ECLI:NL:RBOBR:2017:3317 Rechtbank Oost-Brabant , 15-05-2017 / 01/845438-16

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/845438-16

Datum uitspraak: 15 mei 2017

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,

wonende te [adresgegevens 1] ,

thans gedetineerd te: P.I. HvB Grave (Unit A + B).

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 14 oktober 2016, 6 januari 2017, 10 maart 2017 en 21 april 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 21 september 2016. Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 6 januari 2017 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

[delict 1:]

hij op of omstreeks 15 juli 2016 te 's-Hertogenbosch een wapen van categorie III, te weten een dubbelloops hagelgeweer van het merk Fair, model LX680, serienummer 105831, voorhanden heeft gehad;

2.

[delict 2:]

hij in of omstreeks de periode van 6 juni 2016 tot en met 7 juni 2016 te Lith, gemeente Oss,
met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een kluis in een achterhuis op het perceel aan de [adresgegevens 2] heeft weggenomen vijf lange wapens (geweren) en/of 100 hagelpatronen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of een valse sleutel, te weten door gebruik te maken van een sleutel tot welk gebruik hij niet gerechtigd was;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 6 juni 2016 tot en met 15 juli 2016 te 's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, een goed te weten een dubbelloops hagelgeweer van het merk Fair, model LX680, serienummer 105831 heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed
wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

3.

[delict 7:]

hij op of omstreeks 28 juni 2016 te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een dierenkliniek aan de [adresgegevens 3] weg te nemen goederen en/of geld van zijn en/of zijn mededaders gading, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren)/geld onder zijn/hun bereik te brengen
door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, met zijn mededader(s), althans alleen, met een steen heeft geslagen tegen, in elk geval doende is geweest met het
forceren van, twee/een ruit(en) van die dierenkliniek, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 28 juni 2016 te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk twee/een ruit(en) van een dierenkliniek aan de [adresgegevens 3] , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

4.

[delict [adresgegevens 6] :]

hij op meerdere, althans een, tijdstip(pen) op of omstreeks 15 mei 2016 te Nuland, gemeente 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- uit/vanaf een hotelkamer met kamernummer 5 -
een mobiele telefoon merk Samsung, type S5, kleur zwart, geheel of ten dele
toebehorende aan [benadeelde partij 3] en/of

- uit/vanaf een hotelkamer met kamernummer [adresgegevens 6] -

een kluis, geheel of ten dele toebehorende aan [hotel 1] en/of
autosleutels en/of een pinpas en/of een creditcard, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 4] en/of [benadeelde partij 5] en/of

- uit/vanaf een hotelkamer met kamernummer 10 -

een portemonnee (met als inhoud diverse pasjes en/of buitelands geld), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 6] en/of

- uit/vanaf een hotelkamer met kamernummer 11 -

een hoeveelheid geld (te weten een briefje van 20 euro en/of 4,50 euro aan muntgeld), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 7] en/of een flesje parfum, geheel of ten delen toebehorende aan [benadeelde partij 8] en/of

- uit/vanaf een hotelkamer met kamernummer 206 -

autosleutels van het merk Renault, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 9] en/of

een ABN bankpas en/of een tankpas en/of een ABN creditcard en/of een CZ zorgpas en/of een studentenpas, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 10] en/of

- uit/vanaf een hotelkamer met kamernummer 215 -

een portemonnee (met als inhoud diverse pasjes en/of geld, te weten ongeveer 40,- euro), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 11] en/of een portemonnee (met als inhoud diverse pasjes en/of geld, te weten ongeveer 250,- euro), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 12] en/of

- uit/vanaf een hotelkamer met kamernummer 222 -

een sleutelbos en/of een portemonnee (met als inhoud een memory stick en/of een rijbewijs en/of een creditcard en/of een bankpas en/of geld, te weten ongeveer 100,- euro), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 13] , in elk geval (telkens) enig goed, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of dat geld onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

5.

