ECLI:NL:RBROT:2016:10338 Rechtbank Rotterdam , 24-11-2016 / 10/996565-16

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/996565-16

Datum uitspraak: 24 november 2016

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor economische strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman J. Spijkerman, advocaat te Den Haag.

Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 10 november 2016.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vorderingen van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. L.L.H. Roebroek heeft gevorderd:

-

bewezenverklaring van het tenlastegelegde;

-

veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en een geldboete van 50.000 euro.

Waardering van het bewijs

Bewijswaardering

Aan de verdachte wordt - kort gezegd - verweten dat hij (als bestuurder van de besloten vennootschap [naam rechtspersoon] ) feitelijke leiding heeft gegeven aan het door die rechtspersoon in de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 maart 2016, al dan niet samen met een of meer ander(en), meermalen, opzettelijk opsturen van valse verwijskaarten naar de zorgverzekeraars [naam zorgverzekeraar 1] en [naam zorgverzekeraar 2] .

De valsheid zou telkens daaruit hebben bestaan dat op die verwijskaarten in strijd met de waarheid was vermeld dat de betreffende patiënt voor een consult was gezien door een op de verwijskaart vermelde arts van de vakgroep KNO-heelkunde van [naam ziekenhuis 1] en door die arts was verwezen voor audiometrische/otologische expertise, dit terwijl in werkelijkheid deze arts niet was geraadpleegd.

Op de in de tenlastelegging opgenomen verwijskaarten staat niet vermeld dat de patiënt voor een consult door een arts is gezien (cursivering rechtbank), zodat om die reden de verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.

De rechtbank acht wel bewezen dat op vier van de zeven verwijskaarten in strijd met de waarheid is vermeld dat de betreffende patiënt door de op de verwijskaarten vermelde arts van de vakgroep KNO-heelkunde van [naam ziekenhuis 1] voor een consult is verwezen voor audiometrische/otologische expertise, aangezien in werkelijkheid die (op de verwijskaarten vermelde) arts niet was geraadpleegd.

Op de verwijskaarten is te lezen dat de patiënt werd verwezen voor audiometrische/ otologische expertise. Op de verwijskaarten staat voorts een naamstempel van een arts van de vakgroep KNO van [naam ziekenhuis 1] met daar doorheen een handgeschreven paraaf, of teken dat daarvoor zou kunnen doorgaan. Volgens de getuige [naam getuige] heeft hij alle patiënten beoordeeld op basis van een audiogram en heeft hij de verwijskaarten opgemaakt, in het bijzijn van de verdachte. [naam getuige] heeft naast zijn eigen naamstempel ook viermaal de naamstempels van twee collega artsen, te weten [naam arts 1] en

[naam arts 2] , gebruikt en voorzien van een handgeschreven merkteken, buiten medeweten en zonder toestemming van deze collega’s. Door aldus te doen voorkomen dat deze verwijskaarten zijn opgemaakt door andere artsen dan door [naam getuige] , zijn die verwijskaarten vals.

Uit de inhoud van het dossier, de behandeling ter terechtzitting en het requisitoir van de officier van justitie begrijpt de rechtbank dat door het openbaar ministerie groot gewicht is toegekend aan de verdenking dat de verwijskaarten pas achteraf, namelijk nadat er al een consult bij en/of behandeling door de verdachte had plaatsgevonden, zijn opgemaakt.

Voor zover de officier van justitie, gelet hierop, heeft bedoeld om onder het aan de verdachte gemaakte verwijt tevens te begrijpen dat op de verwijskaarten in strijd met de waarheid is vermeld dat de desbetreffende patiënt is verwezen voorafgaand aan dat consult en/of die behandeling, terwijl in werkelijkheid de verwijzing pas achteraf heeft plaatsgevonden, kan dit naar het oordeel van de rechtbank niet in die verwijskaarten worden gelezen.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:

[naam rechtspersoon] op tijdstippen in de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 maart 2016, te Gouda, althans in Nederland, meermalen,

(telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse geschriften,

te weten verwijsbrieven/kaarten,

2.(een) verwijskaart op naam van [naam patiënt/cliënt 1] BSN [burgerservicenummer 1] (DOC-001-05)

