ECLI:NL:RBGEL:2017:991 Rechtbank Gelderland , 22-02-2017 / 05/740302-16 en 21-001651-14 (tul)

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers : 05/740302-16 en 21-001651-14 (tul)

Datum uitspraak : 22 februari 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen


[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd te P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid te Arnhem

raadsman: mr. P.F. Emmelot, advocaat te Nieuwegein.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 16 november 2016 en 8 februari 2017.

1a. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering nadere omschrijving tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 06 augustus 2016 te Geldermalsen opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte:

voornoemde [slachtoffer] verzocht om zijn, verdachtes, caravan te betreden en/of

(vervolgens) de toegangsdeur van voornoemde caravan slotvast afgesloten en/of

(vervolgens)

voornoemde [slachtoffer] krachtig (met de vuist) één of meermalen in/tegen het gezicht geslagen/gestompt en/of

de polsen en/of enkels van die [slachtoffer] vastgebonden met tie-rips, althans met een bindmiddel en/of (daarbij) een voorwerp in de mond van die [slachtoffer] gedrukt en/of (vervolgens) de mond met tape afgeplakt en/of

een doek om het hoofd van die [slachtoffer] gebonden en/of

voornoemde [slachtoffer] (door voornoemde caravan) naar een kast gesleept en/of

(vervolgens) die [slachtoffer] in voornoemde kast gedrukt en/of (daarbij) voornoemde kast afgesloten;

2.

hij op of omstreeks 06 augustus 2016 te Geldermalsen door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid,

[slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van één of meer handelingen die bestonden uit het sexueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het duwen/drukken van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of vagina van die [slachtoffer] ,

en bestaande dat geweld en/of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid hierin dat verdachte

- toen die [slachtoffer] zijn, verdachtes, caravan had betreden de toegangsdeur van die caravan slotvast heeft afgesloten en/of

- tegen die [slachtoffer] de woorden heeft toegevoegd “trek die broek uit, anders maak ik je kapot” of woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer] (met de vuist) één of meermalen in/tegen het gezicht heeft geslagen/gestompt en/of

- die [slachtoffer] in een kast in zijn, verdachtes, caravan heeft gedrukt/geduwd, terwijl hij, verdachte, de polsen en/of enkels van die [slachtoffer] met tie-rips, althans met een bindmiddel, heeft vastgebonden en/of terwijl hij, verdachte, een voorwerp in haar mond heeft gedrukt en/of haar mond heeft afgeplakt met tape en/of een doek om haar hoofd heeft gebonden en/of

- die [slachtoffer] uit genoemde kast heeft getrokken/gesleept en/of

- die [slachtoffer] krachtig om/bij haar kin/gezicht heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of (daarbij) de woorden heeft toegevoegd: “doe die bovenkant uit” en/of “trek je kleding uit”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- voor haar is gaan staan en/of haar hoofd naar zijn geslachtsdeel heeft geduwd/gedrukt en/of

- die [slachtoffer] achterwaarts op een bed heeft gedrukt en/of (daarbij) op het lichaam van die [slachtoffer] is gaan liggen en/of

- meermalen voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer] en/of

- aldus een bedreigende situatie voor die [slachtoffer] heeft doen ontstaan

1b. Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij de stukken bevindt zich een vordering na voorwaardelijke veroordeling:

- Een vordering na voorwaardelijke veroordeling met parketnummer 21-001651-14 betreffende de voorwaardelijke veroordeling door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 december 2015.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

Namens verdachte heeft de raadsman naar voren gebracht dat tussen verdachte en [slachtoffer] sprake was van een relatie en dat de seksuele handelingen met toestemming van [slachtoffer] hebben plaatsgevonden. Nu er geen sprake is geweest van dwang, dient verdachte van feit 2 te worden vrijgesproken.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft verklaard dat op 6 augustus 2016 [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) naar zijn caravan in Geldermalsen is gekomen. Verdachte heeft [slachtoffer] gevraagd om binnen te komen. Verdachte heeft de toegangsdeur van de caravan dichtgedaan door de hendel omhoog te doen. Verdachte kreeg drang naar seks.2 Verdachte begon aan [slachtoffer] te friemelen en [slachtoffer] zei dat hij dat niet moest doen. Er ontstonden strubbelingen tussen verdachte en [slachtoffer] en toen heeft verdachte [slachtoffer] op de bedbank gezet. Verdachte heeft zijn stem verheven en krachtige termen gebruikt. [slachtoffer] moest haar kleren uitdoen. [slachtoffer] had nog een hemdje en een bh aan. Verdachte heeft zijn broek laten zakken.3