[delict 10:]

hij op of omstreeks 17 juni 2016 te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adresgegevens 4] heeft weggenomen een hoeveelheid briefgeld (te weten ongeveer 1.500,- euro) en/of een horloge van het merk Prisma en/of een zilveren halsketting en/of een portemonnee (met als inhoud diverse pasjes en/of een rijbewijs en/of een hoeveelheid geld, te weten ongeveer 60,- euro), in elk geval enig goed,
geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 14] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen
goed(eren) en/of dat geld onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van

braak en/of verbreking en/of inklimming;

6.

[delict 11:]

hij op of omstreeks 17 juni 2016 te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adresgegevens 5] weg te nemen geld en/of (een) goed(eren) van zijn, verdachtes, en/of zijn mededaders gading, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 15] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn
mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of
die/dat weg te nemen goed(eren) en/of dat geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, met zijn mededader(s), althans alleen, tegen een tuinpoort op het erf van die woning heeft geduwd en/of een tuinpoort op het erf van die woning heeft geforceerd en/of (vervolgens) een (geheel omheinde) tuin, behorende bij die woning, heeft betreden en/of (vervolgens) met een breekvoorwerp heeft gewrikt in de sluitnaad van een buitendeur van die woning, althans doende is geweest met het forceren van een buitendeur van die woning, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7.

[delict 12:]

hij op of omstreeks 17 juni 2016 te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adresgegevens 6] heeft weggenomen
een marifoon van het merk Raymarine en/of een (GPS-)apparaat van het merk Garmin Handheld en/of een (verlovings)ring en/of oorsieraden en/of een horloge van het merk Tissot en/of twee portemonnees en/of een hoeveelheid pasjes, in elk geval enig goed,
geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 16] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen
goed(eren) onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

8 .

[delict 13:]

hij op of omstreeks 06 juli 2016 te Berlicum, gemeente Sint-Michielsgestel, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adresgegevens 7] heeft weggenomen een Apple Ipad en/of een navigatiesysteem en/of een oplader en/of een hoeveelheid sieraden en/of drie horloges en/of een hoeveelheid geld (te weten ongeveer 50,- euro), in elk geval enig goed,
geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 17] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen
goed(eren) en/of dat geld onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak ten aanzien van feit 2 primair, feit 3 en feit 4.

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat zich in het dossier onvoldoende bewijs bevindt waaruit vast komt te staan dat verdachte de onder 2 primair tenlastegelegde diefstal heeft begaan en acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 2 primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De rechtbank acht ook niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 3 primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De rechtbank heeft daarbij het volgende overwogen:De rechtbank stelt vast dat het bewijs dat verdachte het tenlastegelegde onder 3 heeft gepleegd, hoofdzakelijk is gebaseerd op de door [verbalisant 1] gerelateerde waarneming op de plaats delict en een latere herkenning van verdachte aan de hand van een paspoortfoto (bladzijde 346 van het eind proces-verbaal). De rechtbank stelt voorop dat behoedzaam dient te worden omgegaan met herkenningen en de bewijskracht daarvan. Dit geldt te meer indien deze herkenningen het enige bewijsmiddel zijn dat de directe betrokkenheid van een verdachte bij de ten laste gelegde feiten kan aantonen. Er bestaat bij de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de oprechtheid van de verbalisant, die heeft verklaard op de paspoortfoto verdachte zonder twijfel te herkennen als zijnde de man die hij heeft gezien bij de dierenkliniek. Bij de beoordeling van het bewijs is echter van doorslaggevend belang of deze herkenning voldoende betrouwbaar is om daadwerkelijk tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van een herkenning van een persoon is onder meer de mate van zichtbaarheid van diens persoonskenmerken van belang. Daarnaast is ook van belang onder welke omstandigheden en met welke frequentie de waarnemer de door hem herkende persoon eerder heeft gezien. In dit verband stelt de rechtbank het volgende vast.Uit het proces-verbaal van bevindingen (blz. 346-347 eindproces-verbaal) blijkt dat het ten tijde van het plegen van het onderhavige feit donker was en dat de straatverlichting brandde. De verbalisant heeft op enige afstand staan kijken en heeft in het door hem opgegeven signalement enige bijzondere kenmerken gegeven. Later die dag kreeg de verbalisant de vraag van een collega of hij naar een paspoort wilde kijken dat was gevonden in een auto die was aangetroffen tijdens het onderzoek naar de vernieling bij de dierenkliniek te Rosmalen.

