ECLI:NL:RBOVE:2016:5326 Rechtbank Overijssel , 23-03-2016 / C/08/170186 / HA ZA 15-203

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rolnummer: C/08/170186 / HA ZA 15-203

Vonnis in hoofdzaak van 23 maart 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GASUNIE TRANSPORT SERVICES B.V.,

gevestigd te Groningen,

eiseres,

advocaat mr. J.A.M.A. Sluysmans te 's-Gravenhage,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE DEVENTER,

zetelend te Deventer,

gedaagde,

advocaat mr. M. Stokdijk te Arnhem.

Partijen zullen hierna Gasunie en de gemeente Deventer genoemd worden.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding

-

het herstelexploot d.d. 28 maart 2015

-

de conclusie van antwoord

-

de conclusie van repliek

-

de conclusie van dupliek

-

akte van de zijde van de gemeente Deventer.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1

Gasunie is een afgesplitste rechtspersoon van N.V. Nederlandse Gasunie en beheert en exploiteert het landelijk aardgastransportnet zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van de Gaswet.

2.2

Een aantal gasleidingen van Gasunie ligt in en op de gronden van de gemeente Deventer. Het gaat om circa 120 kilometer leiding, waarvan ongeveer 14,4 kilometer in openbare grond is gelegen.

2.3

In januari 1969 hebben N.V. Nederlandse Gasunie en N.V. Gasmaatschappij Zuid-West-Salland de overeenkomst voor levering en afname van gas (hierna: de overeenkomst) ondertekend, waarin onder andere het volgende is vermeld:

Artikel 3

1. Gasunie zal binnen het voorzieningsgebied van Afnemer uitsluitend gerechtigd zijn tot rechtstreekse levering aan industriële verbruikers volgens de regels neergelegd in bijlage II, welke geacht worden deel uit te maken van deze overeenkomst. Gasunie is voorts steeds gerechtigd gas ter beschikking te stellen aan haar leveranciers van gas en het aan te wenden voor eigen verbruiksdoeleinden.

Afnemer zal bedingen, dat de gemeente(n) binnen welker grondgebied het gas wordt gedistribueerd, jegens Gasunie bewilligt (bewilligen) in bovenvermelde rechtstreekse leveringen.

(…)

Artikel 6

Leidingrechten

1. Het door Afnemer ingevolge deze overeenkomst af te nemen gas zal slechts worden gedistribueerd binnen het grondgebied van een gemeente, indien het bestuur van deze gemeente aan Gasunie een vergunning heeft verleend als vervat in bijlage III. Deze vergunning heeft betrekking op alle gastransportleidingen met toebehoren, voor zover deze in eigendom of gebruik bij Gasunie zijn of zullen zijn en dienen voor de levering van gas aan Afnemer, aan afnemers van gas buiten het voorzieningsgebied van Afnemer, alsmede voor rechtstreekse leveringen door Gasunie als bedoeld in artikel 3, lid 1.

2. Ingeval Afnemer zelf de gemeente is binnen welker gebied van Gasunie afgenomen gas wordt gedistribueerd, zullen wijzigingen met betrekking tot de in lid 1 bedoelde gastransportleidingen en/of toebehoren, indien deze op verzoek of door toedoen van Afnemer plaatsvinden, geschieden op kosten van Afnemer, met dien verstande dat:

a. niet in aanmerking komen de kosten, die voortvloeien uit een eventuele vergroting van de diameter van de leiding;

b. de waarde van eventueel vrijkomende materialen op de kosten in mindering worden gebracht;

c. Afnemer in de kosten voor een zodanig gedeelte bijdraagt als overeenkomt met de verhouding tussen de nog niet verstreken levensduur en de totale levensduur van de leiding. De totale levensduur van de leiding wordt hierbij gesteld op 33 jaar, terwijl onder verstreken levensduur wordt verstaan de tijd gedurende welke het desbetreffende leidinggedeelte zonder toepassing van dit lid in gemeentegrond heeft gelegen.

Het bovenstaande geldt mede ingeval door toedoen van afnemer de leiding in een zodanige situatie dreigt te komen, dat wijziging naar de maatstaven, die Gasunie aanlegt voor een veilig transport, geboden is.

In de overige gevallen komen de kosten van wijzigingen ten laste van Gasunie. Afnemer zal ertoe medewerken, dat deze kosten zo gering mogelijk blijven.

