ECLI:NL:RBNNE:2017:2588 Rechtbank Noord-Nederland , 13-07-2017 / 18/920060-17

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18/920060-17

ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/229052-16

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 13 juli 2017 in de zaken van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats],

wonende te [straatnaam], [woonplaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 29 juni 2017.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. W.M. Bierens, advocaat te Assen.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. P.A. van der Vliet.

Tenlastelegging

Ter zake van parketnummer 18/229052-16 is aan verdachte, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1

hij op meerdere tijdstippen, althans op enig tijdstip gelegen in of omstreeks

de periode van 25 april 2016 tot en met 21 mei 2016 te Assen,

tesamen en in vereniging met anderen, of een ander, althans alleen althans in

de gemeente Assen, meermalen, althans eenmaal een of meer scooters/brommers,

te weten:

- een Honda Zhenhua DAX (toebehorende aan [slachtoffer 1]) en/of

- een Piaggo Vespa (toebehorende aan [slachtoffer 2]) en/of

- een Derbi Senda (toebehorende aan [slachtoffer 3]) en/of

- een Vespa Spiri (metalic blauw) en/of

- een Yamaha Neos 4 (blauw),

heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen,

terwijl hij (telkens) ten tijde van de verwerving of het voorhanden

krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat:

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip gelegen in of

omstreeks de periode van 25 april 2016 tot en met 21 mei 2016 te Assen, althans

in de gemeente Assen,

tesamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen,

althans éénmaal, één of meer scooters/brommers, te weten:

- een Honda Zhenhua DAX (toebehorende aan [slachtoffer 1]) en/of

- een Piaggo Vespa (toebehorende aan [slachtoffer 2]) en/of

- een Derbi Senda (toebehorende aan [slachtoffer 3]) en/of

- een Vespa Spiri (metalic blauw) en/of

- een Yamaha Neos 4 (blauw), heeft verworven, voorhanden gehad en/of

overgedragen, terwijl hij (telkens) ten tijde van de verwerving of het

voorhanden krijgen van deze goederen redelijkerwijs had moeten vermoeden dat

het een door misdrijf verkregen goed betrof;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden

hij op meerdere tijdstippen, althans op enig tijdstip gelegen in of omstreeks de periode

van 25 april 2016 tot en met 21 mei 2016 te Haren, Zwolle en/of Assen , althans in

Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer

scooters/brommers, te weten:

- een Honda Zhenhua DAX (toebehorende aan [slachtoffer 1], weggenomen te Zwolle);

- een Piaggo Vespa (toebehorende aan [slachtoffer 2], weggenomen te Haren);

- een Derbi Senda (toebehorende aan [slachtoffer 3], weggenomen te Haren);

zijnde scooters/brommers in elk geval toebehorende aan een ander dan aan verdachte

of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de weg te nemen scooters/brommers

onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

2

hij in of omstreeks de periode van 14 mei 2016 tot en met 15 mei 2016 te

Assen, althans in de gemeente Assen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee,

althans één kentekenplaat (kenteken(s)[nummer] en/of [nummer], van de aan de [straatnaam] en/of de [straatnaam] geparkeerd staande auto's), in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Ter zake van parketnummer 18/920060-17 is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 9 januari tot en met 10 januari 2017 te

Groningen, althans in de gemeente Groningen,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

(uit parkeergarage "[parkeergarage]") een bromfiets (merk Piaggo, kleur zwart), in

elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de weg te nemen

bromfiets onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van

braak en/of verbreking;

2.

hij in of omstreeks de periode van 8 januari tot en met 18 januari 2017 te

Groningen, althans in de gemeente Groningen,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

(uit parkeergarage "[parkeergarage]") een bromfiets (merk: Piaggo, kleur blauw), in

elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de weg te nemen

bromfiets onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van

braak en/of verbreking;

3.