Geletop het beperkte zicht op de plaats delict en het feit dat de later getoonde paspoortfoto slechts een afbeelding betrof van het gezicht van een persoon en niet het gehele lichaam, is niet met zekerheid vast te stellen dat het ook daadwerkelijk verdachte betreft die is waargenomen ter plaatste van de dierenkliniek. Het voorgaande maakt dat de door de verbalisant gedane herkenning de rechtbank in onvoldoende mate overtuigt als zijnde betrouwbaar. Hierbij weegt ook mee dat de herkenning heeft plaatsgevonden op basis van één foto en niet op basis van een meervoudige fotoconfrontatie. Daarnaast staat het voor de rechtbank niet vast dat de door [verbalisant 1] omschreven zwarte Seat, dezelfde Seat is die later door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] is aangetroffen op het [adresgegevens 9] te ’s-Hertogenbosch, waarin het paspoort van verdachte is gevonden. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

De rechtbank acht eveneens niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 4 is ten laste gelegd, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt hierbij het volgende.

De rechtbank stelt vast dat het bewijs dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd, uitsluitend is gebaseerd op de door [verbalisant 4] gerelateerde herkenning van verdachte. De rechtbank stelt voorop dat behoedzaam dient te worden omgegaan met herkenningen en de bewijskracht daarvan. Dit geldt te meer indien deze herkenningen het enige bewijsmiddel zijn dat de directe betrokkenheid van een verdachte bij een ten laste gelegd feit kan aantonen. Er bestaat bij de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de oprechtheid van de verbalisant, die heeft verklaard verdachte te herkennen op de camerabeelden. Bij de beoordeling van het bewijs is echter van doorslaggevend belang of deze herkenning voldoende betrouwbaar is om daadwerkelijk tot een bewezenverklaring te kunnen komen.

Voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van een herkenning aan de hand van camerabeelden of afbeeldingen is onder meer van belang in hoeverre op deze afbeeldingen voldoende duidelijke, specifieke en onderscheidende persoonskenmerken zichtbaar zijn.

Of hiervan sprake is hangt af van de kwaliteit van de (af)beeld(ing)en evenals de mate van zichtbaarheid van persoonskenmerken op die (af)beeld(ing)en. Daarnaast is ook van belang onder welke omstandigheden en met welke frequentie de waarnemer de door hem herkende persoon eerder heeft gezien.

De eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting op 21 april 2017, op welke terechtzitting de camerabeelden van [hotel 1] van 15 mei 2016 zijn bekeken, is dat de persoon die zichtbaar is op de beelden enige gelijkenissen vertoont met het uiterlijk van verdachte zoals te zien is ter terechtzitting. Bij gebrek aan op de beelden herkenbare, specifieke en onderscheidende persoonskenmerken is echter niet met zekerheid vast te stellen dat het ook daadwerkelijk verdachte betreft. Het voorgaande maakt dat de door de verbalisant gedane herkenning de rechtbank in onvoldoende mate overtuigt als betrouwbaar, temeer nu de verbalisant niet specifiek heeft gerelateerd waaraan verdachte herkend zou zijn. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijs en de beoordeling daarvan.