3. Ingeval Afnemer zelf de gemeente is binnen welker gebied van Gasunie afgenomen gas wordt gedistribueerd, zal hij met betrekking tot de in lid 1 bedoelde gastransportleidingen met toebehoren geen heffingen, belastingen, retributies, recognities, legesgelden of andere vergoedingen aan Gasunie in rekening brengen. Hiervan kan door Afnemer worden afgeweken voor leidingen, welke uitsluitend dienen voor de levering door Gasunie aan industriële verbruikers, met dien verstande, dat Afnemer geen hoger bedrag in rekening zal brengen dan overeenkomt met hetgeen in het licht van de landelijke toegepaste normen als redelijk moet worden aanvaard.

2.4

Op 31 juli 1989 heeft de gemeente Deventer een verklaring (hierna: de verklaring) ondertekend, welke verklaring door N.V. Nederlandse Gasunie is aanvaard. Hierin is het volgende vermeld:

Burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer (…),

optredende namens deze gemeente, verklaart tegenover de N.V. Nederlandse Gasunie (hierna te noemen ‘Gasunie”)

  1. akkoord te gaan met rechtstreekse leveringen van Gasunie, als bedoeld in artikel 3, lid 1 van de tussen N.V. Regionaal Energiebedrijf Salland en Gasunie te sluiten casu quo gesloten “Overeenkomst voor levering en afname van gas”;

  2. vergunning te verlenen overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 lid 1 van de sub a bedoelde overeenkomst;

  3. zich met ingang van 1 mei 1988 te verbinden overeenkomstig het bepaalde in artikel 6, leden 2 en 3 van de sub a bedoelde overeenkomst.

2.5

Bij brief van 5 maart 2014 heeft de gemeente Deventer Gasunie bericht dat zij voornemens is een algemene verordening ondergrondse infrastructuur (AVOI) en een verlegregeling voor kabels en leidingen in gemeentegrond in te voeren. In deze brief is onder andere het volgende vermeld:

In samenwerking met andere gemeenten in onze regio streven wij naar invoering van een algemene verordening ondergrondse infrastructuur (AVOI). De geplande datum van inwerkingtreding is 1 januari 2015. Deze regelgeving zal in de plaats komen van de privaatrechtelijke overeenkomsten die in het verleden tussen (rechtsvoorgangers van) uw organisatie en de gemeente Deventer zijn gesloten, onder overeenkomsten verstaan wij in dit verband eveneens verklaringen/vergunningen die aan Gasunie zijn afgegeven/verleend.

(…)

Consultatie

In dit proces willen wij terdege rekening houden met uw belangen. (…) Alvorens wij tot opzegging van de overeenkomsten overgaan willen wij u daarom in de gelegenheid stellen om te reageren op ons voornemen de overeenkomsten op te zeggen met een opzegtermijn van 6 maanden.

(…)

Wij verzoeken u onder verwijzing naar het arrest Ronde Venen eventuele bijzondere omstandigheden, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op 1 juni 2014 aan ons kenbaar te maken, zodat wij daarmee in onze werkwijze rekening kunnen houden.

2.6

Bij brief van 27 juni 2014 heeft de gemeente Deventer de verklaring opgezegd. In deze brief is onder andere het volgende vermeld:

(…)

Wij zeggen deze overeenkomsten op 1 juli 2014 op met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden, zodat deze op 1 januari 2015 eindigen. Deze opzegging is onder voorbehoud van vaststelling van de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur (AVOI) door de gemeenteraad.

(…)

Het betreft de hieronder genoemde overeenkomsten, meer specifiek de bepalingen in deze overeenkomsten die in de AVOI en aanverwante regelgeving geregeld zullen gaan worden. Het betreft de bepalingen die zien op het aanleggen, in stand houden en opruimen van kabels en leidingen in openbare gronden en de verdeling van verleggingskosten. Wij beogen met de opzegging geenszins verandering te brengen in de eigendomspositie van de betrokken kabels en leidingen, noch in de gemaakte afspraken omtrent exploitatie van het net. Daarom worden de bepalingen die betrekking hebben op deze onderwerpen niet opgezegd. In directe aansluiting op de beëindiging van de overeenkomsten zal de AVOI en een verlegregeling gaan gelden.

