ECLI:NL:RBOBR:2017:3328 Rechtbank Oost-Brabant , 21-06-2017 / C/01/315938 / HA ZA 17-9

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/315938 / HA ZA 17-9

Vonnis in incident van 21 juni 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ECO SOLUTIONS NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Eindhoven,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. E.F.E. van Essen te Apeldoorn,

tegen

de vennootschap naar Duits recht KONBA AG,

gevestigd te Wettringen, Bondsrepubliek Duitsland,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. P.D. Bosma te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Eco Solutions en Konba genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding,

-

de incidentele conclusie houdende de exceptie van onbevoegdheid,

-

de conclusie van antwoord in het incident.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De beoordeling in het incident

2.1.

In de hoofdzaak stelt Eco Solutions dat zij met betrekking tot twee lichtprojecten twee afzonderlijke koopovereenkomsten heeft gesloten met Konba. Koopovereenkomst I is volgens Eco Solutions gesloten op 21 september 2011 en hield in dat Konba 35 LED-lampen met toebehoren zou leveren voor een bedrag van € 21.658,50, zonder BTW. Koopovereenkomst II is volgens Eco Solutions gesloten in juni 2014. Op grond van die overeenkomst zou Konba LED-lampen en toebehoren zoals armaturen, omvormers en transformator leveren, voor een koopprijs van € 65.317,60, zonder BTW. Eco Solutions stelt dat de geleverde zaken niet aan de overeenkomst beantwoordden en heeft na ingebrekestelling een beroep gedaan op ontbinding van beide overeenkomsten. In de hoofdzaak vordert Eco Solutions kort gezegd ontbinding van beide overeenkomsten, veroordeling van Konba tot terugbetaling van de door Eco Solutions aan haar betaalde bedragen en schadevergoeding.

2.2.

In het incident vordert Konba dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. Konba stelt dat op de beide overeenkomsten haar algemene voorwaarden van toepassing zijn, waarin in artikel 11 lid 2 is bepaald dat voor geschillen voortvloeiend uit de overeenkomst de rechtbank van de plaats van vestiging van Konba bevoegd is. Konba is gevestigd binnen het rechtsgebied van het Landgericht Münster, Duitsland. Die rechtbank is daarom exclusief bevoegd.

2.3.

Eco Solutions voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

2.4.

In dit geval is sprake van een burgerlijke- of handelszaak in de zin van artikel 1 van de Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: Herschikte EEX-Vo). Verder heeft Konba, de gedaagde, woonplaats op het grondgebied van een lidstaat (zie artt. 4 en 5 Herschikte EEX-Vo) en zijn de vorderingen ingesteld na 10 januari 2015 (art. 66 lid 1 Herschikte EEX-Vo). Dat betekent dat de Herschikte EEX-Vo van toepassing is voor wat betreft de vraag naar de bevoegdheid van de Nederlandse rechter.

2.5.

De Nederlandse rechter kan in deze zaak geen rechtsmacht ontlenen aan de in artikel 4 lid 1 Herschikte EEX-Vo neergelegde hoofdbevoegdheidsregel van de Herschikte EEX-Vo, omdat de gedaagde, Konba, niet woonachtig is in Nederland. Is, zoals Konba stelt, sprake van een exclusieve forumkeuze voor de Duitse rechter die voldoet aan de vereisten van artikel 25 Herschikte EEX-Vo, dan mist de alternatieve-bevoegdheidsregel van artikel 7 sub 1 Herschikte EEX-Vo inzake contractuele geschillen, waarop Eco Solutions zich in de dagvaarding beroept, toepassing.

2.6.

Artikel 25 lid 1 Herschikte EEX-Vo luidt als volgt:

Indien de partijen, ongeacht hun woonplaats, een gerecht of de gerechten van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, is dit gerecht of zijn de gerechten van die lidstaat bevoegd, tenzij de overeenkomst krachtens het recht van die lidstaat nietig is wat haar materiële geldigheid betreft. Deze bevoegdheid is exclusief, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen. De overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht wordt gesloten:

a. hetzij bij een schriftelijke overeenkomst of bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst;

hetzij in een vorm die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen de partijen gebruikelijk zijn geworden;

hetzij, in de internationale handel, in een vorm die overeenstemt met een gewoonte waarvan de partijen op de hoogte zijn of hadden behoren te zijn en die in de internationale handel algemeen bekend is en door partijen bij dergelijke overeenkomsten in de betrokken handelsbranche doorgaans in acht wordt genomen.

