ECLI:NL:RBMNE:2017:3169 Rechtbank Midden-Nederland , 28-06-2017 / C/16/344499 / HA RK 13-130

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

Beschikking van de rechter-commissaris van 28 juni 2017

in de zaken (met clusternummer 37952) van:

met zaaknummer / rekestnummer: C/16/344499 / HA RK 13/130

1. [verzoeker 1],

wonende te [woonplaats] ,

met zaaknummer / rekestnummer: C/16/344504 / HA RK 13/131

2. [verzoeker 2],

wonende te [woonplaats] ,

met zaaknummer / rekestnummer: C/16/344507 / HA RK 13/132

3. [verzoeker 3],

wonende te [woonplaats] ,

met zaaknummer / rekestnummer: C/16/344509 / HA RK 13/133

4. [verzoeker 4],

wonende te [woonplaats] ,

met zaaknummer / rekestnummer: C/16/344523 / HA RK 13/134

5. [verzoeker 5],

wonende te [woonplaats] ,

met zaaknummer / rekestnummer: C/16/344524 / HA RK 13/135

6. [verzoekster 6],

wonende te [woonplaats] ,

met zaaknummer / rekestnummer: C/16/344527 / HA RK 13/136

7. [verzoeker 7],

wonende te [woonplaats] ,

met zaaknummer / rekestnummer: C/16/344529 / HA RK 13/137

8. [verzoeker 8],

wonende te [woonplaats] ,

met zaaknummer / rekestnummer: C/16/344536 / HA RK 13/138

9. [verzoeker 9],

wonende te [woonplaats] ,

met zaaknummer / rekestnummer: C/16/344538 / HA RK 13/139

10. [verzoeker 10],

wonende te [woonplaats] ,

met zaaknummer / rekestnummer: C/16/344538 / HA RK 13/140

11. [verzoeker 11],

wonende te [woonplaats] ,

met zaaknummer / rekestnummer: C/16/344539 / HA RK 13/141

12. [verzoeker 12],

wonende te [woonplaats] ,

met zaaknummer / rekestnummer: C/16/344613 / HA RK 13/142

13. [verzoeker 13],

wonende te [woonplaats] ,

met zaaknummer / rekestnummer: C/16/344615 / HA RK 13/143

14. [verzoeker 14],

wonende te [woonplaats] ,

met zaaknummer / rekestnummer: C/16/344619 / HA RK 13/144

15. [verzoeker 15],

wonende te [woonplaats] ,

met zaaknummer / rekestnummer: C/16/344623 / HA RK 13/145

16. [verzoeker 16],

wonende te [woonplaats] ,

met zaaknummer / rekestnummer: C/16/344625 / HA RK 13/146

17. [verzoeker 17],

wonende te [woonplaats] ,

met zaaknummer / rekestnummer: C/16/344627 / HA RK 13/147

18. [verzoeker 18],

wonende te [woonplaats] ,

met zaaknummer / rekestnummer: C/16/344629 / HA RK 13/148

19. [verzoeker 19],

wonende te [woonplaats] ,

met zaaknummer / rekestnummer: C/16/344631 / HA RK 13/149

20. [verzoeker 20],

wonende te [woonplaats] ,

met zaaknummer / rekestnummer: C/16/344634 / HA RK 13/150

21. [verzoeker 21],

wonende te [woonplaats] ,

met zaaknummer / rekestnummer: C/16/344641 / HA RK 13/152

22. [verzoeker 22],

wonende te [woonplaats] ,

met zaaknummer / rekestnummer: C/16/344643 / HA RK 13/153

23. [verzoekster 23],

wonende te [woonplaats] ,

verzoekers,

advocaat mr. L.E.M. Charlier,

Hierna tezamen in mannelijk enkelvoud: [verzoeker 1] c.s.

tegen

de vennootschap naar Duits recht


[verweerster]
,

gevestigd te [vestigingsplaats] (Duitsland),

verweerster,

advocaat mr. J. Bedaux.

1 Verloop van de (verdere) procedure

1.1.

De rechtbank verwijst naar de beschikkingen van deze rechtbank van 7 augustus 2013 (toewijzing verzoek voorlopig deskundigenbericht), 13 november 2013 (benoeming deskundigen), 10 januari 2014 (beslissing op bezwaar benoeming deskundige) en 22 oktober 2014 (bezwaar tegen begroting kosten deskundigen).

1.2.

Nadien zijn onder meer de volgende stukken op de griffie van de rechtbank ontvangen:

-

de brief met bijlagen van mr. Charlier aan de rechter-commissaris van 23 mei 2017

-

de brief/e-mail van mr. Bedaux aan de rechter-commissaris van 12 juni 2017

-

de brief van mr. Charlier aan de rechter-commissaris van 13 juni 2017

-

de brief met bijlagen van mr. Charlier aan de rechter-commissaris van 19 juni 2017.

1.3.

Ten slotte is de uitspraak bepaald op heden.

