ECLI:NL:RBROT:2017:4419 Rechtbank Rotterdam , 31-05-2017 / C/10/502549 / HA ZA 16-532

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/502549 / HA ZA 16-532

Vonnis van 31 mei 2017

in de zaak van

de rechtspersoon naar publiek recht

GEMEENTE DELFT,

zetelend te Delft,

eiseres,

advocaat mr. L.B. van Luijn te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STEDIN NETBEHEER B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. M.W.F. Oosterhuis te Rotterdam.

Partijen zullen hierna gemeente Delft en Stedin worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het inleidend exploot van dagvaarding van 24 mei 2016 met producties;

- de conclusie van antwoord met producties;

- de brief van de rechtbank van 6 december 2016, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- het proces-verbaal van comparitie van 4 april 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Stedin is in het voor haar vastgestelde verzorgingsgebied belast met de wettelijke taak van het beheer van het elektriciteitsnet. De gemeente Delft behoort tot het verzorgingsgebied van Stedin.

2.2.

Partijen hebben met ingang van 1 januari 2010 een overeenkomst voor onbepaalde tijd gesloten inzake de aansluiting en transport van elektriciteit (hierna: “ATO”) ten behoeve van de openbare verlichting (hierna: “OVL”) in de gemeente Delft. De artikelen 1, 2 en 7 en de bijlage van de ATO luiden, voor zover hier van belang:

Artikel 1 Aansluiting en transport

1.1.

De netbeheerder verbindt zich de elektrische installatie(s) van de afnemer ten behoeve van het/de perce(e)l(en) vermeld in de bijlage ‘Gegevens Afnemer’ op het door hem beheerde net aan te sluiten. Deze aansluiting vindt zodanig plaats dat afnemer het in de bijlage Gegevens Afnemer vermelde gecontracteerd transportvermogen kan afnemen.

1.2.

Voorts verbindt de netbeheerder zich met inachtneming van de omvang van het gecontracteerde transportvermogen elektriciteit voor afnemer te transporteren naar het punt waarop de elektrische installatie van afnemer op het door de netbeheerder beheerde net is aangesloten.

(…)

Artikel 2 Bijlagen

2.1.

De uitvoering van deze overeenkomst geschiedt op basis van de gegevens zoals vermeld in de bij deze overeenkomst behorende bijlage ‘Gegevens Afnemer’. Partijen verplichten zich om elkaar zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte te stellen van wijzigingen van de betreffende gegevens.

(…)

2.3.

De bijlagen bij deze overeenkomst maken integraal onderdeel uit van deze overeenkomst. De bijlage ‘Gegevens afnemer’ en ‘Bijzondere Afspraken’ worden gedateerd en ondertekend door de netbeheerder en de afnemer. Indien een bijlage wijzigt, maakt de aldus gewijzigde bijlage alsdan onder gelijktijdige vervanging van de vorige versie van de betreffende bijlage onderdeel uit van de overeenkomst.

(…)

Artikel 7 Gewijzigde wet- en regelgeving
Bij een wijziging van wet- en regelgeving waardoor ongewijzigde instandhouding van deze overeenkomst in haar huidige vorm niet langer is toegestaan dan wel naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet langer gevergd kan worden van één of beide partijen, zullen partijen met elkaar in overleg treden omtrent een aanpassing/herziening van deze overeenkomst teneinde deze in overeenstemming te brengen met de gewijzigde wet- en regelgeving. (…)

Bijlage gegevens afnemer
als bedoeld in artikel 2 van de Overeenkomst aansluiting en transport van elektrische energie.Algemeen

(…)Gegevens betreffende transport

(…)Overige vergoedingen(…)Vergoeding ontsteekpunten aantal 386 € 4275,14 per maand

2.3.