Vervolgens heeft verdachte met tiewraps de polsen en enkels van [slachtoffer] vastgebonden. Verdachte heeft [slachtoffer] opgepakt en, terwijl [slachtoffer] was vastgebonden, in een kast van de caravan gezet. Verdachte heeft de deur dichtgedaan door er iets tegenaan te zetten. Hierna heeft verdachte [slachtoffer] weer uit de kast gehaald en haar op de bedbank gezet.

[slachtoffer] heeft verdachte afgetrokken en gepijpt. Verdachte heeft tegen [slachtoffer] gezegd dat zij haar mond moest houden. Verdachte heeft [slachtoffer] meerdere klappen in het gezicht gegeven. Hij heeft een prop/washandje in haar mond gedaan. [slachtoffer] had letsel bij haar lip en bij haar oog.4

[slachtoffer] heeft bij de politie verklaard dat zij naar de caravan van verdachte was gegaan. Dat zij de caravan binnen is gegaan en dat verdachte de deur dicht deed. [slachtoffer] zag dat verdachte door een raampje de deur aan de buitenkant dicht deed. [slachtoffer] probeerde de deur open te maken, maar dat lukte niet.

Verdachte zei dat [slachtoffer] haar broek uit moest doen waarop [slachtoffer] zei dat ze dat niet zou doen. Verdachte begon te schelden en zei: ‘Vies vuil kankerwijf, trek die broek uit anders maak ik je kapot”. Verdachte pakte met een van zijn handen de kin van [slachtoffer] vast en kwam heel dicht bij haar gezicht en zei toen dat zij haar broek uit moest trekken.5

Als [slachtoffer] geluid maakte dan begon verdachte gelijk te zeggen dat zij haar bek moest houden en dan had zij ook meteen weer een slag te pakken. Verdachte sloeg met zijn vuist hard op het gezicht van [slachtoffer] . Met tiewraps heeft verdachte haar polsen en enkels vastgebonden. Verdachte heeft [slachtoffer] op de bedbank geduwd. Vervolgens deed verdachte een prop in haar mond en plakte daar zwarte tape overheen. Hierna pakte verdachte een doek en scheurde deze kapot. Verdachte deed de doek ook om de mond van [slachtoffer] heen. Hij bond de doek strak achter het hoofd van [slachtoffer] vast. Verdachte bleef maar schelden.6

Verdachte gooide [slachtoffer] op de grond en sleepte haar een kast van de caravan in. De deur van de kast was dicht. Verdachte haalde [slachtoffer] later uit de kast en zei dat [slachtoffer] haar bovenkleding uit moest doen. [slachtoffer] zei iedere keer dat ze dat niet wilde en dan kreeg ze weer een slag van verdachte. [slachtoffer] zat op de bedbank en verdachte kwam voor haar staan en [slachtoffer] moest verdachte aftrekken.7

Vervolgens zei verdachte dat [slachtoffer] hem moest pijpen en duwde haar hoofd naar beneden. Hierna duwde verdachte [slachtoffer] achterover op de bedbank en kwam verdachte op haar liggen. Verdachte stopte zijn piemel in de vagina van [slachtoffer] .8

Uit het rapport van het NFI komt naar voren dat middels een onderzoeksset zedendelicten van [slachtoffer] een DNA-onderzoek is ingesteld.9 De bemonstering ( [nummer 1] ) (diep vaginaal) bevat een relatief geringe hoeveelheid celmateriaal. De hypothese dat het celmateriaal afkomstig is van verdachte of een in de mannelijke lijn aan verdachte verwante man is zeer veel waarschijnlijker dan dat het van een andere willekeurig gekozen man is.10

