ECLI:NL:RBROT:2017:5068 Rechtbank Rotterdam , 03-06-2017 / 10/660192-14

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/660192-14

Datum uitspraak: 3 mei 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:


[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsvrouw mr. S. Epema, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 19 april 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. L.H.M. Jager-Huiskens heeft gevorderd:

-

vrijspraak van het onder 6 tenlastegelegde;

-

bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde;

-

veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) jaren met aftrek van voorarrest.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak ten aanzien van de feiten 1 tot en met 5

4.1.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

De officier van justitie baseert zich daarbij op de aangiftes en verklaringen van de aangeefsters [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] .

Beide aangiftes vinden steun in de verklaringen van diverse getuigen. Ten aanzien van [naam slachtoffer 1] met name de getuigen [naam getuige 1] , [naam getuige 2] en [naam getuige 3] ; ten aanzien van [naam slachtoffer 2] met name de getuigen [naam getuige 4] en [naam getuige 5] .

Voorts zijn ten aanzien van beide aangiftes van belang de verklaringen van [naam 1] (een zuster van beide aangeefsters), alsmede die van [naam 2] (een zuster van de verdachte), die eveneens heeft verklaard op jeugdige leeftijd door de verdachte seksueel te zijn misbruikt en wier verklaring door haar huisarts wordt bevestigd.

Bovendien kunnen de verklaringen van beide aangeefsters over en weer als schakelbewijs worden gebruikt.

4.1.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak van alle tenlastegelegde feiten bepleit.

4.1.3.

Beoordeling

De rechtbank stelt voorop dat ingevolge artikel 342 tweede lid Wetboek van Strafvordering (hierna Sv) het bewijs dat een verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, niet uitsluitend kan worden aangenomen op de verklaring van één getuige.

Deze bepaling - die de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet elk afzonderlijk onderdeel daarvan - strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing,

in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.

De vraag die in het licht van het voorgaande beantwoord moet worden, is of de beide aangiftes in voldoende mate worden ondersteund door ander bewijsmateriaal uit een andere bron. Als dit niet het geval is, dan is er onvoldoende steunbewijs om hetgeen de verdachte verweten wordt bewezen te verklaren.

Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3

In het dossier bevindt zich de aangifte waarin aangeefster [naam slachtoffer 1] - kort gezegd - heeft verklaard dat zij tussen haar 9e en 24e levensjaar door de verdachte (haar vader) meerdere malen seksueel is misbruikt. Zij werd door hem betast aan borsten, billen en vagina en er was sprake van seksueel binnendringen. Door de verdachte werden daarbij bedreigingen geuit en er was ook sprake van fysiek geweld.

De verdachte ontkent ten stelligste deze feiten te hebben begaan.

De getuige [naam getuige 1] heeft verklaard dat hem, als begeleider van een jongvolwassenenkamp, het gedrag van aangeefster was opgevallen en dat hij de indruk had dat zij problemen had. Aangeefster heeft hem na enige tijd in vertrouwen genomen. Na eerst te hebben verteld dat sprake was van mishandeling door de verdachte, heeft zij later aan hem verteld dat de verdachte haar seksueel heeft misbruikt.

Ook de getuige [naam getuige 2] , predikant bij wie aangeefster ook enkele maanden in huis heeft verbleven, had gezien dat het niet goed ging met aangeefster en had gesprekken met haar gevoerd. Zij heeft hem verteld dat sprake was van mishandeling door de verdachte maar heeft, daarnaar gevraagd, aanvankelijk seksueel misbruik ontkend. Een paar jaar later, na het doen van haar aangifte, heeft zij hem verteld dat zij destijds tegen hem had gelogen en dat zij wél seksueel door haar vader was misbruikt, en dat zij verschillende miskramen had gehad.

De getuige [naam getuige 3] bevestigt de verklaring van haar echtgenoot, de getuige [naam getuige 2] , op het punt van diens waarneming dat het niet goed ging met aangeefster. Aangeefster was volgens haar zeggen bang voor haar vader, die haar vaak zou straffen.