2 De (verdere) beoordeling

2.1.

Het gaat in deze zaak om het volgende.

[verweerster] heeft als aannemer in 2010 en 2011 een verbouwing gerealiseerd in het bedrijfspand van [naam 1] te [vestigingsplaats] . Onderdeel van die verbouwing was het leggen van een epoxyvloer. [verzoeker 1] c.s. was werknemer van [verweerster] . [verzoeker 1] c.s. heeft op een gegeven moment diverse gezondheidsklachten ontwikkeld, die volgens hem veroorzaakt zijn door een onzorgvuldige verwerking van de epoxy en/of onvoldoende beschermende condities. [verzoeker 1] c.s. houdt [verweerster] hiervoor aansprakelijk. Hij heeft op 16 mei 2013 bij de rechtbank een verzoek ingediend tot het gelasten van een voorlopig deskundigenbericht, welk verzoek bij beschikking van 14 november 2013 is toegewezen. Gelet op het complexe karakter en de omvang van het geschil tussen partijen heeft de rechtbank aanleiding gezien een rechter-commissaris te benoemen onder wiens leiding en regievoering de uitvoering van het voorlopig deskundigenonderzoek zal plaatsvinden. De rechtbank heeft daarbij bepaald dat de rechter-commissaris desgewenst door partijen en de deskundige(n) kunnen worden benaderd. Dit heeft zich inmiddels een aantal malen voorgedaan.

2.2.

[verzoeker 1] c.s. verzoekt de rechter-commissaris thans een (voortzetting van de) mondelinge behandeling te gelasten teneinde de volgende verzoeken te bespreken:

1. De door [verzoeker 1] c.s. gewenste aanvullende opdrachten aan de deskundigen, daaronder begrepen:

a. hun werkwijze ten aanzien van de blootstellingsreconstructie toe te lichten en te motiveren, mede in het licht van de zin en de zeer aanzienlijke kosten daarvan;

b. de deskundigen te gelasten om het blootstellingsonderzoek (de blootstellingsreconstructie) en de medische evaluatie en haar conclusies over te doen, en, waar het eerste niet mogelijk zal blijken (vgl. daartoe de kritiek van [onderzoek-, behandeling- en adviescentrum] ), te gelasten om het blootstellingsonderzoek te beperken tot de in dit soort zaken gebruikelijke blootstellingsevaluatie, te weten het beschrijven van alle stoffen die het meest waarschijnlijk bij de verwerking zijn vrijgekomen (inclusief de stoffen die bij de latere metingen zijn aangetroffen), weergave van de (alle) wetenschappelijke literatuur waaruit de eigenschappen, het werkingsmechanisme, de risico's en de mogelijke gezondheidseffecten van alle relevante geëmitteerde stoffen blijken, en de adequate vaststelling van de aard, ernst, duur en omvang van de concrete blootstelling van de betrokkenen aan de hand van de processtukken. Dat met als doel de relevante blootstelling aan sensibiliserende stoffen, waarvoor geen veilige ondergrens bestaat, te kunnen vaststellen;

c. indien een reconstructie/proefmodel met zodanige (te motiveren) parameters dat de uitkomsten daarvan representatief zijn voor de situatie in de showroom van [naam 1] en de blootstelling van [verzoeker 1] c.s. met inachtneming van de kritiek zijdens [verzoeker 1] c.s. niet mogelijk is: de daartoe ontvangen gelden te restitueren;

d. de deskundigen te gelasten om alle geteste stoffen ter kennisname van beide partijen in de rapportage weer te geven (niet alleen de namen van de testreeksen), alle reacties daarop in de medische rapportages weer te geven (ook de dubieuze reacties), en de medisch deskundigen te gelasten om - met de uitdrukkelijke toestemming van alle betrokkenen tot vrijgave van de integrale testresultaten - het als buitengewoon te duiden patroon in de reacties van de bedrijfspopulatie van [naam 1] te evalueren, en af te zetten tegen percentages van dit soort reacties in de gewone bevolking;

e. de deskundigen te gelasten om na het beantwoorden van de in de bijlage geformuleerde vragen een tweede concept aan partijen verstrekken;

f. de deskundigen in het licht van hun aansprakelijkheid rakende kritiek te gelasten het een en ander uit te voeren zonder nadere toekenning van kosten.

2. De consequenties van de discussie ter zake van het huidige gebrekkige deskundigenbericht te bespreken voor het verloop van de vordering van [verzoeker 1] c.s. en de lopende procedure tussen [verweerster] en [naam 1] , indien het voorgaande niet geschiedt.

3. Te gelasten dat de deskundige [onderzoek-, behandeling- en adviescentrum] en [A] op de voornoemde punten worden gehoord.

2.3.

[verzoeker 1] c.s. legt samengevat het volgende aan zijn verzoek ten grondslag.

De blootstellingsrapportage

2.4.