De getuige [getuige] heeft verklaard dat hij [slachtoffer] was gaan zoeken en naar de caravan van verdachte is gereden. [slachtoffer] kwam vlak achter verdachte uit de caravan. [getuige] zag dat [slachtoffer] vreselijk mishandeld was in haar gezicht. Haar neus bloedde en zij had bulten op haar slapen. Het hele gezicht van [slachtoffer] was opgezet en beurs. [getuige] herkende haar in eerste instantie niet eens. Hij hoorde dat [slachtoffer] huilde en gilde.11

Op basis van het letselonderzoek bij [slachtoffer] wordt geconcludeerd dat de letsels van hoofd-hals en gelaat, armen en benen van [slachtoffer] passend zijn bij stomp geweld en passend zijn bij het vastbinden van polsen en enkels met hard en scherp materiaal (bijvoorbeeld tiewraps).12

Uit het proces-verbaal sporenonderzoek komt naar voren dat op het keukenblokje een bebloede doek lag met daartussen washandjes.13 Op de vloer nabij het bed lagen twee zwarte geprepareerde tiewraps. Op het schapje boven de bedbank lag een rol grijze ducttape. Op de vloer nabij de bedbank werden diverse bloedvegen aangetroffen ( [nummer 2] ).14 Uit het rapport van het NFI komt naar voren dat het DNA-profiel verkregen uit het veiliggestelde bloedspoor (bemonsteringen [nummer 2] ) afkomstig kan zijn van [slachtoffer] (matchkans kleiner dan één op één miljard).15

Ten aanzien van feit 1:

Uit het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, komt naar voren dat [slachtoffer] in een situatie was beland waaruit zij niet weg kon op het moment dat zij dat wilde. Verdachte heeft [slachtoffer] belemmerd de caravan te kunnen verlaten.

Verdachte heeft de toegangsdeur van de caravan vergrendeld, waardoor de caravan slotvast was afgesloten. [slachtoffer] heeft nog getracht de deur open te maken, maar dat lukte niet. Ook waren de polsen en enkels van [slachtoffer] vastgebonden middels tiewraps.

Vervolgens heeft verdachte, terwijl [slachtoffer] vast was gebonden, haar in de kast in de caravan gezet en de deur dicht gedaan, door daar iets voor te zetten. Doordat [slachtoffer] was vastgebonden, had zij niet de mogelijkheid om zelfstandig uit de kast te komen.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat kan worden bewezen dat verdachte [slachtoffer] wederrechtelijk van haar vrijheid heeft beroofd.

Ten aanzien van feit 2:

Vast staat dat sprake is geweest van seksuele handelingen. Niet alleen heeft [slachtoffer] hier gedetailleerd over verklaard ook heeft verdachte dit bekend. Verdachte heeft wel ontkend dat hij met zijn penis in de vagina van [slachtoffer] is geweest. Gelet op het resultaat van het DNA-onderzoek – dat diep in de vagina DNA-sporen van verdachte zijn aangetroffen – gaat de rechtbank ook op dit punt uit van de verklaring van [slachtoffer] .

Door de verdediging wordt betwist dat tijdens de seksuele handelingen sprake was van enige vorm van dwang.

Gelet op de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen – in onderlinge samenhang bezien – is de rechtbank van oordeel dat [slachtoffer] de seksuele handelingen niet vrijwillig heeft ondergaan. [slachtoffer] heeft tegen verdachte gezegd dat zij het niet wilde op het moment dat verdachte aan haar begon te friemelen. Ook zou verdachte met stemverheffing hebben gesproken naar [slachtoffer] en daarbij onder andere hebben gezegd dat zij haar kleding uit moest doen. [slachtoffer] heeft meerdere malen tegen verdachte gezegd dat zij haar kleding niet uit wilde doen. Op het moment dat [slachtoffer] geluid maakte, zei verdachte dat zij haar bek moest houden en werd zij geslagen. [slachtoffer] is op de bedbank geduwd en er werd een prop/washandje in haar mond gedaan waar tape overheen werd geplakt. Verdachte heeft [slachtoffer] meermalen geslagen en heeft haar polsen en enkels door middel van tiewraps vastgebonden.