De hiervoor aangehaalde getuigenverklaringen ondersteunen de verklaring van aangeefster, doch zijn wel alle te herleiden tot dezelfde bron, te weten de aangeefster. In dit verband is van belang dat de waarneming van genoemde getuigen dat het niet goed ging met aangeefster als zodanig onvoldoende bewijs oplevert ten aanzien van het waarheidsgehalte van de door aangeefster afgelegde verklaringen. Objectieve, uit een andere bron afkomstige bewijsmiddelen die deze verklaringen ondersteunen, zijn er niet. De door aangeefster overgelegde ongedateerde, niet ondertekende brieven zijn daarvoor ongeschikt en ook technisch of ander objectief bewijs ontbreekt. Aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid Sv, is daarom niet voldaan.

De omstandigheid dat de zuster van aangeefster eveneens aangifte heeft gedaan van seksueel misbruik door de verdachte geeft geen aanleiding tot een ander oordeel. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van beide aangeefsters elkaar ondersteunen en via de weg van schakelbewijs over en weer voldoende wettig bewijs opleveren voor een bewezenverklaring. De rechtbank deelt evenwel dit standpunt niet.

De verklaringen van beide aangeefsters verschillen onderling op het punt van de daarin beschreven seksuele handelingen en de wijze waarop en de omstandigheden waaronder deze door de verdachte zouden zijn gepleegd te zeer van elkaar, om in dezen (over en weer) als schakelbewijs te kunnen worden gebruikt.

Ook de verklaringen van de getuigen [naam 1] en [naam getuige 6] leveren naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende (aanvullend) bewijs voor een bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten.

Conclusie

Het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte zal dan ook daarvan worden vrijgesproken.

Ten aanzien van de feiten 4 en 5

In haar aangifte heeft aangeefster - kort gezegd - verklaard zij dat tussen haar 7e en 15e levensjaar door de verdachte (haar vader) meerdere malen seksueel is misbruikt. De verdachte heeft haar betast aan borsten, billen en vagina en er was sprake van seksueel binnendringen.

Ook ten aanzien van deze aangeefster ontkent de verdachte ten stelligste zich schuldig te hebben gemaakt aan deze hem tenlastegelegde feiten.

De getuige [naam getuige 4] , een vriend van aangeefster, heeft verklaard dat de aangeefster aan hem heeft verteld dat zij door haar vader seksueel is misbruikt. Deze getuigenverklaring heeft aangeefster als bron.

Daarnaast zijn er objectieve waarnemingen gedaan door de getuige [naam getuige 5] , groepsleider op de crisisopvang waar aangeefster heeft verbleven. Zij heeft waargenomen dat de aangeefster in haar slaap zei: “niet doen, blijf van me af” en de GGD-arts die aangeefster heeft onderzocht heeft de houding van de aangeefster omschreven als een ‘letterlijk geknakte houding’.

De rechtbank kan echter niet vaststellen dat hetgeen door deze getuigen is waargenomen is veroorzaakt door het gestelde seksuele misbruik, terwijl voorts het onderzoek naar de abortus die aangeefster stelt te hebben ondergaan niet tot enig positief resultaat heeft geleid.

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat niet is voldaan aan het door de wetgever vereiste bewijsminimum, nu de verklaringen van aangeefster onvoldoende steun vinden in de overige bewijsmiddelen.

Hetgeen hiervoor ten aanzien van de feiten 1,2 en 3 is overwogen met betrekking tot schakelbewijs en de verklaringen van de getuigen [naam 1] en [naam getuige 6] , is ook hier van toepassing.

Conclusie

Het onder 4 en 5 tenlastegelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

4.2.

Vrijspraak ten aanzien van feit 6 (verkrachting [naam slachtoffer 1] op 30 december 2015)

4.2.1.

