ECLI:NL:RBOVE:2017:2281 Rechtbank Overijssel , 06-06-2017 / ak_16 _ 2679

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 16/2679

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen


[eiser]
, te [woonplaats] eiser,

gemachtigde: mr. M.J. van Noort,

en

het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen, verweerder

gemachtigde: M.H.M. Huinink.

Procesverloop

Bij besluit van 18 april 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder het door eiser op grond van de Wet hergebruik van overheidsinformatie (Who) op 29 februari 2016 gedane verzoek om verstrekking van alle nieuwsberichten van de gemeente toegewezen, waarbij is verwezen naar de verschillende digitale platforms waarop verweerder informatie verstrekt.

Bij een op 3 oktober 2016 verzonden besluit van 20 september 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het beroep is ter zitting van 6 januari 2017 behandeld, gevoegd met een zevental soortgelijke door eiser ingestelde beroepen tegen besluiten van andere gemeenten.

Eiser is aldaar in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de behandeling van de gevoegde zaken gesplitst. In elke zaak wordt afzonderlijk uitspraak gedaan

Overwegingen

1.1

Eiser heeft op 29 februari 2016 aan verweerder verzocht om op grond van de Who alle nieuwsberichten binnen de gemeente te verstrekken. Bij brief van 7 april 2016 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld wegens het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag. Vervolgens heeft besluitvorming plaatsgevonden als vermeld onder “Procesverloop”.

1.2

Bij het primaire besluit heeft verweerder eiser verwezen naar de verschillende digitale platforms waarop verweerder informatie verstrekt, te weten www.tubbergen.nl en https://www.tubbergen.nl/gemeentepaginas. Daarbij is aangegeven dat de inhoud op de website is te vinden in een open leesbaar PDF-formaat en dat deze openbare content bereikbaar is via alle moderne internetbrowsers.

2.1

Eiser voert in beroep, kort weergegeven, aan dat verweerder ten onrechte heeft volstaan met een verwijzing naar de op de website gepubliceerde PDF-bestanden.

Verweerder had de nieuwsberichten moeten en kunnen aanbieden in een open en machinaal leesbaar formaat voorzien van alle in de database opgeslagen metadata.

De simpele verwijzing naar op de gemeentelijke website gepubliceerde bestanden is onvoldoende, omdat een databasebeheerder de informatie met een simpele handeling geheel of gedeeltelijk in een datadump in de vorm van een open standaard kan plaatsen, zodat van een onevenredige inspanning geen sprake kan zijn.

2.2

Verweerder heeft in het verweerschrift en ter zitting toegelicht dat er slechts met een papieren gemeentepagina wordt gewerkt en de uitgever daarvan PDF-bestanden maakt, welke op de gemeentelijke website worden geplaatst en bewaard in het archief. Weliswaar worden de aan die berichten ten grondslag liggende gegevens door de verschillende afdelingen en verschillende ambtenaren aangeleverd via de afdeling communicatie, maar die afdeling bewaarde niets, zodat er geen ruwe metadata aanwezig zijn. Er zijn dus slechts PDF-bestanden aanwezig. Sedert februari 2016 werkt verweerder met een nieuwe website waarop een rubriek “Actualiteiten” is geplaatst, waarvoor een RSS-feed beschikbaar is, maar dat betreft vooral achtergrondinformatie; de papieren gemeentepagina geldt nog steeds als hèt medium voor de gemeentelijke informatie. Ten tijde van het primaire besluit was nog niet duidelijk op welke wijze men invulling zou geven aan de rubriek “Actualiteiten”.

Met betrekking tot mogelijke auteursrechten heeft de gemachtigde van verweerder ter zitting aangegeven dat er weliswaar een proclaimer op de website staat, maar dat men alles heeft gecontroleerd en hetgeen verstrekt wordt is ook daadwerkelijk vrij van auteursrechten.

Van de zijde van eiser is ter zitting gereageerd dat in beginsel informatie vanaf 2010 bij de verschillende gemeenten is opgevraagd, maar dat men niet verplicht is die te verstrekken “als het er niet is”. Verder heeft eiser beaamd dat verweerder thans met een nieuw systeem werkt en dat, indien de RSS-feed goed staat ingesteld, hij daar mee kan werken. Eiser heeft benadrukt dat hij niets kan met de PDF-bestanden.

3.1

De rechtbank stelt vast dat het geschil zich beperkt tot de door eiser gevraagde overheidsinformatie vanaf 2010 tot aan eisers aanvraag van 29 februari 2016, voor zover dit de PDF-bestanden betreft. Daarbij tekent de rechtbank aan, dat een verzoek om hergebruik naar zijn aard slechts kan zien op beschikbare (en niet op toekomstige) gegevens.

3.2

Eiser heeft in zijn schrijven van 29 februari 2016 verzocht om “alle nieuwsberichten binnen uw gemeente, inclusief de daarbij behorende publicatiedata, afbeeldingen, verantwoordelijke afdeling, bijvoorbeeld in- of externe doelgroep en ander metadata. Ik wil u vragen deze gegevens te genereren in een open overzichtelijk formaat.

Ik wil u verzoeken deze informatie in elektronische vorm te verstrekken, nu dit verzoek gedaan wordt op grond van de Wet hergebruikoverheidsinformatie. Daarbij verdient het de voorkeur om informatie te verstrekken in een open formaat, zoals een database, xml-bestand, JSON formaat of SQLite bestand. Wat mij betreft is aanleveren in een andere vorm zoals Access ook mogelijk, zolang het voor u maar het gemakkelijkste aan te leveren is. Het komt er op neer dat de data eenvoudig te migreren is tussen systemen. Ik ga er vanuit dat deze gegevens bij u eveneens in een database opgeslagen zijn en een met een simpele query op uw data base te plaatsen zijn in een uitwisselbaar bestand.”.