Bewijsbijlage:

Omwille van de leesbaarheid van het vonnis, wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan. Deze is gevoegd als bewijsbijlage bij dit vonnis (pagina’s 19 tot en met 28) en dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat feit 2 primair niet kan worden bewezen. De feiten 1, 2 subsidiair, 3, 4, 5, 6, 7 en [adresgegevens 6] acht zij wel wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7, omdat er onvoldoende wettig bewijs is. Ten aanzien van feit [adresgegevens 6] heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank.

Feit 1:

Aan de hand van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast:Op 15 juli 2016 werd bij een doorzoeking van de woning [adresgegevens 8] , achter het bankstel in de woonkamer een jachtgeweer aangetroffen, verpakt in een plastic zak.De [hoofdbewoonster] heeft verklaard dat verdachte op het moment van de doorzoeking in haar woning verbleef en op de bank sliep. Verder heeft zij verklaard dat zij de dag voor de doorzoeking haar woning nog had schoongemaakt, alles – derhalve ook het bankstel - van de muur vandaan heeft getrokken en dat zij toen geen wapen heeft zien liggen achter de bank. De rechtbank is van oordeel dat deze verklaring betrouwbaar is.

Verdachte heeft zich desgevraagd beroepen op zijn zwijgrecht.

Gelet op de plaats waar het wapen is aangetroffen en de wijze waarop dat wapen is verstopt, is de rechtbank van oordeel dat van de verdachte daarvoor een redelijke verklaring mag worden verlangd.

Nu de verdachte daarvoor geen redelijke verklaring heeft gegeven en voorts niet aannemelijk is geworden dat naast de verdachte ook andere personen verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor de aanwezigheid van het vuurwapen, is de rechtbank van oordeel, dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte zich in meerdere of mindere mate van die aanwezigheid hiervan bewust moet zijn geweest.

Daarmee komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde voorhanden hebben van een dubbelloops hagelgeweer.

Feit 2 subsidiair:

Voor de bewezenverklaring van opzet- of schuldheling is van belang dat dient te worden vastgesteld dat de verdachte “ten tijde van” bijvoorbeeld het voorhanden “krijgen” wist dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een “door misdrijf verkregen goed” betrof. Daarbij kan onder omstandigheden een rol spelen of de verdachte een aannemelijke verklaring heeft gegeven met betrekking tot het voorhanden hebben van het voorwerp.

Uit de bewijsmiddelen die de rechtbank voor het onder 1 bewezenverklaarde feit heeft gebruikt, blijkt dat verdachte op 15 juli 2016 het wapen, een dubbelloops jachtgeweer van het merk Fair, model LX680, serienummer 105831, voorhanden heeft gehad. Het lag verpakt in een plastic zak achter de bank in de woning van verdachtes vriendin. Uit de bewijsmiddelen is niet op te maken dat verdachte beschikte over een wapenvergunning, zodat het voorhanden hebben van dit wapen illegaal is. Verdachte heeft desgevraagd geen verklaring gegeven omtrent de verkrijging van het wapen. Uit de omstandigheden waaronder het geweer is aangetroffen, het feit dat niet is gebleken dat verdachte rechtmatig over het geweer beschikte en het feit dat verdachte geen verklaring heeft gegeven over de rechtmatige verkrijging van het geweer, leidt de rechtbank af dat verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van het genoemde wapen redelijkerwijs had moeten vermoeden dat dit van enig misdrijf afkomstig was.

Feiten 5, 6 en 7:De modus operandi

De rechtbank is van oordeel dat de hierna onder 5, 6 en 7 bewezen verklaarde feiten, de woninginbraken in de woningen [adresgegevens 4] en [adresgegevens 6] en de poging daartoe in [adresgegevens 5] op 17 juni 2017, in onderling verband en samenhang moeten worden bezien.

Werktuigsporen.