Vrijspraak zonder nadere motivering

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 6 tenlastegelegde feit niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

5 Vorderingen benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

5.1.

Vordering benadeelde partijen [naam benadeelde 1] en [naam benadeelde 2]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 1] ter zake van de onder 1, 2, 3 en 6 tenlastegelegde feiten. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 50.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Als benadeelde partij heeft zich eveneens in het geding gevoegd: [naam benadeelde 2] ter zake van de onder 4 en 5 tenlastegelegde feiten. De benadeelde partij vordert primair een vergoeding van € 35.000,00 en subsidiair een bedrag van € 20.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

5.1.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] gedeeltelijk dient te worden toegewezen. De vordering dient naar billijkheid te worden toegewezen tot een bedrag van € 35.000,00.

De vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde 2] dient te worden toegewezen voor een bedrag van € 35.000,00.

5.1.2.

Standpunt verdediging

De verdediging bepleit de niet-ontvankelijkverklaring van beide vorderingen van de benadeelde partijen, nu de verdediging zich op het standpunt heeft gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken voor alle hem tenlastegelegde feiten.

5.1.3.

Beoordeling

De benadeelde partijen [naam benadeelde 1] en [naam benadeelde 2] zullen in hun vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu aan de verdachte geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing heeft gevonden. De benadeelde partijen zullen worden verwezen in de kosten die de verdachte ter verdediging tegen hun vorderingen heeft gemaakt; deze kosten zullen tot dusver worden begroot op nihil.

6 Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

7 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, dat bij eerdere beslissing is geschorst;

verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vordering;

veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten die de verdachte ter verdediging tegen hun vorderingen heeft gemaakt en bepaalt deze kosten tot op heden op nihil..

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.C. Franken, voorzitter,

en mrs. J.J. van den Berg en L. Daum, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. B.A.M. Elst, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 mei 2017.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 14 april 1997 tot en met 13 april 2000

te Rotterdam en/of Oosterland en/of Nieuwerkerk (gem. Schouwen-Duiveland)

en/of elders in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, (telkens), met iemand die de leeftijd van

twaalf jaren nog niet had bereikt, te weten zijn minderjarige kind, althans

een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, te weten [naam slachtoffer 1]

(geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] ), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd

die bestonden of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het

lichaam, namelijk het (telkens) (meermalen)

- betasten en/of strelen van de borsten en/of billen en/of vagina van die

[naam slachtoffer 1] en/of

- brengen en/of (vervolgens) houden van zijn, verdachtes, penis en/of

vinger(s) en/of één of meer (harde en/of metalen) voorwerp(en) in de vagina

van die [naam slachtoffer 1] en/of

- brengen en/of (enige tijd) houden van de penis in de mond van die [naam slachtoffer 1]

(het zich laten pijpen door die [naam slachtoffer 1] ) en/of

- brengen en/of (vervolgens) houden van zijn, verdachtes, tong in en/of

op/tegen de vagina van die [naam slachtoffer 1] ;

art 244 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 14 april 2000 tot en met 13 april 2004

te Rotterdam en/of Oosterland en/of Nieuwerkerk (gem. Schouwen-Duiveland)

en/of elders in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, (telkens), met iemand die de leeftijd van twaalf

jaren maar nog niet die van zestien had bereikt, te weten zijn minderjarige

kind, althans een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, te weten

[naam slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] ), buiten echt ontuchtige handelingen

heeft gepleegd die bestonden of mede bestonden uit het seksueel binnendringen

van het lichaam, namelijk het (telkens) (meermalen)

- betasten en/of strelen van de borsten en/of billen en/of vagina van die

[naam slachtoffer 1] en/of

- brengen en/of (vervolgens) houden van zijn, verdachtes, penis en/of

vinger(s) en/of één of meer (harde en/of metalen) voorwerp(en) in de vagina

van die [naam slachtoffer 1] en/of

- brengen en/of (enige tijd) houden van de penis in de mond van die [naam slachtoffer 1]