Artikel 7 lid 3 Algemene Voorwaarden Aansluiting en Transport Stedin Elektriciteit 2008 voor afnemers > 3 x 80 A (niet zijnde producenten), hierna: “de AV”, luidt – voor zover hier van belang –:

3. De aansluit- en transportovereenkomst kan na het verstrijken van de overeengekomen minimale looptijd van één jaar door de afnemer en door de netbeheerder door opzegging worden beëindigd. (…) Opzegging door de netbeheerder dient gemotiveerd en schriftelijk te geschieden en is slechts mogelijk in geval van zwaarwichtige belangen en met inachtneming van een opzegtermijn van minimaal zes maanden.

2.4.

Bij brief van 28 februari 2014 heeft Stedin aan de gemeente Delft meegedeeld, voor zover hier van belang:

De gemeente Delft heeft een eigen net voor Openbare Verlichting. Stedin is verantwoordelijk voor de aansluiting ten behoeve van de Openbare Verlichting. De Openbare Verlichting wordt in- en uitgeschakeld met een toon frequent signaal (TF). Dit wordt ontsteking genoemd en gebeurt door een zogenoemd ontsteekpunt.

Stopzetting dienstverlening

In het verleden is met de rechtsvoorganger van Stedin de afspraak gemaakt of de situatie ontstaan dat Stedin de ontsteekpunten beheerde, dan wel de ontsteking verzorgde. Tot op heden brengt Stedin u voor deze dienst een ontsteekpuntenvergoeding in rekening via uw maandnota.

Stedin mag in de rol van netbeheerder deze dienst niet uitvoeren. Dit houdt in dat wij de activiteiten m.b.t. het beheer en onderhoud zullen stopzetten. De kosten voor de dienstverlening worden daarom niet meer in rekening gebracht.

TF-signaal

Het feit dat Stedin het beheer en onderhoud van de ontsteekpunten stopzet, laat onverlet dat voorlopig het TF signaal waarmee de OV-installaties van Stedin worden in- en uitgeschakeld, nog actief blijft. Zolang dat het geval is, hebben wij er geen bezwaar tegen dat de gemeente meelift, echter u kunt hier geen rechten aan ontlenen.

Ingangsdatum

De overgangsperiode naar de nieuwe situatie willen wij graag in goed overleg met u afstemmen. Vanaf 1 januari 2014 is Stedin gestopt met de facturatie van deze dienstverlening.

2.5.

Bij e-mail van 11 maart 2014 bericht Stedin aan de gemeente Delft dat het TF signaal per 1-1-2018 zal worden beëindigd.

2.6.

Bij e-mail van 4 juni 2014 bericht Stedin aan de gemeente Delft, voor zover hier van belang:

(…) Met het verdwijnen van het TF signaal is het niet meer mogelijk om zogenaamd “mee te liften”. Dit houdt voor de gemeente concreet in dat het eigen net op een andere wijze moet worden ingeschakeld. (..)

De gemeente Delft heeft circa 160 overnamepunten zitten in de distributiestations. In deze stations zitten tevens de TF ontvangers. Vanwege veiligheidsprocedures is het betreden en het uitvoeren van werkzaamheden in deze stations alleen mogelijk door bevoegd personeel van Stedin. Aannemers van de gemeente die de OV werkzaamheden aan het bovengrondse OV netten uitvoeren zijn niet bevoegd om deze stations te betreden. Betreding kan alleen plaats vinden onder toezicht van Stedin.

Bij diverse andere gemeenten, die een soortgelijke situatie hebben, zijn afspraken gemaakt om de OV overnamepunten naar buiten te verplaatsen. De punten bevinden zich dan vaak in een bovengrondse kast die tegen het betreffende station wordt geplaatst. In deze bovengrondse kast wordt dan tevens een eigen OV schakeling aangebracht. Door het naar buiten brengen van de OV overnamepunten kan de bovengrondse aannemer zonder tussenkomst van Stedin ten alle tijden bij de OV installaties. Dit scheelt niet alleen tijd maar ook de kosten voor het toegang verschaffen tot in de stations komen hiermee te vervallen. De kosten voor het verwijderen van de OV kabels uit het station, het maken van een nieuwe elektra-aansluiting en het leveren en plaatsen van de bovengrondse kast zijn voor rekening van de gemeente.