Bij de inbraak in de woning [adresgegevens 4] te Rosmalen op 17 juni 2016 is een schroevendraaier aangetroffen die niet aan de bewoners toebehoorde. Op deze schroevendraaier werd een DNA-profiel van een man aangetroffen. Dit DNA kan afkomstig zijn van verdachte met een matchkans kleiner dan één op één miljard. In een vergelijkend werktuigsporenonderzoek is vastgesteld dat het op de sluitplaat van de buitendeur van de bijkeuken aangetroffen werktuigspoor is veroorzaakt door deze schroevendraaier.

Bij de poging inbraak in de woning [adresgegevens 5] te Rosmalen op 17 juni 2016 is een werkwerktuigspoor veilig gesteld op de sluitplaat van de achterdeur. In een vergelijkend werktuigsporenonderzoek is vastgesteld dat dit werktuigspoor is veroorzaakt door de in de woning [adresgegevens 4] aangetroffen schroevendraaier.

Van het bij de op 17 juni 2016 gepleegde inbraak in de woning [adresgegevens 6] (feit 7) afgevormde werktuigspoor kon niet worden vastgesteld dat het is veroorzaakt door de betreffende schroevendraaier.

Schoensporen.

Bij de woningen [adresgegevens 4] en [adresgegevens 6] werd ter hoogte van het cilinderslot van de voordeur een schoenspoor aangetroffen. Deze schoensporen werden vergeleken met de vijf paar onder verdachte in beslag genomen schoenen. Op grond van vergelijkend schoenspooronderzoek werd geconcludeerd dat de schoensporen zijn veroorzaakt met een schoen soortgelijk aan drie rechterschoenen van de in beslag genomen schoenen. Het profiel, en de afmetingen kwamen overeen en onverklaarbare verschillen werden niet waargenomen. Door het ontbreken van karakteristieke overeenkomsten kon niet worden vastgesteld dat de sporen daadwerkelijk werden veroorzaakt door een van die schoenen.

Voor wat betreft de inbraak in de woning aan de [adresgegevens 5] (feit 6) en de poging tot inbraak aan de [adresgegevens 4] (feit 5) stelt de rechtbank aan de hand van wettige bewijsmiddelen vast dat verdachte deze heeft gepleegd. Verdachte heeft met een schroevendraaier, waarop zijn DNA is aangetroffen, in de woning ingebroken.

Bij de afweging of er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor een bewezenverklaring van het onder 7 ten laste gelegde, weegt de rechtbank mee dat er in dit geval sprake is van dezelfde modus operandi als bij de onder 5 en 6 bewezenverklaarde feiten. Immers de modus operandi van de inbraken op 17 juni 2016 te Rosmalen in de straat [straatnaam] in de woningen van nummers [adresgegevens 6] en [adresgegevens 4] en de poging inbraak in de woning van [adresgegevens 5] komt op essentiële punten met elkaar overeen. De woningen zijn op korte afstand van elkaar gelegen en de inbraken dan wel de poging daartoe vonden plaats op nagenoeg dezelfde tijd. De rechtbank wijst verder op de overeenkomende werkwijze ten aanzien van de schroevendraaier en het schoenspoor op de deuren. Verdachte heeft met een schroevendraaier gewrikt in de sluitnaad van de buitendeur, ter hoogte van het cilinderslot, waardoor er schade op de buitendeur en op het kozijn was ontstaan. Er zaten krassen van een breekvoorwerp op de sluitplaat van het cilinderslot. De krassen werden opgemeten als indicatie van de breedte van de vouw. De krassen hadden een breedte van [adresgegevens 4] millimeter.

Op de buitenzijde van de voordeur, ter hoogte van het cilinderslot, stond een schoenspoor. Het schoenspoor werd veiliggesteld met folie voor eventueel verder onderzoek.