3.(een) verwijskaart op naam van [naam patiënt/cliënt 2] BSN [burgerservicenummer 2] (DOC-001-07)

6.(een) verwijskaart op naam van [naam patiënt/cliënt 3] BSN [burgerservicenummer 3] (DOC-011-01)

7.(een) verwijskaart op naam van [naam patiënt/cliënt 4] BSN [burgerservicenummer 4] (DOC-011-09)

- elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -

als ware die geschriften echt en onvervalst,

bestaande dat gebruik maken (telkens) hierin dat [naam rechtspersoon] voornoemde verwijsbrieven heeft verstuurd naar [naam zorgverzekeraar 1]

of [naam zorgverzekeraar 2] ,

en bestaande de valsheid (telkens) hierin dat -in strijd met de waarheid- op de verwijskaarten staat vermeld dat de patiënt voor een consult is/ gezien door een daartoe in werkelijkheid niet geraadpleegde arts van de vakgroep KNO-heelkunde van [naam ziekenhuis 2] en door die arts is/ verwezen voor audiometrische/ otologische expertise,

zulks (telkens) met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken ,

terwijl zij weet dat die geschriften bestemd zijn voor zodanig gebruik,

aan welke bovenomschreven verboden gedragingen hij feitelijk leiding heeft gegeven.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

feitelijke leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van het opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte is KNO arts en verricht zijn werkzaamheden binnen de door hem bestuurde besloten vennootschap [naam rechtspersoon] Toen in het kader van onderzoek naar zijn declaratiegedrag door twee zorgverzekeraars verwijskaarten werden opgevraagd, heeft de verdachte vier valse verwijskaarten aan die zorgverzekeraars toegestuurd. Deze verwijskaarten waren met medeweten van de verdachte opgemaakt door een collega KNO- arts die daarbij, zonder daartoe bevoegd te zijn, de naamstempel gebruikte van twee andere artsen en deze voorzag van een krabbel die kon doorgaan voor een paraaf.

De verdachte heeft door het gebruik van deze valse verwijskaarten misbruik gemaakt van het vertrouwen dat zorgverzekeringsmaatschappijen moeten kunnen stellen in de juistheid van bij hen ingediende declaraties van medische beroepsbeoefenaren c.q. zorgverleners. Verdachte heeft dit vertrouwen meermalen geschaad en heeft daarmee tevens de solidariteit waarop het Nederlandse zorgstelsel is gebaseerd aangetast.

Met zijn handelen heeft de verdachte daarnaast ook het vertrouwen dat patiënten in specialisten en/of de medische professie in zijn geheel moeten kunnen stellen geschaad. Een aantal patiënten is door zorgverzekeringsmaatschappijen en door het door het ISZW ingestelde onderzoek geconfronteerd met de valse verwijskaarten die met het oog op bij hen verrichte medische handelingen waren uitgeschreven. Dit heeft bij hen voor de nodige onrust, verontwaardiging en verlies aan vertrouwen geleid.

Blijkens het de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 14 september 2016 is hij niet eerder veroordeeld.

De rechtbank houdt hiermee in het voordeel van de verdachte rekening. Ook houdt de rechtbank bij de straftoemeting in matigende zin rekening met de gevorderde leeftijd van de verdachte.

Ten nadele van de verdachte houdt de rechtbank bij de straftoemeting, naast de ernst van het feit, rekening met de omstandigheid dat de verdachte het feit pleegde als praktiserend arts, een professional, waaraan hoge eisen ten aanzien van onkreukbaarheid mogen worden gesteld.

De officier van justitie heeft haar strafeis gebaseerd op de stelling dat de verdachte jarenlang onrechtmatig en onterecht, zonder voorafgaande verwijzing, heeft gedeclareerd bij de zorgverzekeraars, waarbij het totale nadeel is berekend op tenminste € 500.000,--.

Nu de bewezenverklaring slechts het opmaken van vier valse verwijskaarten omvat, zal de rechtbank de officier van justitie niet in haar strafeis volgen en een aanzienlijk lagere straf aan de verdachte opleggen.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de verwevenheid tussen de verdachte en zijn (in de besloten vennootschap [naam rechtspersoon] geëxploiteerde) beroepspraktijk c.q. onderneming. Nu aan deze vennootschap met betrekking tot het onderhavige feitencomplex een aanzienlijke geldboete zal worden opgelegd, zal de rechtbank afzien van het ook aan de verdachte opleggen van een geldboete.

