hem werd veroorzaakt (feit 2 zelfde parketnummer). De rechtbank is van oordeel dat deze feiten een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorvoertuigen voor de duur van drie jaren rechtvaardigen, zodat zij deze maatregel ten aanzien van genoemde feiten zal opleggen.

7a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De volgende benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding:

-

05/143012-16 feit 1 de mishandeling van [slachtoffer 4] : € 5.000,- (bestaande uit € 2.000,- materiële schade en € 3.000,- immateriële schade) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2016;

-

05/840732-16 feit 1 de mishandeling van [slachtoffer 10] : € 450,- immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2016;

-

05/720244-16 feit 3 de diefstal met geweld, [slachtoffer 13] : € 654,17 (bestaande uit € 4,17 materiële schade en € 650,- immateriële schade) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 juli 2016;

-

05/720244-16 feit 3 de diefstal met geweld, [slachtoffer 12] : € 1.700,- immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 juli 2016;

-

05/720299-16 feit 1 de bedreiging van [slachtoffer 15] : € 500,- immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 juli 2016.

Alle benadeelde partijen verzoeken de rechtbank over te gaan tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie

Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] stelt de officier zich op het standpunt dat de gevorderde immateriële schade moet worden gematigd en verzoekt de rechtbank daartoe gebruik te maken van haar schattingsbevoegdheid. Voor het overige moet de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering wegens gebrek aan een deugdelijke onderbouwing.

Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 10] , [slachtoffer 13] , [slachtoffer 12] en [slachtoffer 15] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat deze volledig kunnen worden toegewezen, nu de daarin gevorderde bedragen voldoende onderbouwd en redelijk zijn.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] op het standpunt gesteld dat deze in zijn geheel moet worden afgewezen, wegens onvoldoende onderbouwing.

Met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 10] en [slachtoffer 15] stelt de verdediging zich op het standpunt dat deze niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, aangezien door de verdediging ontslag van alle rechtsvervolging respectievelijk vrijspraak is bepleit. Subsidiair moeten genoemde vorderingen worden afgewezen, nu zij niet zijn onderbouwd met medische stukken.

Wat betreft de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 12] en [slachtoffer 13] refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] (05/143012-16 feit 1 mishandeling)

Materiële schade

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat deze schadepost onvoldoende is onderbouwd. Een nader onderzoek op dit punt zou een onevenredige belasting voor het strafproces opleveren. De benadeelde partij zal daarom voor wat betreft deze kostenpost niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard.

Immateriële schade

In de bewezenverklaring van de mishandeling ligt besloten dat benadeelde als gevolg daarvan pijn en letsel heeft opgelopen. Dat betreft een aantasting van de persoon van de benadeelde. Nu deze pijn en letsel niet zijn onderbouwd door middel van medische stukken, matigt de rechtbank de immateriële schade tot een, naar redelijkheid begroot, bedrag van

€ 200,-. Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering worden verklaard.

Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij zal niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering, nu de behandeling van dat deel van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 22 juni 2016.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 10] (05/840732-16 feit 1 mishandeling)

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk verklaard worden in zijn vordering, nu verdachte ten aanzien van de mishandeling, wegens een geslaagd beroep op noodweer is ontslagen van alle rechtsvervolging. De benadeelde partij kan daarom zijn vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 13] (05/720244-16 feit 3 diefstal met geweld)

De vordering is door de verdediging inhoudelijk niet betwist. Nu de vordering naar het oordeel van de rechtbank voldoende is onderbouwd en redelijk voorkomt, kunnen de bedragen aan materiële schade (€ 4,17) en immateriële schade (€ 650,-) volledig worden toegewezen.

De wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 26 juli 2016.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 12] (05/720244-16 feit 3 diefstal met geweld)

De vordering is door de verdediging inhoudelijk niet betwist. Nu de vordering naar het oordeel van de rechtbank voldoende is onderbouwd en redelijk voorkomt, kan het bedrag aan immateriële schade (€ 1.700,-), volledig kan worden toegewezen.

De wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 26 juli 2016.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 15] (05/720299-16 feit 1 meer subsidiair bedreiging)

Immateriële schade als gevolg van bedreiging moet worden onderbouwd met medische stukken. Iedere onderbouwing ontbreekt echter. De rechtbank zal de benadeelde partij om die reden niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van benadeelde partijen [slachtoffer 4] , [slachtoffer 13] en [slachtoffer 12] . De gevorderde en toegewezen rente, zijn daar volgens de landelijke oriëntatiepunten niet bij inbegrepen.