Bij de inbraak in de woning [adresgegevens 6] (feit 7) stelt de rechtbank aan de hand van wettige bewijsmiddelen vast dat er ook hier met een breekvoorwerp, vermoedelijk een schroevendraaier, is gewrikt in de sluitnaad van de houten deur, ter hoogte van het cilinderslot. Ter hoogte van de nachtschoot was een indruk in het hout. De vouw van het breekvoorwerp werd opgemeten als indicatie voor de breedte van het breekvoorwerp. Het betrof een breedte van [adresgegevens 4] millimeter. Op de buitenzijde van de voordeur, ter hoogte van het cilinderslot, stond een schoenspoor. Dit schoenspoor werd veiliggesteld met folie voor eventueel verder onderzoek. Het kozijn rond de sluitkom van het slot in verticale richting was gespleten. De voordeur, rond het slot, ook in verticale richting was gesleten. Gezien het sporenbeeld werd met kracht tegen de voordeur getrapt waardoor de voordeur werd geopend.

Dit alles in onderling verband en nauwe samenhang bezien, acht de rechtbank bewezen dat verdachte ook de inbraak in de woning op het adres [adresgegevens 6] (feit 7) heeft begaan.

Feit 8.

Bij de woninginbraak aan de woning [adresgegevens 7] te Berlicum op 6 juli 2016 zijn twee bloedsporen aangetroffen bevattende het DNA-profiel van een onbekende man. Het DNA kan afkomstig zijn van verdachte met een matchkans kleiner dan één op één miljard. Verdachte heeft geen verklaring gegeven voor de aanwezigheid van zijn DNA in de betreffende woning.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1.
op 15 juli 2016 te 's-Hertogenbosch een wapen van categorie III, te weten een dubbelloops hagelgeweer van het merk Fair, model LX680, serienummer 105831, voorhanden heeft gehad;

2.
op 15 juli 2016 te 's-Hertogenbosch, een dubbelloops hagelgeweer van het merk Fair, model LX680, serienummer 105831 voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

5.
op 17 juni 2016 te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [adresgegevens 4] heeft weggenomen
een hoeveelheid briefgeld (te weten ongeveer 1.500,- euro) en een horloge van het merk Prisma en een zilveren halsketting en een portemonnee (met als inhoud diverse pasjes en een rijbewijs en een hoeveelheid geld, te weten ongeveer 60,- euro), toebehorende aan [benadeelde partij 14] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

6.
op 17 juni 2016 te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adresgegevens 5] weg te nemen geld en/of (een) goed(eren) van zijn, verdachtes, gading, toebehorende aan [benadeelde partij 15] , en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak, tegen een tuinpoort op het erf van die woning heeft geduwd en een tuinpoort op het erf van die woning heeft geforceerd en (vervolgens) een (geheel omheinde) tuin, behorende bij die woning, heeft betreden en
(vervolgens) met een breekvoorwerp heeft gewrikt in de sluitnaad van een buitendeur van die woning, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7.
op 17 juni 2016 te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adresgegevens 6] heeft weggenomen
een marifoon van het merk Raymarine en een (GPS-)apparaat van het merk Garmin Handheld en een (verlovings)ring en oorsieraden en een horloge van het merk Tissot en twee portemonnees en een hoeveelheid pasjes, toebehorende aan [benadeelde partij 16] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

8.
op 06 juli 2016 te Berlicum, gemeente Sint-Michielsgestel, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adresgegevens 7] heeft weggenomen een Apple Ipad en een navigatiesysteem en een oplader en een hoeveelheid sieraden en drie horloges en een hoeveelheid geld (te weten ongeveer 50,- euro), toebehorende aan [benadeelde partij 17] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats
van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

Een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar met aftrek voorarrest en teruggave van het inbeslaggenomen dubbelloops hagelgeweer aan [benadeelde partij 1] .

Niet ontvankelijk verklaring van de benadeelde partijen [hotel 1] , [benadeelde partij 18] en [benadeelde partij 1] in hun vordering.