Datum

ondertekening

Partijen

Onderwerp

31-07-1989

N.V. Nederlandse Gasunie

Gemeente Deventer

Verklaring verbintenis aan

Overeenkomst voor levering en afname van gas

(…)

De gemeente Deventer heeft in het verleden met veel netbeheerders dergelijke overeenkomsten gesloten. Deze overeenkomsten kennen niet allen hetzelfde regime, waardoor sprake is van een versnippering van de rechtsverhoudingen. Bovendien zijn de verhoudingen tussen gemeenten en netbeheerders in de afgelopen decennia zodanig gewijzigd, dat de overeenkomsten geen recht meer doen aan de uiteenlopende taken en verantwoordelijkheden van beide partijen. De maatschappelijke ontwikkelingen vragen daarbij om een regievoerder in de ondergrond; een rol die het best kan worden uitgevoerd met publiekrechtelijke handvatten die een AVOI biedt.

(…)

De context waarbinnen de overeenkomst tot stand is gekomen, en de verhouding tussen Gasunie en de gemeente is, anders dan u stelt, wel degelijk veranderd. Gasunie is, net als de andere beheerders van gasleidingen, onderhevig aan de liberalisering van de energiemarkt en de bijbehorende Europesen en nationale wetgeving.

Verder constateren wij dat regionale netbeheerders, net als Gasunie, rechtspersonen zijn die overheden als aandeelhouder hebben. Daarin is geen overwegend verschil gelegen. (…)

In de omstandigheden die u aandraagt ziet de gemeente dan ook onvoldoende concrete aanleiding uw bedrijf anders te behandelen dan de andere netbeheerders.

(…)

U heeft op 13 mei 2014 een concept van de nieuwe AVOI en verlegregeling ontvangen en op 2 juni 2014 bent u tijdens een overleg te Deventer in de gelegenheid gesteld uw zienswijzen kenbaar te maken. Wij zijn verheugd dat, zoals u in uw brief en tijdens de gesprekken heeft aangegeven, u een voorstander bent van het instellen van deze verordening. Wij danken u dan ook voor de door u tijdens dat overleg naar voren gebrachte aandachtspunten en nemen deze in overweging tijdens het bestuurlijke proces dat uiteindelijk tot vaststelling zal leiden.

Voor bestaande, rechtmatig in openbare gronden aanwezige kabels en leidingen, zal een overgangsbepaling gaan gelden, waardoor zij geacht worden te liggen met een vergunning krachtens de AVOI. Voor nieuwe kabels en leidingen moet in de meeste gevallen een vergunning aangevraagd worden conform de AVOI. Verder zal voorzien worden in een algemene verlegregeling. Deze regeling beantwoordt aan de moderne verhoudingen tussen partijen en geeft ons de mogelijkheid om actief regie in de ondergrond te voeren.

2.7

Op 18 september 2014 heeft de gemeente Deventer aan Gasunie een brief gestuurd, waarin onder andere het volgende is vermeld:

Hierbij willen wij graag reageren op uw schrijven d.d. 3 juli jl. aan de gemeente Olst-Wijhe, welke brief blijkens uw e-mail d.d. 25 juli jl. aan onze adviseur [X] + Bijl ook geacht kan worden te zijn gericht aan de gemeente Deventer.

(…)

De inhoud van de overeenkomsten tussen de gemeente en Gasunie is gericht op het aanleggen, in stand houden en opruimen van kabels en leidingen in openbare gronden en op de verdeling van verleggingskosten. Specifieke bepalingen omtrent de eigendomsposities en/of de exploitatie van het net, die ook na inwerkingtreding van de AVOI in stand zouden moeten blijven, blijken bij nadere beschouwing in de met Gasunie gesloten overeenkomsten niet voor te komen. Voor zover er al enige onduidelijkheid over de opzegging van (een deel van ) de overeenkomsten zou hebben bestaan, benadrukken wij hierbij dat de opzegging zich gelet op het voorgaande uitstrekt tot alle bepalingen van de genoemde overeenkomsten. Ten overvloede vermelden wij dat de opzegging van de overeenkomsten uiteraard geen invloed heeft op de in het verleden door de gemeente verleende toestemming om gebruik te maken van eigendommen van de gemeente voor het leggen, in eigendom hebben en in stand houden van de reeds aanwezige kabels en leidingen.