Naar het oordeel van de rechtbank is verdachte voorbijgegaan aan de verbale en non-verbale signalen van weerstand van [slachtoffer] en is voor [slachtoffer] een dreigende situatie ontstaan.

De rechtbank acht bewezen dat de seksuele handelingen onder dwang zijn verricht.

Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat niet is gebleken dan wel aannemelijk is geworden dat er tussen [slachtoffer] en verdachte sprake zou zijn geweest van een (geheime) relatie.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 06 augustus 2016 te Geldermalsen opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte:

voornoemde [slachtoffer] verzocht om zijn, verdachtes, caravan te betreden en/of

(vervolgens) de toegangsdeur van voornoemde caravan slotvast afgesloten en/of

(vervolgens)

voornoemde [slachtoffer] krachtig (met de vuist) één of meermalen in/tegen het gezicht geslagen/gestompt en/of

de polsen en/of enkels van die [slachtoffer] vastgebonden met tie-wraps, althans met een bindmiddel en/of (daarbij) een voorwerp in de mond van die [slachtoffer] gedrukt en/of (vervolgens) de mond met tape afgeplakt en/of

een doek om het hoofd van die [slachtoffer] gebonden en/of

voornoemde [slachtoffer] (door voornoemde caravan) naar een kast gesleept en/of

(vervolgens) die [slachtoffer] in voornoemde kast gedrukt en/of (daarbij) voornoemde kast afgesloten;

2.

hij op of omstreeks 06 augustus 2016 te Geldermalsen door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid,

[slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van één of meer handelingen die bestonden uit het sexueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het duwen/drukken van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of vagina van die [slachtoffer] ,

en bestaande dat geweld en/of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid hierin dat verdachte

- toen die [slachtoffer] zijn, verdachtes, caravan had betreden de toegangsdeur van die caravan slotvast heeft afgesloten en/of

- tegen die [slachtoffer] de woorden heeft toegevoegd “trek die broek uit, anders maak ik je kapot” of woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer] (met de vuist) één of meermalen in/tegen het gezicht heeft geslagen/gestompt en/of

- die [slachtoffer] in een kast in zijn, verdachtes, caravan heeft gedrukt/geduwd, terwijl hij, verdachte, de polsen en/of enkels van die [slachtoffer] met tie-wraps, althans met een bindmiddel, heeft vastgebonden en/of

terwijl hij, verdachte, een voorwerp in haar mond heeft gedrukt en/of haar mond heeft afgeplakt met tape en/of een doek om haar hoofd heeft gebonden en/of

- die [slachtoffer] uit genoemde kast heeft getrokken/gesleept en/of

- die [slachtoffer] krachtig om/bij haar kin/gezicht heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of (daarbij) de woorden heeft toegevoegd: “doe die bovenkant uit” en/of “trek je kleding uit”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- voor haar is gaan staan en/of haar hoofd naar zijn geslachtsdeel heeft geduwd/gedrukt en/of

- die [slachtoffer] achterwaarts op een bed heeft gedrukt en/of (daarbij) op het lichaam van die [slachtoffer] is gaan liggen en/of

- meermalen voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer] en/of

- aldus een bedreigende situatie voor die [slachtoffer] heeft doen ontstaan.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Door de inhoud van voormelde bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot bewijs van de feiten waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden

Ten aanzien van feit 2:

Verkrachting

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarden: een meldplicht, een klinische behandeling, een ambulante behandeling, begeleid wonen en dagbesteding en een contact- en locatieverbod, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. De officier van justitie heeft tevens de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

Door de raadsman van verdachte is geen strafmaatverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 31 december 2016;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Iriszorg, gedateerd 27 oktober 2016;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Iriszorg, gedateerd 13 januari 2017;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Iriszorg, gedateerd 19 januari 2017;

- een psychologisch onderzoek Por Justitia van dr. [naam 1] , gedateerd 19 oktober 2016.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige feiten, te weten wederrechtelijke vrijheidsberoving en verkrachting van [slachtoffer] . Daarbij heeft verdachte [slachtoffer] ook geslagen en vastgebonden.