7b. De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling behorende bij de zaak met parketnummer 05/039194-16 (diefstal van een mobiele telefoon bij [slachtoffer 1] )

Ten aanzien van de vordering na voorwaardelijke veroordeling vordert de officier van justitie de tenuitvoerlegging van een werkstraf voor de duur van 30 uren die door de politierechter te Arnhem op 21 mei 2013 voorwaardelijk zijn opgelegd in de zaak met parketnummer 05/041317-13.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de vordering moet worden afgewezen.

De rechtbank zal de vordering na voorwaardelijke veroordeling afwijzen, nu zij van oordeel is dat toewijzing van de vordering niet zinvol is in combinatie met de op te leggen straf en maatregel.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 37a, 38, 38a, 45, 57, 91, 285, 300, 310, 311, 312, 350 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 7, 176, 178 van de Wegenverkeerswet 1994.

9 De beslissing

De rechtbank:

 Spreekt verdachte vrij van de onder parketnummers 05/720299-16 (feit 1 (primair en subsidiair) en 3) en 05/097188-16 tenlastegelegde feiten;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging ten aanzien van feit 1 onder parketnummer 05/840732-16;

 verklaart verdachte voor de overige bewezenverklaarde feiten strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een gevangenisstraf voor de duur van 21 (eenentwintig) maanden;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

En voorts:

 gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en stelt voor de duur van de terbeschikkingstelling de volgende voorwaarden betreffende het gedrag van de veroordeelde:

  1. veroordeelde zal zich niet schuldig maken aan het plegen van strafbare feiten of zich in situaties begeven die voor hem risicovol zijn en/of zijn resocialisatie in gevaar brengen;

  2. veroordeelde zal zich houden aan de voorwaarden, aanwijzingen en meldplichtafspraken die hem opgelegd zijn door of namens de reclassering;

  3. veroordeelde zal zich gedurende de gehele looptijd van de tbs met voorwaarden niet buiten de landsgrenzen van het Europese deel van het Koninkrijk der Nederlanden begeven;

  4. veroordeelde stelt zich voor de reclassering open en controleerbaar op en zal, ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verlenen aan het nemen van één of meerdere vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  5. veroordeelde laat zich klinisch behandelen bij Trajectum FPK De Beuken, of soortgelijke instelling (ook als dit overbruggingszorg inhoudt) en houdt zich aan de huisregels, het vrijhedenprotocol en de behandelafspraken zoals deze wordt voorgesteld en uitgevoerd door Trajectum FPK De Beuken, of soortgelijke instelling die nader bepaald is door het NIFP/ifz en zal, zolang de reclassering en Trajectum FPK De Beuken of een soortgelijke instelling dat nodig achten, daar verblijven;

  6. na afloop van de klinische behandeling bij Trajectum FPK De Beuken, of soortgelijke instelling, zal veroordeelde zich houden aan de aanwijzingen die de reclassering geeft en de afspraken die zijn gemaakt ten behoeve van: - een traject richting een beschermde therapeutische woonvorm (beschermd wonen); - dagbesteding en invulling van zijn vrije tijd; - een ambulant forensisch behandeltraject zoals deze wordt voorgesteld en uitgevoerd door een forensische polikliniek of soortgelijke instelling;

  7. veroordeelde geeft inzicht in zijn financiële situatie en zal controle hierop door de reclassering accepteren. Veroordeelde werkt mee aan bewindvoering en geeft ook hierbij inzicht in zijn financiën;

  8. veroordeelde zal geen alcohol en drugs gebruiken. Hij werkt ook mee aan alcohol- en drugscontroles. Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik zullen er in overleg met de betrokken partijen interventies worden ingezet waaraan veroordeelde zijn medewerking zal verlenen;

  9. veroordeelde is open over zijn sociale contacten met betrekking tot zijn familie, vrienden en kennissen;

  10. veroordeelde verleent zijn medewerking aan kennismaking met de wijkagent;

  11. veroordeelde neemt zijn medicatie in zoals voorgeschreven door zijn behandelend arts/psychiater en hij zal de medicatie in depot en/of onder controle innemen;