Gehele toewijzing van de vordering van de benadeelde partijen [benadeelde partij 3] (€ 359,=), [benadeelde partij 13] ( € 77,35) en [benadeelde partij 14] (€ 560,=), met daarbij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Toewijzing van de vordering van de [benadeelde partij 17] , tot een bedrag van

€ 14.643,= met daarbij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

Als de rechtbank tot een veroordeling van meerdere feiten zou komen heeft de raadsman verzocht om een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van maximaal de tijd die verdachte op de dag van de uitspraak reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Gelet op het feit dat de raadsman voor de feiten 1 tot en met 7 vrijspraak heeft verzocht, heeft hij de niet ontvankelijkheid van de benadeelde partijen bepleit.

Wat betreft de hoogte van de vorderingen van de benadeelde partijen heeft de raadsman zich gerefereerd, met daarbij de aantekening dat een IPad en een navigatiemiddel reeds na een jaar verouderd zijn.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bezit en heling van een vuurwapen. Het ongecontroleerde bezit van een vuurwapen verhoogt het risico op een levensbedreigend geweldsdelict. Daarom moet streng worden opgetreden tegen het onbevoegd voorhanden hebben van vuurwapens.

Voorts heeft verdachte drie woninginbraken en één poging daartoe gepleegd. De woning is bij uitstek de plaats waar men zich veilig moet kunnen voelen. Een inbraak in de woning veroorzaakt gevoelens van angst en onveiligheid bij de bewoners in het bijzonder en in de samenleving in het algemeen. Daarnaast brengt een woninginbraak voor de benadeelden materiële schade en overlast met zich mee. Verdachte heeft zich van dit alles niets aangetrokken. Hij heeft zich enkel laten leiden door financiële motieven.

Diefstallen veroorzaken overlast en schade. Uit verdachtes handelen spreekt minachting voor andermans eigendom. Zo heeft hij bijvoorbeeld diverse erfstukken van een 83-jarige weduwe [benadeelde partij 17] weggehaald. In haar vordering benadeelde partij geeft zij aan dat zij angst heeft om van huis weg te gaan alsmede om thuis te komen. Verder heeft zij slaapproblemen en heeft de inbraak haar leven ontwricht. Dit alles rekent de rechtbank verdachte zeer aan.

Verdachte heeft voor de door hem gepleegde feiten geen enkele verantwoordelijkheid genomen en op geen enkele wijze berouw getoond of laten blijken dat hij inziet welk leed hij de slachtoffers heeft toegebracht.

De rechtbank heeft gelet op een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 20 maart 2017. Daaruit volgt dat verdachte voorafgaand aan het begaan van het bewezenverklaarde herhaaldelijk is veroordeeld ter zake van vermogensdelicten, onder meer tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen. Deze eerdere veroordelingen zijn onherroepelijk. De veroordelingen hebben verdachte er niet van weerhouden opnieuw soortgelijke misdrijven te begaan. De rechtbank weegt deze omstandigheid ten nadele van verdachte mee bij de straftoemeting. Verdachte is kennelijk niet bereid is zijn crimineel gedrag te veranderen.

De rechtbank acht uit een oogpunt van vergelding en ter beveiliging van de maatschappij een vrijheidsbeneming van lange duur op zijn plaats.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt en de eis van de officier van justitie was gebaseerd op meer feiten dan waarvoor de rechtbank de verdachte veroordeelt.

De vordering van de [benadeelde partij 1] .

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien in zoverre geen sprake is van rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade. De vordering van de benadeelde partij is gebaseerd op de diefstal van geweren en munitie, terwijl verdachte wordt veroordeeld voor de heling van een van die geweren.

De rechtbank zal de kosten van partijen compenseren aldus dat elke partij haar eigen kosten draagt.

De vordering van de benadeelde partij [hotel 1] .

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

Benadeelde partij heeft in haar verzoek tot schadevergoeding geen bedrag opgenomen; wel wordt verwezen naar bijlagen, waaruit zou moeten blijken welke schade is geleden.

