ECLI:NL:RBUTR:2011:BU8738 Rechtbank Utrecht , 07-12-2011 / 749334 UC EXPL 11-6312 mc/4071

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

sector handel en kanton

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 749334 UC EXPL 11-6312 mc/4071

vonnis d.d. 7 december 2011

inzake

de stichting Stichting Portaal,

gevestigd te Baarn,

verder ook te noemen Portaal,

eisende partij,

gemachtigde: mr. A. Kizgin,

tegen:

1. [gedaagde sub 1],

wonende te [woonplaats],

en

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen [gedaagden],

gedaagde partijen,

gemachtigde: mr. H.L.D. van Holland,

procesadvocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer.

Het verloop van de procedure

Portaal heeft een vordering ingesteld.

[gedaagden] hebben geantwoord op de vordering.

Portaal heeft voor repliek en [gedaagden] hebben voor dupliek geconcludeerd.

Hierna is uitspraak bepaald.

De feiten

1.1. [gedaagden] huren vanaf 17 januari 2006 de eengezinswoning inclusief de bijbeho-rende aanhorigheden met medegebruik van eventuele gemeenschappelijke ruimten en/of voorzieningen aan de [adres] te [woonplaats] van Portaal.

1.2. De schriftelijke huurovereenkomst bepaalt onder meer dat het gehuurde uitsluitend is bestemd om te worden gebruikt als woonruimte ten behoeve van huurder en personen die direct tot zijn gezin behoren.

1.3. In artikel 8, lid 1, van de op de huurovereenkomst van toepassing verklaarde ‘Alge-mene Huurvoorwaarden voor zelfstandige woonruimte’ (verder: AHv) is bepaald dat de huurder verplicht is het gehuurde daadwerkelijk te bewonen en het als zijn hoofdverblijf te gebruiken. In lid 2 van dit artikel is verder bepaald dat de huurder niet gerechtigd is in enig gedeelte van het gehuurde een beroep of bedrijf uit te oefenen.

Artikel 8, lid 3, van de AHv bepaalt dat de huurder het gehuurde als een goed huurder over-eenkomstig de overeengekomen bestemming zal gebruiken.

In artikel 8, lid 5, van de AHv is bepaald dat de huurder ervoor zal zorgdragen dat aan om-wonenden geen overlast wordt veroorzaakt door de huurder, huisgenoten, huisdieren en/of door derden die zich in het gehuurde bevinden.

Artikel 8, lid 7, van de AHv bepaalt dat het huurder is verboden om waar dan ook in het ge-huurde hennep te kweken.

1.4. Op 21 februari 2011 heeft de politie vastgesteld dat in de door [gedaagden] gehuur-de woning hennep werd gekweekt. In totaal werden die dag in die woning 55 hennepplanten aangetroffen. Voorts is van de zijde van de politie aangegeven dat de kwekerij op voormelde datum is ontmanteld, dat er drie eerdere oogsten zijn geweest, dat er sprake was van diefstal van stroom en dat er sprake was van gevaarzetting / risico voor omwonenden.

In het proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 februari 2011 is verder onder meer aange-geven dat er acht assimilatielampen (van 600 Watt), acht lampenkappen, een schakelklok, drie ventilatieblokken (van 1.100 Watt), een dompelpomp, groeimiddel en twee koolstof-filters zijn aangetroffen en in beslag zijn genomen.

1.5. Het energiebedrijf (Stedin) heeft op diezelfde dag geconstateerd dat er door middel van een illegale aftakking en derhalve buiten de meter om elektriciteit is afgetapt, waardoor er sprake is van diefstal van elektriciteit. Verder heeft dit volgens de rapporteur van Stedin een gevaarlijke situatie opgeleverd, aangezien de installatie niet langer in overeenstemming was met de beveiliging ervan. Stedin heeft aangifte van diefstal gedaan.

1.6. Bij brief van 10 maart 2011 heeft [gedaagde sub 1] aan Portaal spijt betuigd ter zake de hen-nepkwekerij. Verder heeft [gedaagde sub 1] aangegeven dat [gedaagde sub 2] niet op de hoogte was van deze kwekerij, aangezien zij met de kinderen (van 2½ en 6 jaar oud) al in november 2010 de wo-ning (tijdelijk) had verlaten vanwege relatieproblemen. “Mijn ex-vriendin heeft de woning nu weer betrokken en ik ben daar weg en heb me uitgeschreven.”, aldus [gedaagde sub 1]. Ten slotte heeft [gedaagde sub 1] in zijn brief gesteld dat hij vanwege zijn vele schulden de hennepkwekerij heeft aangelegd.

Bij brief van 14 maart 2011 heeft [gedaagde sub 2] aan Portaal meegedeeld dat zij nooit met politie of justitie in aanraking is geweest, dat zij niet op de hoogte was van de hennepkwekerij en dat zij een groot belang heeft bij het behoud van deze woning. Ontbinding van de huurovereen-komst is dan ook niet gerechtvaardigd, gelet op de gevolgen ervan voor haar en de kinderen.