Overeenkomst I

2.7.

Volgens Konba is sprake van een forumkeuze die voldoet aan de onder a) van het eerste lid van artikel 25 Herschikte EEX-Vo vermelde vormvereisten. Zij stelt daartoe dat zij altijd als volgt te werk gaat. Konba stuurt potentiële klanten en bestaande klanten een aanbod. Daarin wordt expliciet gewezen op de exclusieve toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Konba. Zij zond en zendt altijd een afschrift van haar algemene voorwaarden met haar aanbiedingen mee. Als de klant het aanbod accepteert, dan stuurt Konba een bevestiging. Konba en Eco Solutions deden op deze wijze reeds jarenlang zaken met elkaar, aldus Konba. Zo ook bij het sluiten van overeenkomst I. Konba stuurde Eco Solutions halverwege 2011 een schriftelijk aanbod in de vorm van een prijslijst. Daarin wees Konba op de exclusieve toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden. Daarbij is tevens een afschrift van haar algemene voorwaarden meegestuurd. Op 17 oktober 2011 heeft Eco Solutions de lampen besteld, waarmee de koopovereenkomst tot stand kwam waarop de algemene voorwaarden van Konba van toepassing zijn.

2.8.

Eco Solutions betwist de hiervoor beschreven gang van zaken. Zij stelt dat geen algemene voorwaarden zijn toegezonden bij het doen van het aanbod voor overeenkomst I en ook niet bij het sluiten van de overeenkomst. Het schriftelijke aanbod van Konba met prijslijst betreft een e-mail van de heer [naam 1] van de firma Leids die de prijslijst toestuurt. Leids is geen contractspartij van Eco Solutions. In de e-mail van 27 juni 2011, overgelegd door Eco Solutions als productie 25, worden geen algemene voorwaarden van toepassing verklaard. Ook in de op 19 september 2011 door Konba toegestuurde technische specificaties (prod. 26 Eco Solutions) wordt niet verwezen naar algemene voorwaarden.

2.9.

De rechtbank overweegt als volgt. Onder het EEX-Verdrag (het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, Brussel 27 september 1968) heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap ten aanzien van het forumkeuzebeding als bedoeld in artikel 17 EEX-Verdrag (thans artikel 25 Herschikte EEX-Vo) geoordeeld dat artikel 17 EEX-Verdrag een overeenkomst tussen partijen vereist, hetgeen betekent dat partijen daadwerkelijke wilsovereenstemming moeten hebben bereikt ten aanzien van de forumkeuze. Hiervoor dient onderzocht te worden of het forumkeuzebeding het voorwerp heeft uitgemaakt van wilsovereenstemming tussen partijen die duidelijk en nauwkeurig tot uitdrukking komt. De vormvoorschriften in artikel 17 lid 1 sub a tot en met c hebben ten doel te waarborgen dat de wilsovereenstemming tussen partijen inderdaad vaststaat. Deze vormvoorschriften moeten strikt worden uitgelegd, omdat een geldige forumkeuze zowel de algemene bevoegdheid van artikel 2 als de bijzondere bevoegdheden van de artikelen 5 en 6 EEX-Verdrag opzij zet. (Vgl. HvJEG 14 december 1976, nr. 24/76, NJ 1977, 446 Colzani/Rüwa, HvJEG 14 december 1976, nr. 25/76, NJ 1977, 447 Segoura/Bonakdarian en HvJEG 20 februari 1997, nr. C-106/95, NJ 1998, 565 MSG/Les Gravières Rhénanes).

2.10.