(…)

Los van het voorgaande, begrijpen wij goed dat de opzegging van de overeenkomsten aan de zijde van Gasunie (en dat geldt evenzeer voor andere netbeheerders) om bepaalde aanpassingen vraagt. Om die reden hebben wij het voornemen om tot opzegging over te gaan reeds in maart jl. kenbaar gemaakt en hebben wij de daadwerkelijke opzegging vervolgens gedaan met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden. Om u tegemoet te komen ten aanzien van uw bezwaar tegen het feit dat de opzegging is gedaan onder het voorbehoud dat de AVOI door de gemeenteraad wordt vastgesteld, zijn wij bereid om de opzegtermijn te verlengen, in die zin dat deze wordt gekoppeld aan het moment van vaststelling van de AVOI.

(…)

Resumerend betekent het voorstaande dat de gedane opzegging van de in onze brief d.d. 27 juni 2014 genoemde overeenkomsten in stand blijft.

2.8

Op 15 december 2014 heeft de gemeente Deventer aan Gasunie een brief gestuurd, waarin onder andere het volgende is vermeld:

Wij willen u hierbij informeren dat de raad van de gemeente Deventer op 12 november jl. unaniem besloten heeft de AVOI vast te stellen. De overeenkomst tussen Gasunie en de gemeente Deventer eindigt aldus op 12 mei 2015. (…)

De AVOI zal op 1 januari 2015 in werking treden. De Verlegregeling, de nadere regels en de schaderegeling hebben wij in onze vergadering van 2 december jl. vastgesteld. Deze zullen eveneens op 1 januari a.s. in werking treden.

2.9

In de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur 2015 van de gemeente Deventer (hierna: de AVOI) is onder andere het volgende vermeld:

3.7

Nadeelcompensatie

1. Het college stelt ter concretisering van Titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht beleidsregels op voor door het college op aanvraag toe te kennen nadeelcompensatie in het geval dat een netbeheerder als gevolg van een besluit van het college, inhoudende een intrekking of wijziging van een vergunning op grond van artikel 2.6, eerste lid onderdeel g of h, dan wel vanwege de rechtmatige uitoefening door het college van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak schade lijdt die uitgaat boven het normale maatschappelijke risico en die hem in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft.

2.10

In de Verlegregeling Deventer 2015 is onder andere het volgende bepaald:

2. Nadeelcompensatie

2.1

Algemeen

1. Indien een belanghebbende als gevolg van een verzoek tot aanpassing in aanmerking komt voor nadeelcompensatie, kent het college dit op aanvraag toe, met inachtneming van de hierna volgende bepalingen.

2. Het schadebedrag wordt berekend aan de hand van de bepalingen in hoofdstuk 4 van deze regeling.

(…)

2.2

Leidingen in of op openbare gronden

Nadeelcompensatie wordt vastgesteld aan de hand van de liggingsduur van de aan te passen leiding. Indien de liggingsduur niet door de belanghebbende kan worden aangetoond, wordt uitgegaan van een liggingsduur langer dan 15 jaar.

  1. Bij een liggingsduur tot 5 jaar bedraagt de nadeelcompensatie in beginsel 100% van de schade.

  2. Bij een liggingsduur vanaf 5 jaar tot en met 15 jaar bedraagt de nadeelcompensatie 80% van de schade vanaf het 6e jaar tot 0% vanaf het 16e jaar, zoals weergegeven in het schema in bijlage 1.

  3. Bij een liggingsduur langer dan 15 jaar, wordt geen nadeelcompensatie toegekend.

2.3

Leidingen in of op niet-openbare gronden

Indien een leiding is gelegen in of op niet-openbare gronden die in eigendom of beheer toebehoren aan derden en deze moet worden aangepast vanwege de rechtmatige uitoefening door het college van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak, dan bestaat de nadeelcompensatie, ongeacht de liggingsduur, in beginsel uit de kosten van ontwerp en begeleiding en uitvoeringskosten. De materiaalkosten en kosten van uit en in bedrijf stellen komen niet voor vergoeding in aanmerking.

3 Het geschil

3.1

Gasunie vordert samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

voor recht verklaart dat de beëindiging van de overeenkomst door de gemeente Deventer zonder rechtsgevolgen is gebleven;

subsidiair:

voor recht verklaart dat:

-

de gemeente Deventer bij het beëindigen van de overeenkomst geen redelijke opzegtermijn in acht heeft genomen, en

-

dat de beëindiging van de overeenkomst eerst rechtsgevolg krijgt na een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum,

alsmede:

de gemeente te veroordelen tot vergoeding van de door Gasunie geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

zowel primair als subsidiair:

de gemeente Deventer veroordeelt in de proceskosten en nakosten, vermeerderd met wettelijke rente.