  12. indien noodzakelijk, wordt veroordeelde voor een time-out teruggeplaatst naar FPK De Beuken, of soortgelijke instelling. Deze time-outplaatsing duurt in ieder geval zolang als nodig is om veroordeelde op verantwoorde en veilige wijze terug te laten keren naar de omstandigheden voorafgaand aan de time-out, maar maximaal zeven weken. Deze periode kan eenmaal met zeven weken worden verlengd. Tijdens de time-out zullen partijen in overleg beslissen of en op welke wijze voortzetting van het traject al of niet mogelijk en haalbaar is;

geeft Reclassering Nederland opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen;

veroordeelde dient met justitieel beveiligd vervoer naar de FPK De Beuken, Boijlerstraat 4, 8387 XN Boschoord te worden gebracht. Indien er overbruggingszorg zal worden ingezet dan dient veroordeelde tevens met justitieel beveiligd vervoer naar de nader te bepalen kliniek (ter overbruggingszorg) gebracht te worden. Zodra veroordeelde opgenomen kan worden in FPK De Beuken dient hij wederom met justitieel beveiligd vervoer van de kliniek (ter overbruggingszorg) gebracht te worden naar FPK De Beuken;

 beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is;

 ontzegt verdachte ten aanzien van het onder parketnummer 05/720299-16 feiten 1 en 2 bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 (drie) jaren.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] (05/143012-16 feit 1).

-

veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 (05/143012-16) tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 4], van een bedrag van € 200,- (tweehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2016 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

-

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering;

-

legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 4] , een bedrag te betalen van € 200,- (tweehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 4 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

-

bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 10] (05/840732-16 feit 1).

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 10] niet-ontvankelijk in zijn vordering;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 13] (05/720244-16 feit 3).

-

veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 3 (05/720244-16) tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 13], van een bedrag van € 654,17 (zeshonderdvierenvijftig euro en zeventien cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 juli 2016 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

-

legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 13] , een bedrag te betalen van € 654,17 (zeshonderdvierenvijftig euro en 17 cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 juli 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 13 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

-

bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 12] (05/720244-16 feit 3).

-

veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 3 (05/720244-16) tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 12], van een bedrag van € 1.700,- (zeventienhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 juli 2016 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

-

legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 12] , een bedrag te betalen van € 1.700,- (zeventienhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 juli 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 27 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

-

bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 15] (05/720299-16 feit 1).

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 15] niet-ontvankelijk in zijn vordering.

De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling met parketnummer 05/041317-13

wijst af de vordering van de officier van justitie van 23 februari 2016, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Arnhem van 21 mei 2013 voorwaardelijk opgelegde werkstraf voor de duur van 30 uren.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.P.M. Kester-Bik (voorzitter), mr. T.C. Henniphof en mr. M.A. Jansen-van Leeuwen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.W.A. Nabbe, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 juni 2017.

BIJLAGE I

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

05/720299-16

1.

Primair

hij op of omstreeks 26 juli 2016 te Druten, althans in Nederland, ter uitvoering van het door de verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 15]

, (hoofd)agent werkzaam voor politie Gelderland Zuid opzettelijk van het leven te beroven, immers heeft verdachte terwijl hij in een auto zat, op ongeveer één meter

afstand van waar die [slachtoffer 15] stond, het toerental van de motor van die

auto laten oplopen en is hij (vervolgens) in de richting van die [slachtoffer 15] gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair

hij op of omstreeks 26 juli 2016 te Druten, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 15] , (hoofd)agent werkzaam voor politie Gelderland Zuid, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen immers heeft hij, verdachte, terwijl hij in een auto zat, op ongeveer één meter afstand van waar die [slachtoffer 15] stond, het toerental van de motor van die auto laten oplopen en is hij (vervolgens) in de richting van die [slachtoffer 15] gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Meer Subsidiair

hij op of omstreeks 26 juli 2016 te Druten, althans in Nederland, [slachtoffer 15] , (hoofd)agent werkzaam voor politie Gelderland Zuid, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend terwijl hij in een auto zat, op ongeveer één meter afstand van waar die [slachtoffer 15] stond, het toerental van de motor van die auto laten oplopen en is hij (vervolgens) in de richting van die [slachtoffer 15] gereden;

2.