Verdachte heeft hiermee een zeer grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] . Uit de slachtofferverklaring komt naar voren dat de strafbare feiten grote impact op [slachtoffer] hebben en dat zij nog steeds ernstige gevolgen ondervindt van de gedragingen van verdachte.

De rechtbank heeft ook acht geslagen op een uittreksel justitiële documentatie van 31 december 2016 betreffende verdachte. Daaruit volgt dat verdachte meermalen in aanraking is gekomen met politie en justitie. Daarnaast liep verdachte nog in een proeftijd van een voorwaardelijke veroordeling. Beide omstandigheden hebben verdachte er niet weerhouden om onderhavig feit te plegen.

De rechtbank heeft verder kennis genomen van het rapport van psycholoog [naam 1] d.d. 19 oktober 2016. Hieruit is naar voren gekomen dat bij verdachte sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis en van verslaving aan harddrugs. De kans op terugval in middelengebruik is op basis van de terugval van begin dit kalenderjaar in te schatten als hoog.

Uit het rapport van reclassering d.d. 27 oktober 2016 komt naar voren dat het recidive risico wordt ingeschat als hoog. Indien er geen behandeling plaatsvindt, acht rapporteur de kans op recidive in delicten groot. De reclassering adviseert in haar rapport van 19 januari 2017 om bij een deels voorwaardelijke straf bijzondere voorwaarden op te leggen. De bijzondere voorwaarden zouden moeten zijn een meldplicht, een ambulante behandeling, en opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang en andere voorwaarden het gedrag betreffende.

De rechtbank is op grond van de ernst van de feiten, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een gevangenisstraf met een fors voorwaardelijk deel, geboden is en recht doet aan de ernst van de feiten. De rechtbank acht het van groot belang dat verdachte wordt behandeld voor zijn (verslavings-)problematiek om het gevaar op herhaling te verminderen. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte ziet de rechtbank in navolging van het reclasseringsadvies aanleiding aan de voorwaardelijke gevangenisstraf bijzondere voorwaarden te verbinden. De rechtbank zal, op verzoek van [slachtoffer] , tevens een contact- en locatieverbod ten aanzien van [slachtoffer] opleggen.

Bij het bepalen van de duur van het voorwaardelijke en het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf houdt de rechtbank rekening met de behandelingen en de duur daarvan. Om die reden wijkt zij af van de eis van de officier van justitie.

De rechtbank acht - gelet op de ernst van de problematiek - een proeftijd van drie jaren noodzakelijk.

Uit het reclasseringsadvies blijkt dat de kans op recidive op dit moment als hoog wordt ingeschat. Gezien het voorgaande, houdt de rechtbank er ernstig rekening mee dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank zal daarom bepalen dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder feit 1 en feit 2 bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 593,85 aan materiële schade en € 8.750,00 aan immateriële schade. Het totale gevorderde bedrag bedraagt € 9.343,85.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot betaling van het bedrag van € € 9.343,85 toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 81 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zowel de materiële als de immateriële gevorderde schade inhoudelijk niet betwist.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het (onder feit 1 en feit 2) bewezen verklaarde handelen tot het gevorderde bedrag van € 9.343,85 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voor toewijzing vatbaar.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij(en).

De gevorderde en toegewezen rente/vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 6 augustus 2016.

7b. De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Het standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van de vordering na voorwaardelijke veroordeling vordert de officier van justitie de tenuitvoerlegging van vier weken gevangenisstraf die door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 14 december 2015 voorwaardelijk is opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Nu is bewezen dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten, dient de bij arrest van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 december 2015 (parketnummer 21-001651-14) voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf ten uitvoer gelegd te worden.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 14e, 14g, 24c, 27, 36f, 57, 242 en 282 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een gevangenisstraf voor de duur van 42 (tweeënveertig) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 12 (twaalf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde(n) voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

 de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 de bijzondere voorwaarde(n) dat de veroordeelde:

- zich binnen 5 dagen na het uitzitten van zijn gevangenisstraf zal melden bij de Reclassering [naam 2] op het adres [adres 1] , telefoonnummer [nummer 3] en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht, ook als dit inhoud het meewerken aan huisbezoeken;