2.7.

Op 14 juli 2014 en 22 september 2014 heeft overleg plaatsgevonden tussen de gemeente Delft en Stedin inzake de beëindiging van het TF signaal en alternatieve mogelijkheden. Verder is gesproken over het verwijderen van de OVL overname punten uit de hoogspanningsruimten van de distributiestations.

2.8.

Bij brief van 14 augustus 2015 heeft de advocaat van de gemeente Delft Stedin verzocht te bevestigen dat Stedin de overeenkomst ook vanaf 2018 zal nakomen, dan wel te komen met een redelijk aanbod ter compensatie van de bedragen die de gemeente Delft onverschuldigd zou hebben betaald, van de kosten die de gemeente Delft heeft gemaakt en van de kosten die zij zal moeten maken. Stedin heeft hieraan geen gevolg gegeven.

3 Het geschil

3.1.

De gemeente Delft vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. Primair: te verklaren voor recht dat er geen opzegging van de overeenkomst door Stedin heeft plaatsgevonden, dan wel dat de opzegging c.q. de beëindiging van de overeenkomst zonder rechtsgevolg is gebleven c.q. dient te blijven, zodat Stedin gehouden blijft de overeenkomst met de gemeente Delft na te komen;

II. Stedin te veroordelen tot nakoming van de overeenkomst op straffe van een dwangsom van € 500.000 – althans een in goede justitie te bepalen bedrag – per dag of gedeelte daarvan dat Stedin in gebreke blijft om na betekening aan de inhoud van het in deze te wijzen vonnis te voldoen;

III. Subsidiair: Stedin te veroordelen tot nakoming van artikel 7 van de overeenkomst en Stedin aldus te veroordelen tot het in overleg treden met de gemeente Delft zoals hierboven bedoeld op straffe van een dwangsom van € 500.000 – althans een in goede justitie te bepalen bedrag – per dag of gedeelte daarvan dat Stedin in gebreke blijft om na betekening aan de inhoud van het in deze te wijzen vonnis te voldoen;

IV. Meer subsidiair: voor recht te verklaren dat Stedin toerekenbaar tekort schiet dan wel onrechtmatig handelt jegens de gemeente Delft door bij de opzegging c.q. de beëindiging van de overeenkomst geen redelijke (opzeg)termijn in acht te nemen dan wel door geen compensatie aan te bieden aan de Gemeente;en voorts

V. Stedin te veroordelen tot betaling aan de gemeente Delft van de door haar geleden en nog te lijden schade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, daaronder begrepen het door Stedin kosteloos meewerken aan het verplaatsen van de verdeelkasten uit de transformatorhuisjes, alsook

VI. Stedin te veroordelen tot terugbetaling van het door de gemeente Delft voor levering van het TF signaal betaalde bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119a BW subsidiair 6:119 BW vanaf de dag der betaling c.q. vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van terugbetaling,

VII. Stedin te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2.

De gemeente Delft legt aan haar vorderingen ten grondslag dat het doorgeven van het TF signaal voor het aan- en uitschakelen van de openbare verlichting onderdeel van de ATO is. Uit artikel 16 lid 1 sub c van de Energiewet volgt ook dat de schakeldienst (via het TF signaal of een andere techniek) één van de wettelijke taken is van de netbeheerder, in casu Stedin, en dus niet kan worden opgezegd. De gemeente Delft vordert nakoming van de verbintenis tot het doorgeven van het signaal. Nu Stedin stopt met de levering van het TF signaal, dient zij op een andere wijze zorg te dragen voor het in- en uitschakelen van de OVL. De overeenkomst kan blijkens artikel 7 van de ATO in geval van wijziging van wet- en regelgeving, niet worden opgezegd, maar verplicht partijen ertoe in overleg te treden en de overeenkomst te herzien. Het in laatstgenoemd artikel bedoelde overleg heeft nimmer plaatsgevonden tussen partijen. Daarbij geldt dat als de opzegging van de overeenkomst contractueel al mogelijk zou zijn, na overleg zoals hiervoor genoemd, dit slechts kan plaatsvinden bij zwaarwegende gronden en daarvan is geen sprake.