hij, als degene die al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig betrokken

was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in Lent, binnen de gemeente Nijmegen op/aan de Prins Mauritssingel, althans in Nederland, op of omstreeks 26 juli 2016 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [aangeefster] ) letsel en/of schade was toegebracht;

3.

hij in of omstreeks de periode 25 mei 2016 tot en met 26 mei 2016 te

Nijmegen, althans in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfsruimte aan de [adres 3] te Nijmegen heeft weggenomen een (computer)beeldscherm, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 5] en/of [naam 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

05/039194-16

hij op of omstreeks 22 februari 2016 te Doetinchem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Samsung, type S5 Neo), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] ( [straatnaam 3] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

05/097188-16

hij op of omstreeks 9 mei 2016 te Doetinchem opzettelijk een (politie)ambtenaar, [slachtoffer 2] , hoofdagent van politie Eenheid Oost-Nederland, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, heeft beledigd door zijn middelvinger op te steken in de richting van die [slachtoffer 2] en/of door hem (daarbij) de woorden toe te voegen: vuile nazi’s en/of nazi’s althans handelingen/woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

05/105480-16

hij op of omstreeks 21 mei 2016 te Nijmegen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aantal levensmiddelen/winkelgoederen, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] (gelegen aan [straatnaam 4] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

05/143012-16

1.

hij op of omstreeks 22 juni 2016 te Nijmegen [slachtoffer 4] heeft mishandeld door (meermalen) (met kracht) met een (fiets)slot in/op/tegen de (rechter)arm, althans het lichaam te stompen/slaan;

2.

hij op of omstreeks 11 juli 2016 te Nijmegen [slachtoffer 5] heeft mishandeld door (meermalen) (met kracht) in/op/tegen het (linker)oog en/of gezicht/(voor)hoofd te stompen/slaan;

05/740381-16

hij op of omstreeks 3 juli 2016 te gemeente Amsterdam, althans in Nederland met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een paar schoenen (merk Nike) en/of een vest (merk Nike), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] (vestiging [straatnaam 5] , Amsterdam), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

05/134056-16

hij op of omstreeks 29 juni 2016 te Nijmegen opzettelijk en wederrechtelijk een ruit/raam (van de toegangsdeur), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

05/740382-16

hij op of omstreeks 5 juli 2016 te gemeente Amsterdam, althans in Nederland met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (T-)shirt (merk Adidas), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] (vestiging [straatnaam 6] , Amsterdam), in elk geval aan een ander of andere dan aan verdachte;

05/740492-16

1.

hij in of omstreeks de periode 10 juli 2016 tot en met 11 juli 2016 te Nijmegen, althans elders in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] en/of [naam 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, een raam van voornoemd(e) bedrijf/winkel heeft ingegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 12 juli 2016 te Nijmegen, althans elders in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfs-/winkelpand aan het [straatnaam 7] te Nijmegen, heeft weggenomen een (lederen) jas (van het merk ‘Be Edgy’), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] / [naam 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen jas onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

05/840732-16

1.

Primair

hij op of omstreeks 12 juli 2016, in de gemeente Nijmegen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon, genaamd [slachtoffer 10] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet genoemde [slachtoffer 10] meermalen, althans eenmaal, met een (ijzeren) staaf, althans enig hard en/of zwaar voorwerp, op/tegen het hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair

hij op of omstreeks 12 juli 2016, in de gemeente Nijmegen, een persoon, genaamd [slachtoffer 10] , heeft mishandeld, door genoemde [slachtoffer 10] meermalen, althans eenmaal, met een (ijzeren) staaf althans enig hard en/of zwaar voorwerp, op/tegen het hoofd te slaan;

2.

Primair

hij op of omstreeks 27 juni 2016, in de gemeente Nijmegen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 11] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet genoemde [slachtoffer 11] , meermalen, althans eenmaal, met een (ijzeren) ketting en/of een kettingslot, althans enig hard en/of zwaar voorwerp, tegen de borst en/of elders tegen het lichaam heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair

hij op of omstreeks 27 juni 2016, in de gemeente Nijmegen, een persoon, genaamd [slachtoffer 11] , heeft mishandeld, door genoemde [slachtoffer 11] meermalen, althans eenmaal, met een (ijzeren) ketting en/of een kettingslot, althans enig hard en/of zwaar voorwerp, tegen de borst en/of elders tegen het lichaam te slaan;