- zich gedurende de proeftijd, maximaal voor een jaar of zoveel korter als zijn behandelaars in overleg met de reclassering nodig achten, zal laten opnemen in [naam 3] , althans een soortgelijke intramurale instelling, zulks ter beoordeling van het NIFP-IFZ, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die de veroordeelde in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven;

- zich aansluitend op de klinische behandeling in [naam 3] , of soortgelijke instelling, gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van de Polikliniek van Iriszorg of soortgelijke instelling, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling/deskundige aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor verslavingsproblematiek;

- zich aansluitend op de klinische behandeling in [naam 3] , of soortgelijke instelling, gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van het (F)ACT team van FPP Kairos of soortgelijke instelling, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling/deskundige aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor persoonlijkheidsproblematiek;

- aansluitend op de klinische behandeling in [naam 3] , of soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van [naam 3] , of soortgelijke instelling, en de reclassering, gedurende de proeftijd zal verblijven in een 24-uur(s) zorg bijvoorbeeld RIBW, beschermde woonvorm of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van NIFP-IFZ, en zich zal houden aan het (dag-)programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- gedurende de proeftijd mee zal werken aan een zinvolle dagbesteding/ werk, indien door de toezichthouder geïndiceerd, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- gedurende de proeftijd zich niet zal bevinden binnen een straal van 500 meter van [adres 2] , [woonplaats] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde(n) en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht).

- Beveelt dat de op grond van artikel 14c gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .

-

veroordeelt verdachte ten aanzien van de feiten 1 en 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] , van een bedrag van € 9.343,85 (negenduizend driehonderddrieënveertig euro en vijfentachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 augustus 2016 tot aan de dag der algehele voldoening] en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

-

legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] , van een bedrag van € 9.343,85 (negenduizend driehonderddrieënveertig euro en vijfentachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 augustus 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 81 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

-

bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling

gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij arrest van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 december 2015, te weten van: een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. Jansen-van Leeuwen (voorzitter), mr. H.P.M. Kester-Bik en mr. W.A. Holland, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Verhagen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 februari 2017.

Voetnoten

1
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, districtsrecherche locatie Tiel, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600 2016503972, gesloten op 19 oktober 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2
De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 februari 2017.
3
Het proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 9 augustus 2016, p. 41.
4
De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 februari 2017.
5
Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , d.d. 8 augustus 2016, p. 64.
6
Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , d.d. 8 augustus 2016, p. 65.
7
Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , d.d. 8 augustus 2016, p. 66.
8
Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , d.d. 8 augustus 2016, p. 67.
9
Een schriftelijk bescheid, te weten het rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een aangifte van een zedenmisdrijf gepleegd in Geldermalsen op 6 augustus 2016, van het NFI, opgesteld door dr. [naam 4] , d.d. 24 november 2016, p. 1 en 2 van 4.
10
Een schriftelijk bescheid, te weten het rapport Y-chromosomaal DNA-onderzoek naar aanleiding

van een aangifte van een zedenmisdrijf gepleegd in Geldermalsen op 6 augustus 2016, van het NFI, opgesteld door ing. [naam 5] , d.d. 2 februari 2017, p. 2 van 4.

11
Het proces-verbaal van verhoor getuige van [getuige] , d.d. 8 augustus 2016, p. 83.
12
Een schriftelijk bescheid, te weten een rapportage letselonderzoek, GGD Gelderland-Zuid, opgemaakt door [naam 6] , Forensisch Arts FMG, d.d. 5 oktober 2016, p. 182 en 183.
13
Het proces-verbaal sporenonderzoek, d.d. 17 augustus 2016, p. 233.
14
Het proces-verbaal sporenonderzoek, d.d. 17 augustus 2016, p. 234.
15
Een schriftelijk bescheid, te weten het rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een aangifte van een zedenmisdrijf gepleegd in Geldermalsen op 6 augustus 2016, van het NFI, opgesteld door dr. [naam 4] , d.d. 24 november 2016, p. 2 van 4.