Voorts voert de gemeente Delft aan dat de overeenkomst moet worden gekenmerkt als een duurovereenkomst. Opzegging is pas mogelijk bij een zwaarwegende grond en die ontbreekt. De reden voor opzegging door Stedin lijkt primair gelegen in een commerciële afweging, waartegenover het algemeen belang van de gemeente Delft staat.

Gelet op de lange duur van de overeenkomst, het algemeen belang, het ontbreken van enige schadevergoeding en de investeringen gedaan door de gemeente Delft is de opzegging, voor zover die al mogelijk zou zijn, zonder meer onrechtmatig. Door de opzegging wordt de gemeente Delft gedwongen zeer hoge kosten te maken, zowel voor het ombouwen van alle schakelkasten alsmede voor het uitplaatsen van de 160 schakelkasten die in de transformatorhuisjes van Stedin staan. Bovendien maakt Stedin misbruik van haar positie als eigenaresse van de transformatorhuisjes door alleen toegang te verlenen in bijzijn van een medewerker van Stedin. Er zijn derhalve gronden om aan de gemeente een schadevergoeding toe te kennen.

Stedin heeft aan de gemeente Delft meegedeeld dat zij geen kosten had mogen berekenen voor het TF signaal, zodat de overeenkomst op het punt van het in rekening brengen van kosten nietig is of vernietigbaar. De gemeente Delft vernietigt voor zover vereist de overeenkomst tussen partijen partieel, namelijk voor zover het ziet op het in rekening brengen van die kosten. De gemeente Delft komt aldus een beroep toe op onverschuldigde betaling door haar of ongerechtvaardigde verrijking van Stedin.

3.3.

Stedin concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de gemeente Delft. Zij betwist dat zij de gehele ATO heeft opgezegd. Stedin heeft enkel de TF-activiteiten beëindigd. Dit is op goede gronden, met voldoende zwaarwichtige belangen en zorgvuldig gebeurd. Er is een opzegtermijn van vier jaar in acht genomen. Stedin is door deze opzegging niet schadeplichtig. In artikel 16c Elektriciteitswet 1998 noch anderszins is de schakeldienst aangewezen als wettelijke taak van de netbeheerder. De schakeldienst werd wel aangeboden door netbeheerders in die zin dat gemeentes meeliftten op het toch al aanwezige TF signaal. Dit kon omdat er op de markt toentertijd geen andere aanbieders waren, waardoor de schakeldienst geen concurrerende dienst was. Immers, netbeheerders mogen ingevolge artikel 17 lid 1 Elektriciteitswet 1998 buiten de wettelijke taken geen goederen of diensten leveren waarmee zij in concurrentie treden. Het is in de loop der jaren echter een concurrerende dienst geworden, doordat voor het in- en uitschakelen andere technische mogelijkheden zijn ontwikkeld die inmiddels door andere aanbieders worden aangeboden. Nu het een concurrerende dienst is geworden, mag Stedin met ingang van 2014 de schakeldienst – via het TF signaal of via een andere techniek – niet meer als dienst aanbieden, waardoor het sindsdien wordt afgebouwd. Sinds 2014 wordt er geen vergoeding voor de TF diensten meer in rekening gebracht aan de gemeente Delft. Dat Stedin de schakeldienst sinds 2014 niet meer mag aanbieden is dus geen gevolg van gewijzigde wet- of regelgeving.

