ECLI:NL:RBHAA:2011:BU9695 Rechtbank Haarlem , 13-10-2011 / 495909 \ CV EXPL 11-759

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 495909 \ CV EXPL 11-759

datum uitspraak: 13 oktober 2011

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de stichting Stichting Thuiszorgwinkel Amstelland en Meerlanden e.o.

te Amstelveen

eisende partij

hierna te noemen Stichting Thuiszorgwinkel

gemachtigde De Best & Partners B.V.

tegen

[A.]

te [woonplaats]

hierna te noemen [A.]

procederende in persoon

De procedure

Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stuk¬ken:

- de dagvaarding van 12 januari 2011,

- de conclusie van antwoord, met producties,

- de conclusie van repliek, met producties,

- de conclusie van dupliek,

- het door de kantonrechter tussen partijen gewe¬zen en op 26 mei 2011 uitgesproken tussenvonnis,

- de aantekeningen van de griffier van de ingevolge dat vonnis op 24 juni 2011 gehouden comparitie van partijen,

- de akte met producties van Stichting Thuiszorgwinkel,

- de antwoordakte van [A.].

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro¬ken inhoud van de producties, staat tussen partij¬en het volgende vast:

a. Stichting Thuiszorgwinkel heeft aan [A.] een rolstol met beensteunen in bruikleen verstrekt.

b. [A.] heef de onder 1. genoemde rolstoel niet weer ingeleverd bij Stichting Thuiszorgwinkel.

c. Stichting Thuiszorgwinkel heeft aan [A.] huurtermijnen in rekening gebracht voor de rolstoel en daarna tevens de vervangingswaarde van een tweedehands rolstoel bij [A.] in rekening gebracht.

d. [A.] heeft de facturen van Stichting Thuiszorgwinkel onbetaald gelaten.

De vordering

Stichting Thuiszorgwinkel vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [A.] zal veroordelen om aan Stichting Thuiszorgwinkel tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 2.489,92, vermeerderd met de wettelijke rente over € 2.127,67 vanaf

12 januari 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [A.] in de proceskosten.

Stichting Thuiszorgwinkel heeft het volgende aan de vordering ten grond¬slag gelegd:

Stichting Thuiszorgwinkel heeft aan [A.] een rolstoel met beensteunen in bruikleen ver-strekt, door middel van een overeenkomst tussen partijen gesloten op 5 juni 2008.

[A.] was gerechtigd om de rolstoel te gebruiken van 5 juni 2008 tot 4 september 2008.

Op de overeenkomst staat vermeld dat de hulpmiddelen, indien ze niet worden geretourneerd, na het verstrijken van de uitleentermijn automatisch in verhuur overgaan. Omdat de rolstoel niet tijdig werd geretourneerd is de overeenkomst op 4 september 2008 omgezet in een huur- en verhuurovereenkomst.

In dit geval zou [A.] een bedrag van € 1.643,85 zijn verschuldigd en tevens de vervangs-ingswaarde van een tweedehands rolstoel, te weten: € 483,82. Aldus heeft Stichting Thuis-zorgwinkel in totaal € 2.127,67 van [A.] te vorderen.

Door ondanks aanmaning met betaling in gebreke te blijven, heeft [A.] Stichting Thuiszorgwinkel genoodzaakt de vordering ter incasso uit handen te geven. Stichting Thuiszorgwinkel heeft daardoor vermogensschade geleden, bestaande uit de buitengerechtelijke incassokosten ten belope van € 357,00. [A.] dient deze kosten ingevolge de algemene betalingsvoorwaarden dan wel ingevolge artikel 6:96 lid 2 sub c BW aan Stichting Thuiszorgwinkel te voldoen.

Voorts is [A.] de wettelijke rente verschuldigd geworden. Deze bedraagt, berekend tot

12 januari 2011, € 5,25.

Het verweer

[A.] betwist de vordering en voert daartoe het volgende aan:

Door omstandigheden is de rolstoel niet na 13 weken retour gebracht. Omdat de facturen van Stichting Thuiszorgwinkel onduidelijk waren, was [A.] ervan overtuigd dat de totale kosten € 56,20 waren.

In de periode nadat de uitleentermijn was verstreken, heeft Stichting Thuiszorgwinkel nooit contact met [A.] opgenomen dat de artikelen moesten worden terugbezorgd. Evenmin heeft Stichting Thuiszorgwinkel [A.] erop gewezen dat de kosten zo hoog opliepen. Ook heeft Stichting Thuiszorgwinkel verzuimd [A.] erop te wijzen dat na de leenperiode van maximaal 26 weken op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning een aanvraag kon worden gedaan voor de aanschaf van de artikelen.

De te vorderen huurkosten staan totaal niet in verhouding tot het geleverde product.

Stichting Thuiszorgwinkel had minimaal vanuit maatschappelijk oogpunt veel eerder [A.] op een juiste manier op de hoogte kunnen brengen van de financiële consequenties die het niet retourneren van de artikelen met zich zou brengen.

De beoordeling van het geschil

1. De kantonrechter verwerpt het verweer van [A.] dat de facturen onduidelijk waren. De thans in het geding gebrachte facturen laten niets aan duidelijkheid te wensen over. Zij vermelden immers waarop de factuur betrekking heeft: huur voor de in de factuur genoemde periode.

2. Dat [A.] nimmer een factuur heeft voldaan komt daarom volledig voor haar rekening.

3. Ook het feit dat de rolstoel niet is ingeleverd dient voor rekening van [A.] te blijven. Zij kan de verantwoordelijkheid daarvoor niet afschuiven op Stichting Thuiszorgwinkel die, anders dan [A.] meent, geen plicht heeft om haar op verschillende mogelijkheden te wijzen. [A.] moet, gelet op de duidelijke tekst van de overeenkomt en de facturen, ermee bekend zijn geweest wat van haar werd verwacht. Dat zij niet heeft gereageerd, ook al komt dat door persoonlijke omstandigheden, blijft voor haar rekening.

4. De kantonrechter is wel van oordeel dat Stichting Thuiszorgwinkel niet huur en tevens de vervangingswaarde van de rolstoel kan vorderen. Het is of het een of het ander. Daarbij komt dat Stichting Thuiszorgwinkel te lang heeft gewacht met het ondernemen van actie. Zij had [A.] al in een eerder stadium moeten aanspreken om zodoende de kosten voor haar te beperken.

5. Op grond van het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat [A.], nu zij nog steeds de beschikking heeft over de gebruikte rolstoel, de vervangingswaarde daarvan aan Stichting Thuiszorgwinkel moet voldoen. Gelet op de hoogte van het bedrag daarvan kan niet gezegd worden dat dit niet redelijk zou zijn.

6. Toegewezen wordt daarom € 483,82 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding.

7. Voor het overige wordt de vordering op grond van het vorenstaande afgewezen.

8. Partijen worden over en weer in het ongelijk gesteld. Daarom zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd.

Beslissing

De kantonrechter:

Veroordeelt [A.] om tegen behoorlijk bewijs van kwij¬ting aan Stichting Thuiszorgwinkel te betalen € 483,82, te ver¬meerderen met de wette¬lijke rente berekend vanaf 12 januari 2011 tot aan de dag der alge¬hele voldoening.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voor¬raad.

Bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.

Coll.