hij in of omstreeks de periode van 8 januari tot en met 11 januari 2017 te

Groningen, althans in de gemeente Groningen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een kentekenplaat (behorende bij een bromfiets, merk: Piagio, AGM SP, staande

in de parkeergarage [parkeergarage]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte waarbij verdachte zich de weg te nemen kentekeplaat onder zijn

bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

4.

hij op of omstreeks 09 januari 2017 te Groningen, althans in de gemeente

Groningen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een scooter

(merk: Piaggio type Vespa S, staande bij een school: [schoolnaam] aan de

[straatnaam]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer 9], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het

misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen scooter onder zijn bereik

heeft gebracht door middel van braak en/of verbrekening;

5.

hij op of omstreeks 30 oktober 2016 te Groningen met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigeningheeft weggenomen een scooter (Vespa LX, staande

aan de [straatnaam]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plats van het misdrijf heeft

verschafte en/of die/dat weg te nemen scooter onder zijn bereik heft gebracht

door middel van braak en/of verbreking.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij parketnummer 18/229052-16 ter zake van het ten laste gelegde onder 1 primair (opzetheling) vrijspraak gevorderd en ter zake van het onder 1 subsidiair (schuldheling) en onder 2 (diefstal) en bij parketnummer 18/920060-17 ter zake van het ten laste gelegde onder 1, 2, 3, 4 en 5 (vijf gekwalificeerde diefstallen) veroordeling gevorderd. Zij heeft met betrekking tot de schuldheling geconcludeerd dat verdachte had moeten vermoeden dat de Honda Zhenhua DAX, Piaggio Vespa en Derbi Senda van diefstal afkomstig waren. De andere ten laste gelegde feiten acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen, gelet op de bekennende verklaring van verdachte en de aangiftes.

Standpunt van de verdediging

De raadsman is van oordeel dat ter zake van parketnummer 18/229052-16 het onder 1 ten laste gelegde een veroordeling kan volgen voor schuldheling. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft hij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ter zake van het ten laste gelegde bij parketnummer 18/920060-17 heeft de raadsman geen bewijsverweer gevoerd.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het bij parketnummer 18/229052-16 onder 1 primair ten laste gelegde (opzetheling) niet wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank acht, met de officier van justitie en de raadsman, niet bewezen dat verdachte op het moment van verkrijgen van de scooters wist dat deze van diefstal afkomstig waren. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken.

Van de bij parketnummer 18/229052-16 onder 1 subsidiair ten laste gelegde “Yamaha Neos 4” staat naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende vast dat deze scooter van diefstal afkomstig is. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken. Nu onvoldoende duidelijk is geworden welk voertuig wordt bedoeld met de onder 1 subsidiair genoemde “Vespa Spiri” kan de rechtbank ook voor dit voertuig niet tot een bewezenverklaring komen van de ten laste gelegde schuldheling.

De rechtbank acht het ten laste gelegde bij parketnummer 18/229052-16 onder 1 subsidiair (schuldheling van de Honda Zhenhua DAX, Piaggio Vespa en Derbi Senda) en onder 2 (diefstal) wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank acht daarnaast het ten laste gelegde bij parketnummer 18/920060-17 onder 1, 2, 3, 4 en 5 (vijf gekwalificeerde diefstallen) wettig en overtuigend bewezen.

Bewijsmiddelen parketnummer 18/229052-16

Feit 1 subsidiair

De rechtbank past bij het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 29 juni 2017 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Achteraf besef ik me dat het verkeerde boel was. Ik had toen eigenlijk beter moeten opletten. Het klopt dat die brommers op 15 mei 2016 in mijn schuurtje te Assen zijn gevonden. Ik heb de Honda DAX voor 250 à 300 euro gekocht. Ik denk dat hij normaal gesproken 700 à 800 euro zou kosten. Ik kocht hem zonder kenteken. Voor de Piaggio Vespa heb ik 400 euro betaald. Ik denk dat die ongeveer 2000 euro waard is. Als ik er nu op terugkijk, dan kan het niet een eerlijke brommer zijn geweest. De Derbi Senda heb ik voor 700 à 750 euro gekocht. Ik heb hem te koop aangeboden op Speurders.nl met 1200 euro als vraagprijs.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d.