Uit die bijlagen blijkt dat het voornamelijk gaat om de schades die de diverse hotelgasten hebben geleden. Nergens blijkt dat de indiener van de vordering gemachtigd is om namens deze hotelgasten een schadevergoedingsverzoek in te dienen. Alleen al om die reden dient de vordering niet ontvankelijk te worden verklaard.

De rechtbank zal de kosten van partijen compenseren aldus dat elke partij haar eigen kosten draagt.

De vordering van de [benadeelde partij 3] .

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft.

De rechtbank zal de kosten van partijen als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering compenseren aldus dat elke partij haar eigen kosten draagt.

De vordering van de [benadeelde partij 13] .

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft.

De rechtbank zal de kosten van partijen compenseren aldus dat elke partij haar eigen kosten draagt.

De vordering van de [benadeelde partij 14] .

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

De vordering van de [benadeelde partij 17] .

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

De vordering van de [benadeelde partij 18] .

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien in zoverre geen sprake is van rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade.

Immers de vordering heeft betrekking op een feit waarvoor verdacht thans niet wordt vervolgd.

De rechtbank zal, nu de vordering niet wordt toegewezen, de benadeelde partij veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

Beslag.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen aan [benadeelde partij 1] nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen goederen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 24c, 27, 36f, 45, 57, 310, 311, 417bis

Wet wapens en munitie art. 26, 55.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 2 primair, 3 primair, 3 subsidiair en 4 is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

verklaart het ten laste gelegde onder 1, 2 subsidiair, 5, 6, 7 en 8 bewezen zoals hiervoor is omschreven.

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

T.a.v. feit 2 subsidiair:
schuldheling

T.a.v. feit 5:
diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

T.a.v. feit 6:
poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

T.a.v. feit 7:
diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

T.a.v. feit 8:
diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming

verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

legt op de volgende straf en maatregelen:

T.a.v. feit 1, feit 2 subsidiair, feit 5, feit 6, feit 7, feit 8 :gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht

Beveelt de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten: een geweer, Fair LX680, goednummer 1036618 identificatienummer AAJD3544NL aan [benadeelde partij 1] .

T.a.v. feit 2 subsidiair:
Niet-ontvankelijkverklaring van de [benadeelde partij 1] , in de vordering.

Compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.

T.a.v. feit 3 primair, feit 3 subsidiair:
Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [hotel 1] , in de vordering.

Compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.

T.a.v. feit 3 primair, feit 3 subsidiair:
Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] , in de vordering.

Compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.

T.a.v. feit 3 primair, feit 3 subsidiair:
Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [benadeelde partij 13] , in de vordering.

Compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.

T.a.v. feit 5:
Maatregel van schadevergoeding van EUR 560,00 subsidiair 11 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 14] van een bedrag van EUR 560,= (zegge: vijfhonderdenzestig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 11 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 250,= immateriële schadevergoeding en EUR 310,= materiële schadevergoeding.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij :

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 14] , van een bedrag van EUR 560,= (zegge: vijfhonderdenzestig euro), te weten EUR 250,= immateriële schadevergoeding en EUR 310,= materiële schadevergoeding.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

T.a.v. feit 8:
Maatregel van schadevergoeding van EUR 14.661,00 subsidiair 108 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 17] van een bedrag van EUR 14.661,= (zegge: veertienduizend zeshonderdeenenzestig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 108 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 1.000,= immateriële schadevergoeding en EUR 13.661.= materiële schadevergoeding.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 17] , van een bedrag van EUR 14.661,= (zegge: veertienduizend zeshonderdeenenzestig euro), te weten EUR 1.000,= immateriële schadevergoeding en EUR 13.661,= materiële schadevergoeding.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M. Kooijmans-de Kort, voorzitter,

mr. S.J.W. Hermans en mr. F.A. te Water Mulder, leden,

in tegenwoordigheid van J.C. de Steur, griffier,

en is uitgesproken op 15 mei 2017.