3.2

De gemeente Deventer voert verweer.

3.3

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1

Partijen zijn het erover eens dat de onder 2.4 vermelde verklaring kwalificeert als een tussen (de rechtsvoorgangers van) partijen gesloten duurovereenkomst. In geschil is of deze duurovereenkomst rechtsgeldig opgezegd kon worden door de gemeente Deventer en, indien dit het geval is, of bij de opzegging hiervan een juiste opzegtermijn is gehanteerd en/of terecht geen schadevergoeding is toegekend.

4.2

Of, en zo ja onder welke voorwaarden, een dergelijke overeenkomst opzegbaar is, wordt bepaald door de inhoud daarvan en door de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen. Indien, zoals hier, wet en overeenkomst niet voorzien in een regeling van de opzegging, geldt dat de overeenkomst in beginsel opzegbaar is. De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende grond voor de opzegging bestaat. Uit diezelfde eisen kan, eveneens in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval, voortvloeien dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding (vgl. HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9854). De dienaangaande stelplicht en bewijslast rust op Gasunie, nu zij zich daarop beroept.

Zwaarwegende grond noodzakelijk?

4.3

Met de verklaring heeft de gemeente Deventer ingestemd met het ondergronds aanwezig zijn van gasleidingen van (de rechtsvoorganger van) Gasunie in de gemeentelijke ondergrond en met de rechtstreekse gasleveringen als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de overeenkomst. Bovendien heeft de gemeente Deventer zich door de verklaring verbonden aan de in artikel 6 lid 2 van de overeenkomst opgenomen verlegregeling. De wijziging van dit privaatrechtelijke regime naar het bestuursrechtelijke regime van de AVOI en de daarbij behorende Verlegregeling Deventer 2015 heeft niet tot gevolg dat Gasunie haar gasleidingen dient te verwijderen. Voorts is onbetwist gebleven dat Gasunie onder beide regimes haar gasleidingen kosteloos in de gemeentelijke ondergrond mag leggen en houden, zodat in zoverre evenmin sprake is van een wijziging van het regime.

4.4

De regeling voor de vergoeding van op aanwijzing van de gemeente te verleggen gasleidingen is onder de Verlegregeling Deventer 2015 gewijzigd ten opzichte van de onder de verklaring geldende verlegregeling. Door deze wijziging is in ieder geval sprake van een beperking van de vergoeding voor de verlegging van gasleidingen in de gemeentelijke ondergrond die ouder zijn dan 15 jaar. Onder de verklaring gold immers dat de kosten hiervoor werden vergoed overeenkomstig de verhouding tussen de nog niet verstreken levensduur van de gasleiding(en) en de totale levensduur - zijnde 33 jaren -, terwijl in de Verlegregeling Deventer 2015 aanspraak gemaakt kan worden op nadeelcompensatie en deze aanspraak slechts gemaakt kan worden voor gasleidingen die 15 jaar of korter in de grond liggen.

4.5

Partijen twisten over de vraag in hoeverre de Verlegregeling Deventer 2015 een beperking inhoudt van de verlegvergoedingen voor de op aanwijzing van de gemeente aan te passen c.q. te verleggen gasleidingen in niet-openbare gronden. Vast staat in ieder geval wel dat onder de Verlegregeling Deventer 2015 de in dit verband te maken kosten van ontwerp en begeleiding en de uitvoeringskosten, ongeacht de liggingsduur, in beginsel voor vergoeding in aanmerking komen, terwijl de materiaalkosten en kosten van uit en in bedrijf stellen in beginsel niet voor vergoeding in aanmerking komen. In zoverre geldt onder de nieuwe regeling dus een vergoedingsregeling voor het verleggen van gasleidingen in

niet-openbare gronden. Gasunie heeft niet, althans onvoldoende, gespecificeerd dat de Verlegregeling Deventer 2015 voor de gasleidingen in niet-openbare gronden per saldo ongunstiger is dan de onder de verklaring geldende verlegregeling. De rechtbank stelt vast dat Gasunie zich daarvoor in wezen heeft beperkt tot de stelling dat een correcte interpretatie van de overeenkomst c.q. de verklaring leert dat er onder de verklaring, voor niet-openbare gronden, een volledige schadeloosstelling geldt.