7 juni 2016, opgenomen op pagina 270 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2016188532 d.d. 6 maart 2017, inhoudende als verklaring van verdachte:

De Honda DAX is van mij. Ik heb deze ongeveer twee maanden geleden voor 300 of 250 euro gekocht. Er zat geen kentekenplaat op. Er zit geen kentekenbewijs bij. Er waren geen framenummers op aanwezig toen ik hem kocht.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 7 juni 2016, opgenomen op pagina 270 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

De blauwe Vespa Sprint is van mij. Ik heb deze een maandje geleden in Groningen gekocht. Ik heb er 500 euro voor betaald. Er zat geen kentekenplaat op. Er zat geen kentekenbewijs bij. Er waren geen framenummers aanwezig op de bromfiets toen ik hem kocht. Een Vespa Sprint kost 3500 euro nieuw in de winkel.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 16 mei 2016, opgenomen op pagina 261 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

Ik heb de Derbi Senda begin deze maand gekocht. Ik heb er 700 euro voor betaald.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 1 mei 2016, opgenomen op pagina 132 e.v. van voornoemd dossier inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1]:

Mijn bromfiets Honda Zhenhua, een Honda Dax, kenteken D322LZ, is gestolen in Zwolle.

Tijdstip achtergelaten 29-04-2016. Tijdstip geconstateerd 30-04-2016.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 12 mei 2016, opgenomen op pagina 128 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2]:

Ik heb mijn scooter, een blauwe Piaggio Vespa, kenteken DBT60Z, op 6 mei 2016 om 18:45 uur afgesloten geparkeerd te Haren. Om 21:00 uur zag ik dat mijn scooter was weggenomen.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 26 april 2016, opgenomen op pagina 157 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3]:

Mijn bromfiets, een zwarte Derbi Senda, kenteken F940TV, is op 25 april 2016 weggenomen te Haren.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 15 mei 2016, opgenomen op pagina 159 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3]:

Ik heb de advertentie op Speurders.nl bekeken en de bromfiets die daarop stond was 100 procent zeker mijn bromfiets. Ik herkende mijn bromfiets op de foto onder andere aan een stuk band van een mountainbike die ik op de achterbrug had gespannen. Ter plaatse heb ik de bromfiets bekeken. Ik zag dat er op dezelfde plek nog wel een rubberen lapje zat dat ik op de bromfiets had geplakt. Mijn voorspatbord is geel. Aan de voorkant van dit spatbord is een beschadiging waardoor het deel daar wit is. Dit was bij deze bromfiets ook zo. Bij mijn achtervelg aan de rechterkant zit ook een kleine beschadiging. Dat was bij deze bromfiets ook zo. Bij mijn kentekenplaathouder heb ik de reflector afgezaagd. Dat was ook zo bij deze

bromfiets. Bij mijn kettinggeleider heb ik drie schroefjes, één daarvan is afwijkend. Dat was bij deze bromfiets ook zo. Mijn kilometerstand was precies hetzelfde als deze bromfiets.

Bij het contactslot heb ik beschadigingen. Deze bromfiets had ook zulke beschadigingen. Aan de binnenzijde van het voorspatbord zit een beschadiging. Bij de voorkap om het voorlicht is ook een stuk lak weg. Dat was bij deze bromfiets ook zo. Op de uitlaat aan de linkerzijde zit een soort aanslag van schoenen. Dat was bij deze bromfiets net zo. Mijn achterband is versleten en de voorband niet. Dat was net zo bij deze bromfiets. Op het hitteschild bij de uitlaat zitten een paar krassen. Dat was bij deze brommer net zo.