(het zich laten pijpen door die [naam slachtoffer 1] ) en/of

- brengen en/of (vervolgens) houden van zijn, verdachtes, tong in en/of

op/tegen de vagina van die [naam slachtoffer 1] ;

art 245 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 14 april 2004 tot en met 26 december 2012

te Rotterdam, althans in Nederland

meermalen, althans éénmaal (telkens)

door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met

geweld en/of bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten

[naam slachtoffer 1] , heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die

bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het

lichaam, namelijk het (telkens)

- brengen en/of (enige tijd) houden van zijn, verdachtes, penis

en/of vinger(s) en/of één of meer (harde en/of metalen) voorwerp(en) in de

vagina van die [naam slachtoffer 1] en/of

- brengen en/of (enige tijd) houden van de penis in de mond van die [naam slachtoffer 1]

(het zich laten pijpen door die [naam slachtoffer 1] ) en/of

- brengen en/of (vervolgens) houden van zijn, verdachtes, tong in de vagina

van die [naam slachtoffer 1] ,

het geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met

geweld en/of de bedreiging met (een) ander feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben

bestaan uit het meermalen, althans éénmaal (telkens)

- uittrekken van een of meer kledingstukken (het uitkleden) van die [naam slachtoffer 1]

en/of

- op die [naam slachtoffer 1] gaan liggen en/of (enige tijd) blijven liggen en/of

- ( aan een bed) vastbinden van die [naam slachtoffer 1] en/of plakken van tape

op/over de mond van die [naam slachtoffer 1] en/of gieten van kaarsvet op/over

het lichaam van die [naam slachtoffer 1] en/of

- slaan/stompen en/of schoppen op/tegen het lichaam van die [naam slachtoffer 1]

en/of

- met een lederen riem voorzien van spijkers slaan op/tegen de buik en/of

borsten van die [naam slachtoffer 1] en/of

- tegen die [naam slachtoffer 1] zeggen dat als zij er ooit met iemand over zou

praten, dat zij een langzame pijnlijke dood zou sterven en/of

- ( daarbij) de keel van die [naam slachtoffer 1] dichtdrukken/dichtknijpen en/of

- brengen van die [naam slachtoffer 1] in een (emotionele) afhankelijkheidsrelatie

met hem, verdachte, en het (daardoor) met zijn psychische overmacht en/of

emotionele overwicht, dat hij, verdachte, op die [naam slachtoffer 1] had

verworven, die [naam slachtoffer 1] aan zijn, verdachtes, wil onderwerpen en/of

die wil van die [naam slachtoffer 1] manipuleren en/of

- ( daardoor) een situatie creëren als gevolg waarvan die [naam slachtoffer 1] (ook

gezien het leeftijdsverschil tussen die [naam slachtoffer 1] en verdachte) zich

niet (langer) tegen (verdergaande) sexuele handelingen kon verzetten;

art 242 Wetboek van Strafrecht

4.

hij

in of omstreeks de periode van 25 november 1999 tot en met 24 november 2004

te Rotterdam en/of Oosterland en/of Nieuwerkerk (gem. Schouwen-Duiveland)

en/of elders in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, (telkens), met iemand die de leeftijd van

twaalf jaren nog niet had bereikt, te weten zijn minderjarige kind, althans

een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, te weten [naam slachtoffer 2]

(geboren op [geboortedatum slachtoffer 2] ), buiten echt ontuchtige handelingen heeft

gepleegd die bestonden of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van

het lichaam, namelijk het (telkens) (meermalen)

- betasten en/of strelen van de borsten en/of billen en/of vagina van die

[naam slachtoffer 2] en/of

- brengen en/of (vervolgens) houden van zijn, verdachtes, penis en/of

vinger(s) in de vagina van die [naam slachtoffer 2] en/of

- brengen en/of (enige tijd) houden van de penis in de mond van die [naam slachtoffer 2]