3.3

Richtlijn 2003/98/EG, zoals gewijzigd door richtlijn 2013/37/EU, is sinds 18 juli 2015 geïmplementeerd in de Who. Op grond van artikel 5, eerste lid, van de Who wordt de voor hergebruik beschikbare informatie verstrekt zoals de informatie bij de met een publieke taak belaste instelling aanwezig is en voor zover mogelijk langs elektronische weg, in een open en machinaal leesbaar formaat, samen met de metadata. Daarbij moet het formaat en de metadata, voor zover mogelijk, voldoen aan formele open standaarden, een en ander overeenkomstig artikel 5, eerste lid, van de richtlijn.

Op grond van het tweede lid is een met een publieke taak belaste instelling niet verplicht vervaardiging van documenten voort te zetten en deze documenten op te blijven slaan, enkel met het oog op hergebruik.

3.4

In de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2014-2015, 34123 nr. 3) staat over de wijze van terbeschikkingstelling van informatie het volgende:

“Belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de oorspronkelijke richtlijn

[…]

4. Instellingen kunnen niet langer volstaan met het langs elektronische weg beschikbaar stellen van de informatie maar hebben een inspanningsverplichting om de informatie in een open en machineleesbaar formaat aan te bieden en gebruik te maken van open standaarden.” (p. 2)

“Een belangrijk uitgangspunt bij hergebruik is dat de documenten beschikbaar worden gesteld in de vorm waarin ze aanwezig zijn bij de organisatie waaraan het verzoek om hergebruik is gericht. Het is niet de bedoeling dat de gevraagde informatie voorafgaand aan het ter beschikking stellen op grote schaal moet worden bewerkt. De gewijzigde richtlijn bepaalt dat documenten elektronisch beschikbaar moeten worden gesteld voor hergebruik en indien mogelijk en passend, in een open en machineleesbaar formaat, samen met de metagegevens. Er wordt wel van uit gegaan dat het gebruik van open standaarden in toenemende mate wordt gefaciliteerd door de huidige documentmanagementsystemen waardoor verstrekking “as is” ook meteen verstrekking in open formaat is. Een document wordt als document in machineleesbaar formaat beschouwd als het een bestandsformaat heeft met een zodanige structuur dat softwaretoepassingen eenvoudig gegevens in het document kunnen identificeren, herkennen en extraheren. Op deze manier is automatische verwerking ook gemakkelijker. Deze inspanningsverplichting houdt niet in dat met een publieke taak belaste instellingen in alle gevallen verplicht zijn documenten elektronisch, machineleesbaar en met open standaarden beschikbaar te stellen. De gewijzigde richtlijn verplicht hier niet toe indien dit een onevenredig grote inspanning vereist die verder gaat dan een eenvoudige handeling. Een verzoek dat digitalisering van grote aantallen pagina’s of documenten vereist, van documenten waarvan de staat digitalisering niet toelaat (oude manuscripten) kan op deze grond worden afgewezen, mits onderbouwd.” (p. 7 en 8)

Daarbij is onder verwijzing naar artikel 2, derde lid, van de richtlijn en artikel 1, aanhef en onder d, van de Who aangetekend, dat van documenten sprake is “eender welke inhoud, eender welk deel van een dergelijke inhoud en ongeacht het medium” en dat het bij verzoeken om hergebruik gaat om “de informatie in documenten, niet om de documenten zelf” (p. 11).

“Het aanbieden van informatie “as is” houdt […] in dat er geen verplichting bestaat tot het verlenen van toegang tot, of het openstellen van databases om hergebruikers te faciliteren. Er kunnen ook andere manieren zijn om gegevens te verstrekken, zoals het aanbieden van een downloadbaar bestand. Daarnaast kan er evenmin aanspraak worden gemaakt […] op de software waarmee de instelling de gevraagde gegevens verwerkt.” (p. 13)

3.5

Verweerder heeft volstaan met een verwijzing naar de gemeentelijke website en daarbij aangegeven dat slechts met PDF-bestanden werd gewerkt en dat een papieren gemeentepagina werd gebruikt. Tevens is aangegeven dat het verstrekken van informatie aan de drukker via de afdeling communicatie liep en dat er geen ruwe metadata zijn bewaard en dat deze dus ook niet aanwezig zijn.

De rechtbank heeft geen reden hieraan te twijfelen.

3.6

Verweerder heeft de beschikbare informatie “as is” verstrekt, nu er ten tijde van het primaire besluit niet meer aanwezig was dan de gegevens waarnaar is verwezen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder hiermee voldaan aan zijn verplichtingen op grond van de Who.

De rechtbank merkt daarbij nog op dat verweerder blijkens het verslag van de op 31 augustus 2016 gehouden hoorzitting heeft aangeboden om de bestaande nieuwsberichten tegen marginale kosten om te zetten in een ander formaat, maar dat eiser daar niet op heeft gereageerd.

3.7

Van de zijde van verweerder is verklaard dat de beschikbare informatie vrij is van auteursrechten. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding in te gaan op het betoog van eiser rondom auteursrechten.

4. Het beroep is ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Hardonk-Prins, rechter, in aanwezigheid van

M.W. Hulsman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.