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 september 2016, opgenomen op pagina 184 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van [naam] en [naam]:

Merk: Honda Zhenhua. Type: Dax. Het framenummer was verwijderd en er was geen kentekenplaat op de scooter aanwezig. Waarde: plus minus 3000 euro. Na het etsen van de plaats waar eerst het originele framenummer ingeslagen was, deze was verwijderd, kwam naar boven dat het kenteken wat bij deze brommer hoort de D-322-LZ is.

Type: Sprint. Kleur: lichtblauw. Het framenummer was verwijderd en er was geen kentekenplaat op de scooter aanwezig. Waarde: 4000-4500 euro. Perdok heeft foto's gestuurd van zijn bromfiets welke compleet overeenkomen met de inbeslaggenomen Vespa.

Merk: Derbi. Type: Senda. De Derbi Senda werd door de vermoedelijk rechtmatige eigenaar herkend op Speurders.nl. Waarde: 1000-2000 euro.

Feit 2

De rechtbank volstaat ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde (diefstal kentekens) met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

1. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 29 juni 2017.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 18 mei 2016, opgenomen op pagina 167 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2016188532 d.d. 6 maart 2017 inhoudende als verklaring van [slachtoffer 4].

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 15 mei 2016, opgenomen op pagina 170 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2016188532 d.d. 6 maart 2017 inhoudende als verklaring van [slachtoffer 5].

Bewijsmiddelen parketnummer 18/920060-17

De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder 1, 2, 3, 4 en 5 bij parketnummer 18/920060-17 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Deze opgave luidt als volgt:

1. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 29 juni 2017.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 10 januari 2017, opgenomen op pagina 308 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-201705202 d.d. 6 maart 2017 inhoudende de verklaring van [slachtoffer 6].

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 18 januari 2017, opgenomen op pagina 311 e.v. van voornoemd dossier inhoudende de verklaring van [slachtoffer 7].

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 13 januari 2017, opgenomen op pagina 348 e.v. van voornoemd dossier inhoudende de verklaring van [slachtoffer 8].

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d.10 januari 2017, opgenomen op pagina 314 e.v. van voornoemd dossier inhoudende de verklaring van [slachtoffer 9].

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 30 oktober 2016, opgenomen op pagina 351 e.v. van voornoemd dossier inhoudende de verklaring van [slachtoffer 10].

Bewezenverklaring

De rechtbank acht ter zake van parketnummer 18/229052-16 het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij op verschillende tijdstippen in de periode van 25 april 2016 tot en met 21 mei 2016 te Assen, meermalen, scooters/brommers, te weten:

- een Honda Zhenhua DAX toebehorende aan [slachtoffer 1] en

- een Piaggio Vespa toebehorende aan [slachtoffer 2] en

- een Derbi Senda toebehorende aan [slachtoffer 3]

heeft voorhanden gehad, terwijl hij telkens ten tijde van het voorhanden krijgen van deze goederen redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2.

hij in de periode van 14 mei 2016 tot en met 15 mei 2016 te Assen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee kentekenplaten (kentekens [nummer] en [nummer]) van de aldaar geparkeerd staande auto's, toebehorende aan [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5].

De rechtbank acht ter zake van parketnummer 18/920060-17 het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 9 januari tot en met 10 januari 2017 te Groningen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit parkeergarage "[parkeergarage]" een bromfiets (merk Piaggio, kleur zwart) toebehorende aan [slachtoffer 6], waarbij verdachte en zijn medeverdachten de weg te nemen bromfiets onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking;

2.

hij in de periode van 8 januari tot en met 18 januari 2017 te Groningen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit parkeergarage "[parkeergarage]" een bromfiets (merk: Piaggio, kleur blauw)

toebehorende aan [slachtoffer 7], waarbij verdachte en zijn medeverdachten de weg te nemen bromfiets onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking;

3.