1.7. In haar brief van 16 maart 2011 heeft Portaal aan (de gemachtigde van) [gedaagde sub 2] mee-gedeeld dat de politie op 21 februari 2011 heeft geconstateerd dat er drie eerdere oogsten zijn geweest, zodat er ook al vóór 20 november 2010, de datum waarop [gedaagde sub 2] stelt de woning te hebben verlaten, een hennepkwekerij actief was. Verder is [gedaagde sub 2] als huurder te allen tijde verantwoordelijk voor wat zich in de woning afspeelt, aldus Portaal.

De vordering en het verweer

2.1. Portaal vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de huurovereenkomst tussen par-tijen te ontbinden en [gedaagden] te veroordelen om het gehuurde met onmiddellijke ingang te ontruimen en ontruimd te houden.

Daarnaast vordert Portaal veroordeling van [gedaagden] om aan haar te betalen:

- € 2.261,78 aan achterstallige huurpenningen over de maanden januari, februari, mei, juni en juli (tot de 28e) 2011;

- € 9.701,61 aan schadevergoeding;

- € 900,- aan direct opeisbare boete wegens overtreding van artikel 8 van de AHv,

met veroordeling van [gedaagden] in de proceskosten.

2.2. Portaal heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagden] tekort zijn geschoten in de nakoming van hun verplichtingen, voortvloeiend uit de huurovereenkomst, door het gehuurde als hennepkwekerij te (laten) gebruiken. Het gaat daarbij zowel om slecht huurderschap, bestaande uit de uit de exploitatie van hennep voortvloeiende gevaarzetting en (eventuele) schade aan het gehuurde, als om de wijziging van de woonbestemming. Portaal heeft er hierbij op gewezen dat de omwonenden door deze hennepkwekerij aan een aanmer-kelijk gevaar zijn blootgesteld, mede gelet op de manier waarop de elektrische installatie was aangelegd, waarbij de verzegeling van hoofdaansluitkast is verbroken en er buiten de elek-triciteitsmeters om elektriciteitskabels zijn aangelegd. Voorts heeft Portaal er op gewezen dat een hennepkwekerij, gelet op de zeer vochtige en warme omstandigheden, schadelijke gevol-gen voor de woning heeft, als ook een negatieve invloed op de woonomgeving. Ten slotte heeft Portaal aangevoerd dat zij als toegelaten instelling, als bedoeld in het Besluit Beheer Sociale Huursector (BBSH), behoort bij te dragen aan de leefbaarheid in buurten en wijken waarin haar woningen zijn gelegen. “Het is dan ook beleid van Portaal om telkens wanneer een hennepkwekerij aangetroffen wordt, ontbinding en ontruiming te vorderen.”, aldus Portaal.

Ter zake de gevorderde schadevergoeding heeft Portaal, onder verwijzing naar artikel 6:104 BW, gesteld dat er zeker drie oogsten zijn geweest, waarmee [gedaagden] een winst van circa € 9.701,61 heeft gemaakt, welk bedrag zij thans als schadevergoeding vordert. In dit kader heeft Portaal verder aangevoerd dat zij schade heeft geleden, maar dat deze schade niet concreet vast staat.

Ten aanzien van de gevorderde boete heeft Portaal aangevoerd dat in artikel 18 van de AHv een direct opeisbare boete van € 30,- is opgenomen voor iedere week of een gedeelte daarvan dat huurders artikel 8 van de AHv overtreden. Uitgaande van drie oogsten en een cyclus voor het kweken van een hennepplant van tien weken zijn huurders dertig weken in overtreding geweest, waarmee de boete € 900,- bedraagt.

2.3. [gedaagden] voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vordering. Op de door partijen ingenomen standpunten wordt voor zover nodig bij de beoordeling verder ingegaan.

De beoordeling

3.1. Ten aanzien van de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en de ont-ruiming van de woning overweegt de kantonrechter als volgt. Bij repliek heeft Portaal een kopie van de brief van 19 juni 2011 van [gedaagden] overgelegd, in welke brief zij de huur-overeenkomst hebben opgezegd. [gedaagden] hebben niet weersproken dat deze brief eerst op 28 juni 2011 bij Portaal is ingekomen. Onder verwijzing naar artikel 15 lid 1 van de AHv, waarin een opzeggingstermijn van een maand is vermeld, is de kantonrechter dan ook van oordeel dat de huurovereenkomst per 28 juli 2011 is geëindigd. Het gegeven dat [gedaagden] de woning reeds op 1 juli 2011 hebben verlaten, maakt voormelde einddatum niet anders.

Gelet hierop heeft Portaal geen belang meer bij een ontbinding van de huurovereenkomst, zodat dit deel van de vordering zal worden afgewezen.

3.2. Dit geldt eveneens voor de gevorderde ontruiming van de woning, aangezien [gedaagden] in hun antwoord hebben aangegeven dat zij de woning (per 1 juli 2011) hebben verlaten, zodat de woning al ontruimd is. Portaal heeft dit ook niet weersproken.