05/720244-16

1.

hij op of omstreeks 26 juli 2016 te Elst, gemeente Overbetuwe, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan [adres 2] te Elst heeft weggenomen één of meerdere Ipads en/of één of meerdere sleutelbos(sen) en/of een laptop (merk Toshiba) en/of een portemonnee en/of een rijbewijs op naam van [naam 2] en/of één of meerdere bankpassen, waaronder een ABN AMRO pas en een creditcard en/of contant geld, zijnde een bedrag van 30 euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 6] en/of [naam 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming;

2.

hij op of omstreeks 26 juli 2016 te Elst, gemeente Overbetuwe, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een auto (merk Opel [type] ) en/of (met daarin) een kinderzitje (merk City Comfort), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 2] , in elk geval een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

3.

hij op of omstreeks 26 juli 2016 te Beneden-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 16] te Beneden-Leeuwen, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke voorgenomen diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 13] en [slachtoffer 12] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aanzich zelf hetzij de vlucht makkelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij die [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 12] , met kracht van buiten naar binnen de winkel in heeft geduwd

en/of

[slachtoffer 13] met kracht op de grond heeft gegooid en/of (waarna) hij een mes heeft getoond en/of heeft voorgehouden en/of (waarna) hij een mes op korte afstand van het gezicht van die [slachtoffer 13] heeft gehouden en/of een mes op/tegen de borst van die [slachtoffer 12] heeft gehouden en/of haar/hen de woorden ‘naar achteren’ of woorden van gelijke strekking heeft toegevoegd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op of omstreeks 26 juli 2016 te Druten dan wel Nijmegen, althans elders in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon, in elk geval enig goed toebehorende aan [slachtoffer 14] (hoofdagent van politie, team Tweestromenland), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Voetnoten

1
De volledige inhoud van de tenlastelegging is te vinden in Bijlage I.
2
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600 2016090734, gesloten op 29 februari 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
3
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016249447, gesloten op 27 mei 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
4
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016347942, gesloten op 14 juli 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
5
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Amsterdam, district Amsterdam–Centrum/Noord, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL1300-2016143749, gesloten op 4 juli 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
6
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016319352, gesloten op 29 juni 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
7
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016609921, gesloten op 15 december 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
8
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016348065, gesloten op 14 juli 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
9
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016478349 (persoonsdossier), 2016369281 (zaaksdossier 1), 2016369311 (zaaksdossier 2), 2016369715 (zaaksdossier 3), 2016369787 (zaaksdossier 4), 2016375158 (zaaksdossier 5), 2016370977 (zaaksdossier 6), 2016257888 (zaaksdossier 7) behorende tot het onderzoek ON5R016042 GRAVE, gesloten op 13 augustus 2016, 14 augustus 2016, 30 augustus 2016 en 28 september 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
10
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600 2016478349 (persoonsdossier), 2016369281 (zaaksdossier 1), 2016369311 (zaaksdossier 2), 2016369715 (zaaksdossier 3), 2016369787 (zaaksdossier 4), 2016375158 (zaaksdossier 5), 2016370977 (zaaksdossier 6), 2016257888 (zaaksdossier 7) behorende tot het onderzoek ON5R016042 GRAVE, gesloten op 13 augustus 2016, 14 augustus 2016, 30 augustus 2016 en 28 september 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
11
Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 15] , p. 155 en de getuigenverklaring van [slachtoffer 15] afgelegd ter terechtzitting van 15 februari 2017.
12
Het separaat ingezonden proces-verbaal verkeersongevallenanalyse, p. 4.
13
Het proces-verbaal van aangifte, p. 178 en 179.
14
Het proces-verbaal van bevindingen, p. 181.
15
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Amsterdam, district Amsterdam –centrum/-noord, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL1300 2016145690, gesloten op 6 juli 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
16
Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 7] namens [slachtoffer 8] , p. 3 en 4

en de kennisgeving van inbeslagneming, p. 11.

17
Het proces-verbaal van aanhouding door burger, p. 6 en het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 16.
18
Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 5] , p. 5 en 6.
19
Het proces-verbaal van bevindingen, p. 10.
20
De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 februari 2017.
21
Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 5] , p. 6.
22
Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 27.
23
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [slachtoffer 10]
24
Het proces-verbaal van aanhouding van [slachtoffer 10] , p. 31.