hij in de periode van 8 januari tot en met 11 januari 2017 te Groningen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kentekenplaat behorende bij een bromfiets (merk: Piagio, AGM SP, staande in de parkeergarage "[parkeergarage]") toebehorende aan [slachtoffer 8], waarbij verdachte de weg te nemen kentekenplaat onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

4.

hij op 09 januari 2017 te Groningen, tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een scooter (merk: Piaggio type Vespa S, staande bij een school: [schoolnaam] aan de [straatnaam]) toebehorende aan [slachtoffer 9], waarbij verdachte en zijn medeverdachten die weg te nemen scooter onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking;

5.

hij op 30 oktober 2016 te Groningen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een scooter (Vespa LX, staande aan de [straatnaam]), toebehorende aan [slachtoffer 10], waarbij verdachte die weg te nemen scooter onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde bij parketnummer 18/229052-16 levert op:

1. subsidiair. Schuldheling, meermalen gepleegd.

2. Diefstal, meermalen gepleegd.

Het bewezen verklaarde bij parketnummer 18/920060-17 levert op:

1. Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te

nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

2. Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te

nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

3. Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van verbreking.

4. Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te

nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

5. Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van verbreking.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 153 dagen, waarvan 100 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met als bijzondere voorwaarden 6 maanden ITB Harde Kern en een meldplicht bij Jeugdbescherming Noord, vestiging Drenthe.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit dat verdachte niet opnieuw een vrijheidsstraf moet ondergaan, gelet op de betrekkelijk lange tijd die hij al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Hij is daarnaast van oordeel dat jeugdreclassering in het belang van verdachte is.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan schuldheling van scooters. Hierdoor heeft verdachte bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen voorwerpen. Daarnaast heeft verdachte zich – al dan niet samen met anderen – meermalen schuldig gemaakt aan diefstal van scooters en kentekenplaten door middel van verbreking. Hierdoor heeft hij schade, overlast en een gevoel van onveiligheid aan de benadeelden toegebracht. Met name de veelvoud en de relatief korte periode waarin deze feiten plaatsvonden, rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank in beginsel een onvoorwaardelijke jeugddetentie.

De rechtbank heeft kennis genomen van het ter terechtzitting toegelichte reclasseringsadvies waaruit blijkt dat verdachte in de afgelopen periode heeft meegewerkt aan het traject ITB Harde Kern, zich grotendeels aan afspraken wist te houden en een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. De reclassering adviseert om verdachte te veroordelen tot een (gedeeltelijk) voorwaardelijke jeugddetentie met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij Jeugdbescherming Noord en actieve deelname aan een ITB Harde Kern-traject voor de duur van 6 maanden.

De rechtbank is met de officier van justitie, de raadsman en de reclassering van oordeel dat een dergelijk traject, alsmede een actieve en coöperatieve houding van verdachte, vruchten zal afwerpen voor verdachtes ontwikkeling. De rechtbank zal dan ook, alles overziend, bovengenoemde adviezen overnemen en overgaan tot het opleggen van een gedeeltelijk voorwaardelijke jeugddetentie met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en deelname aan een ITB Harde Kern-traject voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaar. De rechtbank zal daarbij bepalen dat de tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht gelijk dient te zijn aan de duur van het onvoorwaardelijke deel van de jeugddetentie, zodat verdachte niet rechtens van zijn vrijheid wordt beroofd zo lang hij zich aan de aan hem opgelegde algemene en bijzondere voorwaarden zal houden. Conform de nieuwe landelijke oriëntatiepunten, stelt de rechtbank vast dat verdachte in totaal 59 dagen in voorarrest heeft doorgebracht en zal dan ook bepalen dat het onvoorwaardelijke deel van de jeugddetentie 59 dagen zal bedragen.