Volgens [verzoeker 1] c.s. voldoet het conceptrapport van deskundigen niet aan de daaraan te stellen eisen, en wel - samengevat - op de volgende gronden:

  1. de feiten en omstandigheden worden op cruciale onderdelen onjuist weergegeven;

  2. er is geen sprake van een geschikte methode van onderzoek naar de blootstelling; er is geen sprake van een reconstructie van de blootstelling maar van een constructie van een geheel nieuwe situatie;

  3. de vraag kan worden gesteld om welke reden gekozen is voor een reconstructie, nu vaststaat dat voor sensibiliserende stoffen geen veilige ondergrens bestaat; dus elke blootstelling aan deze stoffen kan tot gezondheidsschade leiden;

a. bij de reconstructie is uitgegaan van een onjuiste omgevingstemperatuur in vergelijking met die in de showroom van [naam 1] ;

b. diverse cruciale parameters (temperatuur van het product, temperatuur van de vloer) zijn in de reconstructie tot uitgangspunt genomen en de gekozen uitgangspunten zijn niet verantwoord;

c. voor de reconstructie is een ongeschikte methode gebruikt, nu bij het mengen de temperatuur oploopt tot circa 40 - 60 °C, terwijl in het proefmodel de temperatuur slechts met 1 °C opliep;

d. niet wordt beantwoord hoe de schaalgrootte van de reconstructie zodanig is aangepast dat een representatief resultaat voor de situatie in de showroom kan worden verkregen;

e. in de showroom werden in de jaren na het aanbrengen (van de vloer) metingen verricht waarbij van diverse sensibiliserende en irriterende stoffen een uitstoot werd gemeten; bij de reconstructie zijn deze stoffen niet gemeten, hetgeen duidt op een ongeschikte methode;

het uitvoeren van een - uitermate kostbaar - proefmodel was op voorhand tot mislukken gedoemd, omdat de exacte mengverhouding die gebruikt is bij het aanbrengen van de vloer niet kon worden achterhaald;

de motivering van de conclusies is op cruciale onderdelen niet transparant;

literatuur is onvolledig weergegeven;

de rapportages zijn ondeugdelijk en onvoldoende wetenschappelijk gemotiveerd.

De medische rapportage

2.5.

Volgens [verzoeker 1] c.s. voldoet ook de medische rapportage niet aan de daaraan te stellen eisen:

  1. de rapportage gaat uit van onjuiste aannames ten aanzien van de blootstelling; de categorie-indeling van de blootstelling is op onderdelen onbegrijpelijk;

  2. de enige sensibiliserende stof die bij de reconstructie werd gemeten, benzylalcohol, werd nu juist niet bij de betrokkenen getest, hetgeen in hoge mate verbaast;

  3. niet duidelijk is op welke stoffen werd getest, en wat de waarde van deze testen is in het licht van de aard van de klachten;

  4. e conceptrapportage beantwoordt niet integraal de vragen die zijn vermeld in de beschikking van 14 november 2013; de tijdsrelatie tussen de klacht en de blootstelling is niet of onvoldoende geadresseerd;

  5. het onderzoek en de onderzoeksmethode (testen) zijn gebrekkig;

  6. de beantwoording van de causaliteitsvragen is hiermee onvoldoende wetenschappelijk gemotiveerd;

  7. aan de eisen van informed consent werd in het […] niet voldaan;

  8. tot op heden weet [verzoeker 1] c.s. niet op welke stoffen hij exact werd getest, zodat een gemotiveerd commentaar op de rapportage niet mogelijk is.

2.6.

[verweerster] heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen toewijzing van de verzoeken.

3 De (verdere) beoordeling

De rechter-commissaris is benoemd ten behoeve van de regievoering in deze zaak. Dit betekent dat zijn bemoeienis zich (uitsluitend maar in ieder geval hoofdzakelijk) beperkt tot procedurele aspecten van het deskundigenonderzoek. De rechter-commissaris stelt echter vast dat de door [verzoeker 1] c.s. gemaakte opmerkingen en gestelde vragen alle betrekking hebben op de inhoudelijke kant van het deskundigenbericht, om welke reden met betrekking tot de thans aan hem voorgelegde verzoeken voor hem geen taak is weggelegd. Het is de rechter-commissaris niet bekend of [verzoeker 1] c.s. gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om zijn reactie op het conceptrapport aan het kernteam te doen toekomen. Het is thans aan het kernteam een definitieve rapportage op te stellen.

De verzoeken zullen dus worden afgewezen.

4 Beslissing

De rechter-commissaris:

wijst de verzoeken af;

draagt de griffier op om ook een afschrift van deze beschikking aan de voorzitter van het kernteam toe te zenden:

Correspondentie gegevens

[naam 2]
t.a.v. dr. [B]Postbus [postbusnummer][postcode] [vestigingsplaats] Tel.: [telefoonnummer]

E-mail : [e-mailadres]

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Krepel en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2017.1

Voetnoten

1
PK