Voor de TF dienstverlening tot aan 2014 geldt dat de overeengekomen vergoeding verschuldigd was. Stedin heeft deze diensten verleend, de gemeente Delft heeft deze diensten afgenomen en de vergoeding voor deze diensten terecht aan Stedin voldaan. Van (partiële) nietigheid van de overeenkomst is dan ook geen sprake en evenmin van onverschuldigde betaling door de gemeente Delft dan wel ongerechtvaardigde verrijking van Stedin.Het beëindigen van de schakel activiteit valt onder de wijziging van de bijlage Gegevens Afnemer, waarop deze dienst staat vermeld onder de rubriek Overige vergoedingen met de vermelding “Vergoeding ontsteekpunten”. Voor een wijziging van de bijlage volstaat een schriftelijke mededeling van Stedin aan de gemeente Delft gelet op het bepaalde in artikel 2 van de ATO. Dit valt niet onder het voorschrift in artikel 7 lid 3 van de AV, dat ziet op de opzegging van de gehele aansluit- en transportovereenkomst. Er is geen sprake van een wijziging van wet- of regelgeving, zodat artikel 7 van de ATO niet van toepassing is. Subsidiair heeft te gelden dat er wel degelijk overleg heeft plaatsgevonden. Dat dit overleg niet heeft geleid tot het door de gemeente Delft beoogde resultaat, betekent niet dat er geen overleg heeft plaatsgevonden.

Voor schadevergoeding is geen plaats. Instandhouding, modernisering en vervanging van de verdeelkasten als onderdeel van de OV-installatie van de gemeente Delft behoort tot het normaal maatschappelijk risico van de gemeente Delft. Deze kosten dienen dan ook geheel voor rekening van de gemeente Delft te blijven. Stedin heeft niet de toegang tot haar transformatorhuisjes geweigerd. Het medegebruik door de gemeente Delft van de stations van Stedin wordt (vooralsnog) kosteloos gedoogd, enkel de kosten van toezicht in het kader van de veiligheidsvoorschriften worden aan de gemeente Delft doorbelast. Stedin heeft zich in een eerder overleg bereid verklaard met het naar buiten plaatsen van de verdeelkasten en om daaraan haar medewerking te verlenen aldus dat Stedin er in bewilligt dat de gemeente Delft deze kasten dan aan de buitenzijde van het station van Stedin kan plaatsen.

4 De beoordeling

4.1.

Tussen partijen bestaat een zg. ATO, die onder meer de aansluiting en het transport voor de OVL van de gemeente Delft regelt. Partijen zijn het erover eens dat deze overeenkomst voor wat betreft de aansluiting en het transport (zie artikel 1 van de ATO, hiervoor opgenomen onder 2.1.) niet is opgezegd. Gelet hierop heeft de gemeente Delft geen belang bij het onder I. en II. gevorderde, zodat deze vorderingen worden afgewezen.

4.2.

Het geschil spitst zich toe op de opzegging van het in- en uitschakelen van de OVL (hierna ook aangeduid als: ‘de schakeldienst’) door middel van het zogenaamde TF signaal, een dienst vermeld in de bijlage bij de ATO. Indien deze schakeldienst een wettelijke kerntaak van de netbeheerder is – hetgeen de gemeente Delft stelt – kan deze niet worden opgezegd.

4.2.1.

Stedin heeft deze niet gemotiveerde stelling van de gemeente Delft gemotiveerd betwist en voert aan dat de schakeldienst nooit een wettelijke kerntaak is geweest. Gelet hierop had het zonder meer op de weg van de gemeente Delft gelegen om haar stelling in deze nader te onderbouwen. Nu dat niet is gebeurd en er ook geen bewijsaanbod van deze stelling is gedaan, is er geen aanleiding om haar tot bewijslevering ter zake toe te laten. Dit betekent dat niet is komen vast te staan dat de schakeldienst behoort tot de wettelijke taken van de netbeheerder.

4.3.

Vervolgens is de vraag aan de orde of en, zo ja, onder welke voorwaarden de schakeldienst opzegbaar is. Dit wordt bepaald door de inhoud van de overeenkomst en de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen.

4.3.1.