3.3. Wat betreft de huurachterstand is de kantonrechter van oordeel dat, uitgaande van voormelde einddatum, [gedaagden] de huurpenningen tot en met 28 juli 2011 aan Portaal dienen te betalen. Portaal heeft dienaangaande - onweersproken - gesteld dat [gedaagden] de huurpenningen over de maanden januari, februari, mei en juni 2011, als ook over de periode van 1 tot en met 28 juli 2011 onbetaald hebben gelaten. Uitgaande van een maandelijkse huurprijs tot 1 juli 2011 van € 460,19 en vanaf 1 juli 2011 van € 466,13 ziet de betalings-achterstand op een totaalbedrag van € 2.261,78 (€ 1.840,76 + € 421,02). Dit bedrag zal dan ook worden toegewezen.

3.4. Onder verwijzing naar het op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van bevin-dingen van 21 februari 2011 is naar het oordeel van de kantonrechter in voldoende mate komen vast te staan dat er in ieder geval drie eerdere oogsten zijn geweest. Aan de stelling van [gedaagde sub 1] bij antwoord dat hij ‘nooit eerder gekweekt’ heeft, gaat de kantonrechter voor-bij, nu deze stelling ongeloofwaardig is, gelet op de vermelding in het proces-verbaal dat [gedaagde sub 1] heeft verklaard dat hij één maal eerder heeft geoogst.

Portaal heeft onweersproken gesteld dat met één kweek ongeveer tien weken zijn gemoeid. Uitgaande van de hiervoor genoemde drie kweken, heeft Portaal genoegzaam aangetoond dat er in ieder geval gedurende 30 weken een hennepkwekerij ter plaatse aanwezig is geweest. Hieruit volgt derhalve dat Portaal gerechtigd was om [gedaagden] een boete van € 900,- op te leggen. Dit deel van de vordering zal dan ook worden toegewezen.

[gedaagden] hebben aangevoerd dat [gedaagde sub 2] niet op de hoogte was van de hennepkwekerij, zodat zij niet gehouden kan worden om deze boete te betalen. De kantonrechter volgt [gedaagden] hierin niet. [gedaagden] hebben gesteld dat [gedaagde sub 2] de woning in november 2010 heeft verlaten. Uitgaande van voormelde periode van 30 weken, terug te rekenen vanaf 21 fe-bruari 2011, was de hennepkwekerij er ook al vóór november 2010. Hieruit volgt derhalve dat (ook) [gedaagde sub 2] als huurder van de woning kennis had, althans kennis had moeten hebben van deze kwekerij en dat zij hiervoor mede-aansprakelijk is.

3.5. De door Portaal gevorderde schadevergoeding, waarbij zij zich heeft beroepen op artikel 6:104 BW, wijst de kantonrechter af. Hiertoe wordt overwogen dat de kantonrechter ingevolge dit artikel een discretionaire bevoegdheid heeft. In het onderhavige geval is de kantonrechter van oordeel dat het toekennen van een schadevergoeding, waarbij Portaal heeft gewezen op de vermeende, door [gedaagden] behaalde winst, haar niet redelijk voorkomt, nu in onvoldoende mate is komen vast te staan dat [gedaagden] het door Portaal genoemde bedrag aan winst heeft genoten. Portaal heeft dit deel van haar vordering derhalve van een onvoldoende concrete onderbouwing voorzien. Portaal heeft slechts in algemene bewoor-dingen verwezen naar een rapport van het Openbaar Ministerie en vervolgens op basis van de daaruit afgeleide gegevens de winst van [gedaagden] geschat. Dat is in dit geval onvol-doende, omdat uit het feit dat er wellicht drie oogsten zijn geweest van 55 planten en de gestelde afschrijvingskosten niet kan worden afgeleid dat [gedaagden] de door hen in dit concrete geval gedane investeringen reeds geheel hebben terugverdiend en dus winst hebben gemaakt. Daarbij wordt er op gewezen dat de goederen waarmee de hennepkwekerij werd gedreven door de politie in beslag zijn genomen.

3.6. Ten slotte overweegt de kantonrechter dat hetgeen Portaal heeft aangevoerd met betrek-king tot de kosten van de reparatie van de onderhavige woning verder buiten beschouwing kan blijven. De vordering van Portaal ziet daar niet op. Portaal heeft haar vordering bij repliek ook niet uitgebreid tot deze kosten.

3.7. [gedaagden] zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagden] om tegen bewijs van kwijting te betalen aan Portaal:

1. € 2.261,78 ter zake achterstallige huur tot en met 18 juli 2011, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag, telkens vanaf de vervaldata van de respectieve huurtermijnen tot de dag der algehele voldoening;

2. € 900,- ter zake de boete;

veroordeelt [gedaagden] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Portaal, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 674,81, waarin begrepen € 300,- aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.C. Heuveling van Beek, kantonrechter, en is in aanwezig-heid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 7 december 2011.