Naar de inhoud

ECLI:NL:RBLIM:2016:9723 Rechtbank Limburg , 10-11-2016 / 5337465

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Burgerlijk recht

Zaaknummers: 5337465 AZ VERZ 16-178 en 5496874 AZ VERZ 16-219

Beschikking van 10 november 2016

in de zaken van

[verzoekster, verweerster in het voorwaardelijk tegenverzoek] ,

wonend te [woonplaats 1] ,

verzoekende partij,

verwerende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek,

gemachtigde mr. C.C. Berends

tegen

de besloten vennootschap GGN Bewindvoering,

gevestigd te Heerlen,

verwerende partij,

verzoekende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek,

in haar hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van mevrouw [belanghebbende],

wonend te [woonplaats 2] ,

gemachtigde mr. R.A. Wijnands.

Partijen zullen hierna [verzoekster, verweerster in het voorwaardelijk tegenverzoek] , GGN en [belanghebbende] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het verzoekschrift d.d. 29 augustus 2016

-

het verweerschrift van de zijde van GGN, tevens inhoudend een voorwaardeiljk tegenverzoek,

-

de mondelinge behandeling ter zitting van 8 november 2016.

1.2.

Ten slotte is beschikking bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

[verzoekster, verweerster in het voorwaardelijk tegenverzoek] is krachtens een arbeidsovereenkomst als zorgverlener in dienst van [belanghebbende] , door [belanghebbende] bekostigd door een zogenoemd PGB-budget.

2.2.

[belanghebbende] verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens een gewichtige reden, bestaande in een zodanige verandering in de omstandigheden, dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve met ingang van 1 januari 2017 dient te eindigen.

2.3.

Ter staving van haar verzoek voert [belanghebbende] - kort weergegeven - aan dat tuyssen partijen een onoverbrugbaar verschil van inzicht is ontstaan omtrent de wijze waarop uitvoering dient te worden gegeven aan de door [verzoekster, verweerster in het voorwaardelijk tegenverzoek] te verrichten werkzaamheden, waardoor er thans onvoldoende basis is voor een verdere vruchtbare samenwerking.

2.4.

[verzoekster, verweerster in het voorwaardelijk tegenverzoek] heeft tegen toewijzing van dat verzoek verweer gevoerd, doch zij erkent niettemin de reden zoals deze door [belanghebbende] is gesteld.

2.5.

De kantonrechter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat - zonder dat gebleken is een van de partijen daarvan een verwijt te maken valt - er sprake is van een verandering in de omstandigheden, die tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst dient te leiden. Voorts is niet gebleken dat het ontbindingsverzoek verband houdt met enig bijzonder opzegverbod.

2.6.

De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst dan ook ontbinden met ingang van

1 januari 2017.

2.7.

De kantonrechter acht termen aanwezig om de proceskosten in beide procedures te compenseren in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3 Beslissing

De kantonrechter

3.1.

ontbindt de tussen [verzoekster, verweerster in het voorwaardelijk tegenverzoek] en [belanghebbende] bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 1 januari 2017,

3.2.

verstaat dat GGN het loon tot datum einde arbeidsovereenkomst op reguliere wijze doorbetaald, inclusief vakantietoeslag, en dat GGN zorg draagt voor een correcte eindafrekening en die aan [verzoekster, verweerster in het voorwaardelijk tegenverzoek] doet toekomen,

3.3.

compenseert de proceskosten in beide procedures in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.H.J. Otto en is in het openbaar uitgesproken.

RK

Geregelde ontbinding

Gegevens

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak10-11-2016
Datum publicatie16-11-2016
ECLIECLI:NL:RBLIM:2016:9723
Zaaknummer5337465
Bijzondere kenmerkenEerste aanleg - enkelvoudig
RechtsgebiedArbeidsrecht