Toepassing van de hiervoor weergegeven maatstaf brengt de rechtbank tot het volgende. Konba stelt alleen in algemene bewoordingen dat zij een schriftelijk aanbod heeft gedaan in de vorm van een prijslijst waarin op de exclusieve toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden is gewezen. Het had op de weg van Konba gelegen om de bewuste prijslijst in het geding te brengen. Dat heeft zij niet gedaan. Daar staat tegenover dat Eco Solutions wel de prijslijst heeft overgelegd die zij stelt te hebben ontvangen. De rechtbank constateert dat die prijslijst niet van Konba afkomstig is en dat daarin met geen woord over toepasselijkheid van algemene voorwaarden wordt gerept, zoals Eco Solutions ook heeft aangevoerd. Evenmin wordt daarin verwezen naar een forumkeuzebeding. Gelet hierop kan niet worden geoordeeld dat uit het feit dat Eco Solutions op 17 oktober 2011 haar bestelling heeft geplaatst, sprake is van wilsovereenstemming over toepasselijkheid van het forumkeuzebeding. De rechtbank volgt Konba dus niet in haar standpunt dat is voldaan aan de vormvereisten van artikel 25 lid 1 onder a) Herschikte EEX-Vo. Het in algemene bewoordingen gedane bewijsaanbod van Konba wordt bij gebrek aan gestelde feiten die voor bewijs vatbaar zijn, verworpen.

2.11.

Konba heeft aan haar incidentele vordering uitsluitend artikel 25 lid 1 onder a) Herschikte EEX-Vo ten grondslag gelegd. Concrete feiten die zouden kunnen leiden tot een forumkeuze die voldoet aan de onder b) en c) vermelde vormvereisten zijn gesteld noch gebleken. Hoewel het beroep op artikel 25 Herschikte EEX-Vo faalt, dient nog steeds te worden beoordeeld of de Nederlandse rechter dan op andere grond rechtsmacht kan ontlenen aan de Herschikte EEX-Vo.

2.12.

Eco Solutions beroept zich op artikel 7, aanhef, eerste en tweede lid Herschikte EEX-Vo. De rechtbank kan de verwijzing naar het tweede lid niet plaatsen. Dat artikellid ziet op verbintenissen uit onrechtmatige daad, terwijl het hier gaat om de niet-nakoming van verbintenissen uit overeenkomst. Daarop ziet artikel 7, aanhef, eerste lid Herschikte EEX-Vo. Op grond van die bepaling is bevoegd het gerecht van de plaats waar de verbintenis is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd. Ingevolge het bepaalde in artikel 7 lid 1 onder b) Herschikte EEX-Vo geldt voor de koop en verkoop van roerende lichamelijke zaken, tenzij anders is overeengekomen, als die plaats de plaats waar de zaken volgens de overeenkomst geleverd werden of geleverd hadden moeten worden. Partijen zijn het erover eens dat de door Eco Solutions gekochte zaken geleverd zijn in de gemeente Helmond en/of de gemeente Geldrop-Mierlo. Beide plaatsen behoren tot het rechtsgebied van de rechtbank Oost-Brabant. De rechtbank is derhalve bevoegd van het geschil met betrekking overeenkomst I kennis te nemen. De incidentele vordering zal op dit punt worden afgewezen.

Overeenkomst II

2.13.

Met betrekking tot overeenkomst II stelt Konba dat deze op dezelfde manier is gesloten als overeenkomst I. Op 20 februari 2014 heeft Konba aan Eco Solutions een aanbod gestuurd (prod. 3 Konba). Daarbij is erop gewezen dat haar algemene voorwaarden van toepassing waren. Een exemplaar van de algemene voorwaarden is meegestuurd. Het aanbod is door Eco Solutions geaccepteerd op 19 maart 2014, door de e-mail van [naam 2] (prod. 4 Konba). Konba heeft de acceptatie bevestigd door haar opdrachtbevestiging van eveneens 19 maart 2014 (prod. 16 dagv.). Daarnaast hebben Eco Solutions en Konba al een procedure gevoerd over de betalingsverplichtingen van Eco Solutions uit hoofde van overeenkomst II. In die procedure heeft de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, bij vonnis van 14 april 2016 geoordeeld dat de algemene voorwaarden van Konba op overeenkomst II van toepassing zijn. Eco Solutions heeft hoger beroep ingesteld tegen dat vonnis, maar dat later weer ingetrokken. De toepasselijkheid van de algemene voorwaarden kan daarom gelet op het bepaalde in artikel 236 Rv niet meer ter discussie staan, aldus Konba.

2.14.