(het zich laten pijpen door die [naam slachtoffer 2] ) en/of

- brengen en/of (vervolgens) houden van zijn, verdachtes, tong in en/of

op/tegen de vagina van die [naam slachtoffer 2] ;

art 244 Wetboek van Strafrecht

5.

hij

in of omstreeks de periode van 25 november 2004 tot en met 24 november 2008

te Rotterdam en/of Oosterland en/of Nieuwerkerk (gem. Schouwen-Duiveland)

en/of elders in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, (telkens), met iemand die de leeftijd van twaalf

jaren maar nog niet die van zestien had bereikt, te weten zijn minderjarige

kind, althans een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, te weten

[naam slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 2] ), buiten echt ontuchtige

handelingen heeft gepleegd die bestonden of mede bestonden uit het seksueel

binnendringen van het lichaam, namelijk het (telkens) (meermalen)

- betasten en/of strelen van de borsten en/of billen en/of vagina van die

[naam slachtoffer 2] en/of

- brengen en/of (vervolgens) houden van zijn, verdachtes, penis en/of

vinger(s) in de vagina van die [naam slachtoffer 2] en/of

- brengen en/of (enige tijd) houden van de penis in de mond van die [naam slachtoffer 2]

(het zich laten pijpen door die [naam slachtoffer 2] ) en/of

- brengen en/of (vervolgens) houden van zijn, verdachtes, tong in en/of

op/tegen de vagina van die [naam slachtoffer 2] ;

art 245 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op of omstreeks 30 december 2015 te Rotterdam, althans in Nederland

door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met

geweld en/of bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten

[naam slachtoffer 1] , heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die

bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het

lichaam, namelijk

- het duwen/brengen en/of (enige tijd) houden van een voorwerp in de vagina

van die [naam slachtoffer 1] en/of

- het duwen/brengen en/of (enige tijd) houden van zijn, verdachtes, penis in

de mond van die [naam slachtoffer 1] (het zich laten pijpen door die [naam slachtoffer 1] ),

het geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met

geweld en/of de bedreiging met (een) ander feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben

bestaan uit het

- opwachten van die [naam slachtoffer 1] bij haar auto en/of in de buurt van haar

woning en/of

- ( vervolgens) het (achter)portier van zijn, verdachtes, auto openen en/of

(vervolgens) die [naam slachtoffer 1] (op dwingende toon) de woorden toevoegen "Stap

in" en/of die [naam slachtoffer 1] zeggen dat zij op de achterbank moest gaan liggen

en/of (vervolgens) met die auto, waarin [naam slachtoffer 1] zich bevond, gaan

rijden en/of

- ( met kracht) vastpakken en/of (dicht)knijpen van/in de keel/hals van die

[naam slachtoffer 1] en/of

- die [naam slachtoffer 1] meedelen dat hij haar moest straffen en/of

- ( vervolgens) uittrekken van de rok van die [naam slachtoffer 1] en/of die [naam slachtoffer 1]

zeggen dat zij haar onderkleding uit moest trekken en/of

- slaan/stompen op/tegen een been van die [naam slachtoffer 1] en/of

- ( onverhoeds) een voorwerp in de vagina van die [naam slachtoffer 1] duwen/brengen

en/of houden en/of

- zeggen tegen die [naam slachtoffer 1] dat zij zijn, verdachtes, penis moest

afzuigen en/of (daarbij) naar zich toe trekken van het hoofd van die [naam slachtoffer 1]

en/of (vervolgens) duwen/brengen en/of houden van zijn, verdachtes,

penis in de mond van die [naam slachtoffer 1] en/of

- ( daarbij) misbruik maken van het uit feitelijke verhoudingen en/of

omstandigheden voortvloeiend overwicht van verdachte op die [naam slachtoffer 1] ;

art 242 Wetboek van Strafrecht