4.6

Wezenlijke andere wijzigingen van het regime zijn gesteld noch gebleken. De door Gasunie gestelde nadelige gevolgen van de opzegging van de verklaring beperken zich dan ook tot de verlegregeling.

4.7

Naar het oordeel van de rechtbank zijn onvoldoende feiten en omstandigheden gebleken die tot het oordeel kunnen leiden, dat in dit geval de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen, dat opzegging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende grond voor de opzegging bestaat. Dat de Verlegregeling Deventer 2015 een publiekrechtelijke regeling is en de gemeente hierdoor over eventuele toekomstige wijziging van deze regeling niet meer hoeft te onderhandelen met Gasunie, is hiervoor onvoldoende. Hierbij is van belang dat een eventueel recht op nadeelcompensatie niet enkel voortvloeit uit de onderhavige regeling, maar thans tevens voortvloeit uit het zogenaamde égalitébeginsel, zijnde het beginsel van de gelijke verdeling van de openbare lasten. Tegen eventuele door de gemeente Deventer te nemen besluiten over het verleggen van gasleidingen en de daarbij behorende besluitvorming over de concrete nadeelcompensatie staat voorts een (bestuursrechtelijke) rechtsgang open, zodat deze besluiten door de rechter kunnen worden beoordeeld.

4.8

De stelling dat de gemeente door de nieuwe regeling weinig gemotiveerd zou zijn om bij projecten de maatschappelijk meest wenselijke optie te kiezen en/of rekening te houden met de belangen van Gasunie, kan de rechtbank niet volgen. Voor zover de gemeente hiertoe al niet intrinsiek gemotiveerd zou zijn, wordt zij hiertoe immers eveneens extrinsiek gemotiveerd en eventueel gecorrigeerd door de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de geldende (bestuursrechtelijke) rechtsbescherming van belanghebbenden.

4.9

Voor zover Gasunie bedoeld heeft te stellen dat voor de opzegging een zwaarwegende grond noodzakelijk is, omdat sprake zou zijn van een tussen partijen bestaande onevenwichtigheid wegens het bestaan van enerzijds een verplichting van Gasunie tot het adequaat opereren van een landelijk gasleidingennetwerk en anderzijds het ontbreken van een verplichting tot het gedogen van de gasinfrastructuur aan de zijde van de gemeente, wordt deze stelling verworpen. Voor de gaslevering binnen de gemeente Deventer wordt immers ook gebruikt gemaakt van de gasleidingen van Gasunie, zodat de gemeente zelf ook belang heeft bij een goede gasinfrastructuur.

4.10

De omstandigheid dat het bestuursrechtelijke regime wellicht minder zekerheid en/of een minder gunstige vergoeding van de verlegkosten met zich brengt, leidt evenmin tot de conclusie dat in casu de gemeente voor de opzegging een zwaarwegende grond dient te hebben. Gasunie heeft in dit kader onvoldoende onderbouwd in hoeverre zij daadwerkelijke nadelige financiële en praktische gevolgen ondervindt van de AVOI en de Verlegregeling Deventer 2015. Hierbij is in aanmerking genomen dat onbetwist is gebleven dat de huidige zich in de grond van de gemeente Deventer bevindende gasleidingen daar reeds 33 jaar of langer aanwezig zijn en in verhouding een beperkt deel van de gasleidingen vormen. De beperking van de verlegvergoedingen onder de Verlegregeling Deventer 2015 kan in praktische zin voor deze gasleidingen dan ook niet of nauwelijks negatieve gevolgen hebben. Ten aanzien van de in de grond van derden gelegen gasleidingen heeft Gasunie nagelaten de materiaalkosten en kosten van het uit en in bedrijf stellen nader te concretiseren. Bovendien heeft zij niet nader geconcretiseerd in welke mate zij geconfronteerd wordt c.q. zal worden met op aanwijzing van de gemeente te verleggen gasleidingen en wat de (financiële) impact hiervan zal zijn. Indien sprake zou zijn van een zodanige afhankelijkheid van de onder de verklaring geldende verlegregeling dat het voortbestaan van Gasunie onder het bestuursrechtelijke regime in het geding zou komen dan wel dat de gastarieven hierdoor zodanig verhoogd zouden moeten worden dat dit maatschappelijk onaanvaardbaar is, dan zou dit mogelijk kunnen worden aangemerkt als een zwaarwegende grond, die, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, met zich brengt dat de verklaring niet kan worden opgezegd. Een dergelijke mate van afhankelijkheid van de overeenkomst is echter gesteld noch gebleken. Evenmin is gebleken dat Gasunie in haar bedrijfsvoering geen rekening zou kunnen houden met hogere verlegkosten in de toekomst.