De rechtbank is van oordeel dat het beroep van Konba op het gezag van gewijsde niet slaagt. Het klopt dat het vonnis van de kantonrechter onherroepelijk is geworden en dus gezag van gewijsde heeft. De bindende kracht van het vonnis van de kantonrechter ziet op beslissingen uit dat vonnis die dezelfde rechtsbetrekking betreffen als in deze zaak aan de orde is. De kantonrechter heeft in het vonnis van 14 april 2016 geoordeeld dat de algemene voorwaarden van Konba onverkort van toepassing waren. Onverkort, omdat het beroep van Eco Solutions op vernietigbaarheid van specifieke bedingen ter zake de uitsluiting van opschorting en verrekening niet slaagde. De kantonrechter heeft geen oordeel gegeven over de vraag of het forumkeuzebeding in de algemene voorwaarden voorwerp heeft uitgemaakt van wilsovereenstemming die tussen partijen duidelijk en nauwkeurig tot uitdrukking komt. Dit was toen – blijkbaar – geen onderwerp van geschil tussen partijen. De rechtbank is daarom van oordeel dat het vonnis van de kantonrechter op het punt van de vraag of partijen al dan niet een forumkeuzebeding zijn overeengekomen, geen gezag van gewijsde heeft. De rechtbank is verder van oordeel dat uit de weergave van de stellingen van partijen in het vonnis van de kantonrechter ook niet kan worden afgeleid dat tussen partijen op het punt van het forumkeuzebeding sprake was van wilsovereenstemming.

2.15.

De rechtbank moet dus toetsen of het forumkeuzebeding geldig is. Daarbij gaat het, net als bij overeenkomst I, uitsluitend om de vormvereisten van artikel 25 lid 1 onder a) Herschikte EEX-Vo. Zoals hiervoor onder 2.9. al is overwogen, moet sprake zijn van daadwerkelijke wilsovereenstemming ten aanzien van de forumkeuze. Konba verwijst in haar aanbod van 20 februari 2014 (prod. 3 Konba) – anders dan Eco Solutions stelt – naar haar algemene voorwaarden. Het forumkeuzebeding maakt daar deel van uit. De aanvaarding van het forumkeuzebeding zou dan gelegen moeten zijn in het feit dat Eco Solutions, zonder nader op de algemene voorwaarden in te gaan, naar aanleiding van dat aanbod op 19 maart 2014 bij e-mail een bestelling heeft geplaatst (prod. 4 Konba). Dit volgt de rechtbank niet. De rechtbank is van oordeel dat het enkele plaatsen van de bestelling, bezien in het licht van wat hiervoor onder 2.9. is overwogen, onvoldoende is om te concluderen dat er sprake is van daadwerkelijke wilsovereenstemming op het punt van het forumkeuzebeding. Het enkele stilzwijgen van Eco Solutions leidt in dit geval niet tot instemming met een in de algemene voorwaarden opgenomen forumkeuzebeding.

2.16.

Hoewel het beroep op artikel 25 Herschikte EEX-Vo ook voor wat betreft overeenkomst II faalt, dient nog steeds te worden beoordeeld of de Nederlandse rechtbank dan op andere grond rechtsmacht kan ontlenen aan de Herschikte EEX-Vo. De rechtbank verwijst daarvoor naar wat hiervoor onder 2.12 is overwogen, wat hier van overeenkomstige toepassing is. De plaats van levering bij overeenkomst II is Helmond, zodat op grond van artikel 7, aanhef, eerste lid Herschikte EEX-Vo, de rechtbank Oost-Brabant bevoegd is. Ook op dit punt zal de incidentele vordering daarom worden afgewezen.

Tot slot

2.17.

Konba stelt dat als wordt geoordeeld dat het forumkeuzebeding met betrekking tot beide overeenkomsten geen werking heeft, de rechtbank Oost-Brabant, locatie Eindhoven, op grond van artikel 7 van de Herschikte EEX-Vo relatief bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. Dit is niet juist. Het gerecht als bedoeld in artikel 7 Herschikte EEX-Vo is in dit geval de rechtbank Oost-Brabant. Het is alleen op grond van het zaaksverdelingsreglement van deze rechtbank dat de zaak te zijner tijd, als een comparitie na antwoord wordt bepaald, verder behandeld zal worden door de locatie Eindhoven in plaats van de locatie ’s‑Hertogenbosch. Dit heeft met relatieve bevoegdheid niets te maken.

2.18.

Konba zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

3 De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1.

wijst het gevorderde af,

3.2.

veroordeelt Konba in de kosten van het incident, aan de zijde van Eco Solutions tot op heden begroot op € 452,00,

in de hoofdzaak

3.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 2 augustus 2017 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 21 juni 2017.