'Economisch tijdens leven en juridisch na overlijden' blijft boeiende materie


Moeder (M) draagt in 1985 de economische eigendom van een onroerende zaak over aan haar 5 kinderen. In 2002 overlijdt M met achterlating van de 5 kinderen als enige erfgenamen. Thans draagt één van de kinderen zijn onverdeeld aandeel (1/5) in de onroerende zaak over aan de overige 4 erfgenamen. Volgens de 4 kinderen is hierbij géén overdrachtsbelasting verschuldigd omdat hier sprake is van een verdeling van een nalatenschap (artikel 3.1.b WBR). De inspecteur stelt dat sprake is van uitvoering…

Verder lezen