Economische eigendom en recht van opstal


Art 2, lid 2, WBR

Op 11 december 2009 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat artikel 2, lid 2, WBR niet ziet op onzelfstandige delen. De situatie was als volgt. X was samen met zijn vennootschap X bv eigenaar van een perceel grond in de verhouding 95% - 5%. X bv maakte gebruik van het perceel en betaalde daarvoor een vergoeding aan X. X bv heeft in het verleden op het perceel een pand gesticht zonder dat ten behoeve van X bv een recht van opstal werd gevestigd. X bv betaalde geen vergoeding voor de opstal. In 2007 heeft X het onverdeelde eigendom verkregen tegen een vergoeding voor 5% van de waarde van de grond en 100% van de waarde van de opstal.

In geschil was of X overdrachtsbelasting verschuldigd was over 95% van de waarde van de opstal, aangezien, zo stelt de inspecteur, X bv economisch eigenaar van het pand was.

De Hoge Raad heeft evenwel geoordeeld dat:

‘De tekst van artikel 2 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer en het systeem van die wet laten niet toe dat een verkrijging van een samenstel van rechten en verplichtingen met betrekking tot een bestanddeel van een onroerende zaak wordt aangemerkt als de verkrijging van de economische eigendom van dat bestanddeel. Dit kan alleen dan anders zijn indien dat bestanddeel zakenrechtelijk ten opzichte van (de eigendom van) de hoofdzaak is verzelfstandigd door een beperkt recht - in het bijzonder een recht van opstal - of een appartementsrecht. Nu een dergelijke uitzondering zich in het onderhavige geval niet voordoet, heeft de Rechtbank ten onrechte geoordeeld dat mede overdrachtsbelasting verschuldigd is over…

Verder lezen
Terug naar overzicht