4.11

Daar tegenover staat dat onvoldoende gemotiveerd is betwist dat sinds de liberalisering van de gas- en energiemarkt het aantal belanghebbende partijen ten aanzien van de kabels en leidingen in de gemeentegrond is toegenomen en dat de activiteiten in de ondergrond zijn toegenomen c.q. de praktijk dynamischer is geworden ten opzichte van de situatie ten tijde van het opstellen van de verklaring. Bovendien is door de veranderde samenleving in zijn algemeenheid de voorzienbaarheid van de ontwikkelingen in / van de openbare ruimte beperkter geworden. Onder deze omstandigheden acht de rechtbank het legitiem dat de gemeente Deventer haar beleid - in het kader van regievoering - ten aanzien van ondergrondse netwerken wil actualiseren en uniformeren en de vergoedingen voor eventuele toekomstige verleggingen wil koppelen aan de voorzienbaarheid van de ruimtelijke ontwikkelingen in plaats van aan de levensduur van de leidingen. Hierbij is in aanmerking genomen dat Gasunie geen vergoeding betaalt voor het leggen en houden van gasleidingen in de gemeentelijke grond. Gemeenten zijn uit hoofde van hun besturende taak ook bevoegd om bestaand beleid aan te passen aan veranderende omstandigheden en/of gewijzigde inzichten. Gasunie is bovendien, blijkens de door haar overgelegde correspondentie, betrokken bij de opstelling van de AVOI en de Verlegregeling Deventer 2015 en heeft in dit kader bij brief van 28 mei 2014 zelfs kenbaar gemaakt dat zij wel een meerwaarde ziet in het vaststellen van de AVOI. De nieuwe verlegregeling is een uitwerking van artikel 3.7 van de AVOI en is evenals de AVOI ingegeven door de voormelde gewijzigde omstandigheden en de wens tot actualisering en uniformering van het beleid ten aanzien van ondergrondse netwerken.

4.12

Nu Gasunie onvoldoende heeft geconcretiseerd in hoeverre zij daadwerkelijk nadelige financiële en praktische gevolgen zal ondervinden van de AVOI en de Verlegregeling Deventer 2015 (zie hiervoor onder 4.10), is de rechtbank voorts van oordeel dat onvoldoende feiten en omstandigheden zijn aangedragen op basis waarvan geconcludeerd zou moeten worden dat de situatie van Gasunie onder het nieuwe regime zodanig afwijkt van de situatie van de andere netbeheerders, dat voor Gasunie een afwijkende (gunstigere) regeling in stand gelaten zou moeten worden.

4.13

Samenvattend ziet de rechtbank in de omstandigheden van dit geval geen aanleiding om aan te nemen dat de eisen van redelijkheid en billijkheid meebrengen dat de opzegging van de verklaring gepaard had moeten gaan met een zwaarwegende opzeggingsgrond. Voor zover voor de opzegging al een goede (valide) grond noodzakelijk zou zijn, acht de rechtbank een dergelijke grond aanwezig en verwijst hiertoe naar hetgeen hiervoor is overwogen onder 4.11 en 4.12.

Opzegtermijn en schadevergoeding

4.14

Vervolgens dient beoordeeld te worden of de redelijkheid en billijkheid met zich brengen dat de opzegging van de verklaring, gelet op de aard en inhoud van de verklaring en de omstandigheden van het geval, gepaard had moeten gaan met een aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding dan wel dat een langere opzegtermijn gehanteerd had moeten worden. In dit kader verwijst Gasunie naar de lange looptijd van de verklaring, het exclusieve karakter hiervan en het beginsel van rechtszekerheid.