De gemeente Delft stelt zich op het standpunt dat artikel 7 van de ATO van toepassing is en dat partijen ingevolge dit artikel in overleg moeten treden over aanpassing/herziening van de overeenkomst. Artikel 7 van de ATO is van toepassing indien een wijziging van wet- en regelgeving tot gevolg heeft dat ongewijzigde instandhouding van de ATO niet langer is toegestaan. Tegenover de gemotiveerde betwisting door Stedin – inhoudende dat de schakeldienst door nieuwe technieken sinds 2014 een concurrerende dienst is geworden, welke een netbeheerder ingevolge artikel 17 lid 1 van de Energiewet 1998 niet mag aanbieden – heeft de gemeente Delft onvoldoende onderbouwd dat sprake is van gewijzigde wet- of regelgeving. Hoewel de gemeente Delft ter onderbouwing verwijst naar een vermeende uitspraak van de ACM, heeft zij dit op geen enkele wijze met stukken gestaafd. Nu niet is komen vast te staan dat gewijzigde wet- en regelgeving ten grondslag ligt aan de opzegging van de schakeldienst, is de regeling zoals neergelegd in artikel 7 van de ATO niet van toepassing. Gelet hierop wordt het onder III. gevorderde eveneens afgewezen.

4.3.2.

Stedin heeft aangevoerd dat het beëindigen van de schakeldienst valt onder wijziging van de bijlage Gegevens Afnemer, waarvoor ingevolge artikelen 2.1 en 2.3 van de ATO een schriftelijke mededeling van Stedin aan de gemeente Delft volstaat. Artikel 2 van de ATO ziet naar het oordeel van de rechtbank op een wijziging van algemene gegevens, zoals het adres van Stedin of de afnemer of de omvang van het gecontracteerde transportvermogen. De schakeldienst is een dusdanig essentieel onderdeel van de overeenkomst dat dit niet valt onder een wijziging van de bijlage Gegevens Afnemer. Bovendien volgt uit artikel 2.3 dat de bijlage dient te worden ondertekend door zowel de netbeheerder als de afnemer, hetgeen overeenstemming van partijen met een wijziging van de bijlage impliceert.

Zowel de gemeente Delft als Stedin hebben ter onderbouwing van hun respectieve standpunten ook nog verwezen naar artikel 7 lid 3 van de AV. Stedin heeft aangevoerd dat zij aan de hierin gestelde eisen voor opzegging – kort gezegd zwaarwichtige belangen en een opzegtermijn van minimaal 6 maanden – heeft voldaan. Los van de vraag of deze algemene voorwaarden van toepassing zijn (hetgeen door de gemeente Delft is betwist), is de rechtbank van oordeel dat deze bepaling ziet op opzegging van de gehele ATO en niet op de opzegging van een onderdeel, zoals in casu de schakeldienst.

4.3.3.

De wet en overeenkomst voorzien derhalve niet in een regeling voor de opzegging van de schakeldienst, zodat de schakeldienst (die voor onbepaalde tijd is aangegaan) in beginsel opzegbaar is. De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende grond voor de opzegging bestaat. Uit dezelfde eisen kan, eveneens in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval, voortvloeien dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding (vgl. HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9854 en HR 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4163).

4.3.4.

Uit voornoemde arresten van de Hoge Raad volgt dat opzegbaarheid als hoofdregel voorop staat. Hoewel de gemeente Delft stelt dat een zwaarwegende grond voor de opzegging van de schakeldienst vereist is, heeft zij geen bijzondere omstandigheden gesteld die dit meebrengen. Ook anderszins is van dergelijke bijzondere omstandigheden niet gebleken. Nu Stedin - zoals hiervoor reeds is overwogen – de schakeldienst sinds 2014 niet meer mag aanbieden, heeft zij deze dienst bij brief van 28 februari 2014 opgezegd. Bij e-mail van 11 maart 2014 heeft Stedin te kennen gegeven dat zij opzegt tegen 1 januari 2018. De voor de schakeldienst afgesproken vergoeding van € 55.000,- per jaar wordt sinds 1 januari 2014 niet meer in rekening gebracht door Stedin.

4.3.5.