Benadeelde partij

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:1. [slachtoffer 9] (18/920060-17), tot een bedrag van € 2.753,53 ter zake van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan; 2. [slachtoffer 3] (18/229052-16), tot een bedrag van € 1.750,- ter vergoeding van materiële schade en € 1.000,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] in zijn vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat de gestelde schade niet is toe te rekenen aan verdachte, ervan uitgaande dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan heling. Zij heeft gevorderd dat de vordering van [slachtoffer 9] wordt toegewezen, nu naar haar oordeel de vordering voldoende is onderbouwd. Daarbij heeft zij de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd, met een vervangende jeugddetentie van nul dagen. Voorts heeft zij geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de vordering van [slachtoffer 3] betwist. Hij heeft aangevoerd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk behoort te worden verklaard in zijn vordering, omdat de gestelde schade zijns inziens niet het rechtstreeks gevolg is van het handelen van verdachte. De raadsman is van oordeel dat de vordering van [slachtoffer 9] dient te worden gematigd tot en bedrag van € 1.600,- en dat een vierde daarvan, te weten € 400,-, voor rekening van verdachte dient te komen, aangezien hij het feit met drie anderen heeft gepleegd.

Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is de door de benadeelde partij [slachtoffer 3] gestelde schade geen rechtstreeks gevolg van het bewezen verklaarde onder 1 subsidiair bij parketnummer 18/229052-16, zijnde schuldheling. De rechtbank zal daarom bepalen dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk is.

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij [slachtoffer 9] schade tot een hoogte van € 1.600,- heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde onder 4 bij parketnummer

18/920060-17. De rechtbank overweegt daarbij dat uit de aangifte blijkt dat aangeefster haar scooter in januari 2016 heeft aangeschaft voor een bedrag van € 1.750,- en zal voor de maanden tot aan de diefstal een afschrijving van € 150,- hanteren. Nu deze schade is veroorzaakt door vier medeverdachten, waaronder verdachte, zal de rechtbank bepalen dat verdachte aansprakelijk is tot een bedrag van € 400,-. De vordering zal dan ook worden toegewezen tot een bedrag van € 400,- te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 januari 2017.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 9] tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade van [slachtoffer 9] die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed. De rechtbank zal daarbij de vervangende hechtenis vaststellen op 0 dagen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 77a, 77c, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 310, 311 en 417 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte bij parketnummer 18/229052-16 onder 1 primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het ten laste gelegde onder 1 subsidiair en 2 bij parketnummer 18/229052-16 en het ten laste gelegde onder 1, 2, 3, 4 en 5 bij parketnummer 18/920060-17 bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een jeugddetentie voor de duur van 159 dagen.

Bepaalt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot 100 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaar, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de (eventuele) uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich binnen 5 dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis meldt bij Jeugdbescherming Noord op het adres Klompmakerstraat 2a, 9403 VL Assen en dat hij zich daarna zal blijven melden zo frequent en zo lang als deze instelling dat noodzakelijk acht. De veroordeelde zal zich houden aan de aanwijzingen die hem door of namens de jeugdreclassering worden gegeven en aan de afspraken die de jeugdreclassering met hem maakt tijdens zijn toezicht;

2. dat de veroordeelde actief deelneemt aan een ITB Harde Kern-traject voor de duur van 6 maanden. De veroordeelde zal zich houden aan de aanwijzingen die hem door of namens de instelling in het kader van dit traject zullen worden gegeven.

Draagt voornoemde reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Ten aanzien van 18/229052-16, feit 1:

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] in de vordering niet-ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. Bepaalt dat de benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

Ten aanzien van 18/920060-17, feit 4:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 400,- (zegge: vierhonderd euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 januari 2017. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 9] te betalen een bedrag van € 400,- (zegge: vierhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 januari 2017, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 0 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 400,- aan materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 9] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9] voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.I. Klaassens, voorzitter tevens kinderrechter, mr. J.G. de Bock en mr. S. Zwarts, rechters, bijgestaan door mr. M.T. Bos, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 juli 2017.

Mr. J.G. de Bock is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.