4.15

Dat de in de verklaring opgenomen verlegregeling al sinds 1989 van toepassing is op de rechtsverhouding van partijen, maakt nog niet dat Gasunie er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat deze regeling eeuwigdurend zou worden voortgezet. In een veranderende samenleving kunnen gewijzigde omstandigheden immers vragen om wijziging van het beleid van een gemeente. Dergelijke wijzigingen zijn bovendien niet slechts toelaatbaar, indien een overgangsregeling wordt toegepast en/of een lange opzegtermijn wordt gehanteerd en/of een schadevergoeding wordt toegekend. In hoeverre dergelijke maatregelen getroffen moeten worden, hangt af van de omstandigheden van het geval, waarbij onder andere van belang is in hoeverre de niet-opzeggende partij daadwerkelijk negatieve gevolgen ondervindt van de wijzigingen.

4.16

Voor zover Gasunie bedoeld heeft te stellen dat de gemeente Deventer een schadevergoeding verschuldigd is in verband met de door haar door de opzegging te behalen voordelen, kan de rechtbank dit standpunt niet volgen. Immers het eventuele door de gemeente te behalen voordeel levert op zichzelf bezien geen grondslag voor het toekennen van een schadevergoeding aan Gasunie. Deze omstandigheid had hooguit relevant kunnen zijn voor de voormelde belangenafwegingen, indien gebleken zou zijn dat Gasunie zwaarwegende negatieve gevolgen ondervindt van de opzegging. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om te oordelen dat de opzegging gepaard had moeten gaan met een aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding.

4.17

De opzegging heeft plaatsgevonden op 27 juni 2014 en uiteindelijk is de verklaring - na verlenging van de opzegtermijn - geëindigd op 12 mei 2015. In maart 2014 was Gasunie al geïnformeerd over de voorgenomen wijzingen, zodat zij ruim een jaar voor de beëindiging van de overeenkomst hiervan op de hoogte was. Deze wijzigingen hebben voorts niet tot gevolg gehad dat Gasunie haar gasleidingen dient te verleggen en/of hiervoor een vergoeding moet gaan betalen aan de gemeente. Bovendien heeft Gasunie niet onderbouwd in hoeverre de door haar gestelde negatieve gevolgen ondervangen hadden kunnen worden door het hanteren van een langere opzegtermijn. De rechtbank acht dan ook onvoldoende onderbouwd dat de in acht genomen opzegtermijn in de onderhavige situatie te kort zou zijn. Dat de onder de verklaring geldende verlegregeling wellicht specifiek was afgestemd op Gasunie als contractspartij, maakt dit oordeel niet anders.

4.18

De stelling dat een langere opzegtermijn gehanteerd had moeten worden wegens het niet volledig kenbaar en voorzienbaar zijn van de rechtspositie van Gasunie, omdat de Verlegregeling Deventer 2015 ten tijde van de dagvaarding nog niet openbaar gemaakt zou zijn, wordt gepasseerd. Gasunie heeft de betreffende regeling zelf overgelegd bij dagvaarding. Bovendien is onbetwist gebleven dat Gasunie de conceptregelingen reeds in het voortraject heeft ontvangen en op de hoogte is gehouden van de aanpassingen hierin, zodat zij van de inhoud op de hoogte was toen de gemeente Deventer haar in december 2014 berichtte dat de AVOI en de bijbehorende verlegregeling waren vastgesteld. Gasunie was dus ruim voorafgaand aan het beëindigen van de verklaring op de hoogte van de inhoud van de Verlegregeling Deventer 2015.

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur

4.19

De algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn conform artikel 3:14 BW van toepassing op de onderhavige opzegging. De rechtbank begrijpt dat Gasunie in dit kader een beroep doet op het motiveringsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het rechtzekerheidsbeginsel. Uit al het hiervoor overwogene volgt dat de opzegging niet in strijd is met deze algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

4.20

De slotsom is dat de gemeente Deventer de verklaring bij brief van 27 juni 2014

rechtsgeldig heeft opgezegd. De vorderingen zullen derhalve worden afgewezen.

4.21

Gasunie zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de gemeente Deventer worden begroot op:

- griffierecht € 613,00

- salaris advocaat € 904,00 (2 punt × tarief € 452,00)

Totaal € 1.517,00

5 De beslissing

De rechtbank

5.1

wijst de vorderingen af,

5.2

veroordeelt Gasunie in de kosten van de hoofdzaak, aan de zijde van de gemeente Deventer tot op heden begroot op € 1.517,00,

5.3

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.S. Lebens-de Mug, mr. W.F. Boele en mr. A.N. Kok en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2016.