De rechtbank acht echter een forse waarschuwing aan het adres van de verdachte wel op zijn plaats en zal om die reden een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, van na te melden duur. De rechtbank zal hierbij een proeftijd stellen van drie jaar, nu de verdachte nog steeds praktijk houdt en ter terechtzitting heeft verklaard zijn werkzaamheden de komende jaren nog voort te willen zetten.

Vorderingen benadeelde partijen

Als benadeelde partijen ter zake van de tenlastegelegde feiten hebben zich in het geding gevoegd:

- [naam benadeelde 1] .

De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 14.638,66 voor materiële schade;

- [naam benadeelde 2] .

De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 7.117,= voor materiële schade en een

vergoeding van € 768,= voor kosten van rechtsbijstand.

Standpunt officier van justitie

Gevorderd is de toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen nu de gevorderde schadebedragen het rechtstreeks gevolg zijn van de door de verdachte gepleegde strafbare feiten.

Beoordeling

De behandeling van de vorderingen van de benadeelde partijen levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op. De schadevorderingen vinden hun grondslag in onverschuldigde betaling. In hoeverre de achteraf door de verdachte overgelegde valse verwijskaarten hebben bijgedragen aan de door de benadeelde partijen (onverschuldigd) verrichte betalingen is niet eenvoudig vast te stellen.

De benadeelde partijen zullen daarom in hun vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard. De vorderingen kunnen bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op 14a, 14b, 14c, 51, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht.

Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het tenlastegelegde, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand,

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 3 jaren, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.C. Franken, voorzitter,

en mrs. J.J. van den Berg en C.M.J. Peeters, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.E. Boekholtz, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

[naam rechtspersoon] op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 maart 2016, te Gouda, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt van (één) vals(e) en/of vervalst(e) geschrift(en),

te weten een of meer verwijsbrie(f)(ven)/kaart(en),

1.(een) verwijskaart op naam van [naam patiënt/cliënt 5] BSN [burgerservicenummer 5] (DOC-001-03)

2.(een) verwijskaart op naam van [naam patiënt/cliënt 1] BSN [burgerservicenummer 1] (DOC-001-05)

3.(een) verwijskaart op naam van [naam patiënt/cliënt 2] BSN [burgerservicenummer 2] (DOC-001-07)

4.(een) verwijskaart op naam van [naam patiënt/cliënt 6] BSN [burgerservicenummer 6] (DOC-001-09)

5.(een) verwijskaart op naam van [naam patiënt/cliënt 7] BSN [burgerservicenummer 7] (DOC-011-01)

6.(een) verwijskaart op naam van [naam patiënt/cliënt 3] BSN [burgerservicenummer 3] (DOC-011-01)

7.(een) verwijskaart op naam van [naam patiënt/cliënt 4] BSN [burgerservicenummer 4] (DOC-011-09)

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -

als ware dat geschrift/die geschriften echt en onvervalst,

bestaande dat gebruik maken (telkens) hierin dat [naam rechtspersoon] en/of haar mededader(s) voornoemde verwijsbrie(f)(ven) heeft/hebben verstuurd naar [naam zorgverzekeraar 1]

en/of [naam zorgverzekeraar 2] ,

en bestaande de valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat- in strijd met de waarheid -op de verwijskaart(en) staat vermeld dat de patiënt(en) voor een consult is/zijn gezien door een daartoe in werkelijkheid niet geraadpleegde arts van de vakgroep KNO-heelkunde van [naam ziekenhuis 2] en/of door die arts is/zijn verwezen voor audiometrische/otologische expertise,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

terwijl zij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit/die geschrift(en) bestemd is/zijn voor zodanig gebruik

tot het plegen van welk bovenomschreven strafbare feiten/strafbaar feit verdachte, al dan niet in vereniging met een ander of anderen opdracht heeft gegeven, dan wel aan bovenomschreven verboden gedraging(en) feitelijk leiding heeft gegeven;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 51 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht