ECLI:NL:RVS:2017:1138 Raad van State , 26-04-2017 / 201602732/3/R3

Uitspraak

201602732/3/R3.

Datum uitspraak: 26 april 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant A] en [appellant B], wonend te Groningen,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Groningen,

verweerder.

Procesverloop

Bij tussenuitspraak van 9 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2984, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 20 weken na verzending van die uitspraak het gebrek in het besluit van 24 februari 2016 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Noordoosthoek Hoornse Meer" met inachtneming van overweging 15.2 te herstellen.

Bij besluit van 15 februari 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Noordoosthoek Hoornse Meer" vastgesteld.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.

Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

    Overwegingen

Tussenuitspraak

1.    Naar aanleiding van de beroepsgrond van [appellanten] dat het plan leidt tot aantasting van hun privacy en dat zij inkijk in hun woning vrezen, nu die woning grenst aan het plangebied, heeft de Afdeling in de  tussenuitspraak onder 15.2 overwogen dat ter plaatse van de gronden die liggen tegenover de woning van [appellanten] de bestemming "Dienstverlening" is toegekend en dat hiermee het plan ruimte laat voor de aanleg van een weg of parkeervoorzieningen ter plaatse van de gronden die direct tegenover de woning van [appellanten] liggen. Voorts heeft de Afdeling overwogen dat de maximale planologische mogelijkheden in dit kader bepalend zijn en dat de raad dit niet heeft onderkend, zodat het plan is vastgesteld in strijd met de bij het nemen van een besluit te betrachten zorgvuldigheid.

Het besluit van 24 februari 2016

2.    Gelet op hetgeen is overwogen in de tussenuitspraak, is het beroep van [appellanten] tegen het besluit van 24 februari 2016 gegrond. Het besluit van 24 februari 2016 dient wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) te worden vernietigd, voor zover het het plandeel met de bestemming "Dienstverlening" betreft.

Het besluit van 15 februari 2017

3.    Bij de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 20 weken na verzending daarvan het gebrek te herstellen.

4.    Naar aanleiding van de tussenuitspraak heeft de raad bij besluit van 15 februari 2017 het bestemmingsplan "Noordoosthoek Hoornse Meer" vastgesteld. Dit besluit is ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Awb mede onderwerp van het geding.

5.    In het bij besluit van 15 februari 2017 vastgestelde plan heeft de raad aan gronden waarop zich bestaande bosschages bevinden en die direct tegenover de woning van [appellanten] liggen, de bestemming "Groen" toegekend. Aan deze gronden was in het op 24 februari 2016 vastgestelde plan de bestemming "Dienstverlening" toegekend.

6.    Artikel 5, lid 5.1, van de planregels luidt: "De voor ‘groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. bomen en bosschages;

b. groenvoorzieningen en mantelvegetatie;

c. bermen en beplantingen;

d. waterlopen en waterpartijen;

e. additionele voorzieningen, met dien verstande dat wegen, fiets- en voetpaden en parkeervoorzieningen niet zijn toegestaan.

    Lid 5.2.1 van dat artikel van de planregels luidt: "Er zijn wat de bebouwing betreft uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, toegestaan ten behoeve van de in lid 5.1 genoemde doeleinden."

7.    [appellanten] hebben geen zienswijze ingediend over de wijze waarop het gebrek is hersteld.

8.    Gelet op het voorgaande is het beroep tegen het besluit van 15 februari 2017 ongegrond.

Proceskosten

9.     Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het beroep van [appellanten] tegen het besluit van de raad van de gemeente Groningen van 24 februari 2016 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Noordoosthoek Hoornse Meer" gegrond;

II.    vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Groningen van 24 februari 2016 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Noordoosthoek Hoornse Meer" voor zover het het plandeel met de bestemming "Dienstverlening" betreft;

III.    verklaart het beroep van [appellanten] tegen het besluit van de raad van de gemeente Groningen van 15 februari 2017 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Noordoosthoek Hoornse Meer" ongegrond;

IV.    gelast dat de raad van de gemeente Groningen aan [appellanten] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 168,00 (zegge: honderdachtenzestig euro) vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, voorzitter, en mr. Th.C. van Sloten en mr. G.T.J.M. Jurgens, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, griffier.

w.g. Polak    w.g. Lap

voorzitter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 26 april 2017

288.