De rechtbank is van oordeel dat Stedin een opzegtermijn in acht heeft genomen, die recht doet aan alle omstandigheden van het geval. De gemeente Delft kan tot 1 januari 2018 gebruik maken van de schakeldienst door middel van het TF signaal, terwijl zij sinds 1 januari 2014 de afgesproken vergoeding van € 55.000 per jaar niet meer aan Stedin hoeft te voldoen. De gemeente Delft heeft derhalve vier jaar de tijd (gehad) om een keuze te maken voor een nieuwe schakeldienst voor de in- en uitschakeling van de OVL en het aanpassen van de 410 verdeelkasten aan de nieuwe schakeldienst. Gesteld noch gebleken is dat de gemeente Delft hiervoor meer tijd nodig heeft. Stedin heeft compensatie geboden door met ingang van 2014 geen vergoeding meer in rekening te brengen voor de schakeldienst. Gesteld noch gebleken is op welke gronden Stedin (verder) zou moeten bijdragen aan de aanpassingen van het OVL-net en de daarbij behorende verdeelkasten, alle in eigendom van en beheer bij de gemeente Delft. Door de gemeente Delft is (eerst ter comparitie) gesteld dat andere netbeheerders – zoals Liander – gemeentes die zich in een vergelijkbare situatie als de gemeente Delft bevinden wel tegemoet komen. Voor zover andere netbeheerders de toepasselijke wet- en regelgeving al anders toepassen, hetgeen door de ontbrekende onderbouwing niet kan worden vastgesteld, levert de omstandigheid dat Stedin die wet- en regelgeving wellicht stringenter toepast, nog geen onrechtmatige daad op jegens de gemeente Delft. Verdere bijkomende omstandigheden die dit handelen van Stedin onrechtmatig zouden maken, zijn gesteld noch gebleken.

4.3.6.

Nu er een redelijke opzegtermijn in acht is genomen en voldoende compensatie is geboden aan de gemeente Delft, is Stedin niet toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van haar verbintenissen voortvloeiende uit de ATO en heeft zij niet onrechtmatig gehandeld jegens de gemeente Delft, zodat het onder IV gevorderde wordt afgewezen. Dit heeft tevens tot gevolg dat er geen grond is voor toewijzing van de onder V. gevorderde schadevergoeding. Ook deze vordering wordt derhalve afgewezen.

4.4.

Tot slot vordert de gemeente Delft terugbetaling van het door haar aan Stedin betaalde bedrag voor de levering van het TF signaal. Als grond voor deze vordering heeft zij gesteld dat Stedin zou hebben gezegd dat de ACM heeft bepaald dat Stedin geen vergoeding voor het doorgeven van het TF signaal had mogen vragen, ook niet vóór 2014. Stedin heeft daartegenover wederom aangevoerd dat zij vanaf 2014 geen schakeldienst meer mag aanbieden omdat het een concurrerende dienst is geworden. Stedin levert de dienst nog wel aan de gemeente Delft gedurende de opzegtermijn van vier jaar, maar brengt sinds 2014 geen kosten meer in rekening voor deze dienst. Nu de gemeente Delft op geen enkele wijze heeft onderbouwd – zoals bijvoorbeeld door het overleggen van informatie hieromtrent van de ACM – dat Stedin ook vóór 2014 geen vergoeding in rekening had mogen brengen en Stedin bovendien al die jaren tegenover de betaling van de vergoeding een dienst heeft geleverd, is geen sprake van onverschuldigde betaling dan wel ongerechtvaardigde verrijking. Het onder VI. gevorderde wordt dan ook afgewezen.

Proceskosten

4.5.

De gemeente Delft zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Stedin worden begroot op:

- griffierecht € 619,00

- salaris advocaat € 904,00 (2,0 punten [cva, cvp] × tarief € 452,00)

Totaal € 1.523,00

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt de gemeente Delft in de proceskosten, aan de zijde van Stedin tot op heden begroot op € 1.523,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt de gemeente Delft in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat de gemeente Delft niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Eerdhuijzen, mr. S.M. den Hollander en mr. H.D. Overbeek en in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2017.1

Voetnoten

1
2294/2872/2846
Verder lezen