Is een bij CAO geregelde vergoeding individueel toegekend?


Samenvatting

X krijgt in 1996 een reiskostenvergoeding van zijn werkgever. Die vergoeding is geregeld in een CAO. Door zijn werkgever is voor de toepassing van het reiskostenforfait de woning van X als arbeidsplaats aangemerkt. In 1993 is bij die werkgever een boekenonderzoek ingesteld. Hierbij is over het feit dat de woning van X is aangemerkt als zijn arbeidsplaats geen opmerking gemaakt. In zijn aangifte inkomstenbelasting over 1996 is X ook uitgegaan van dat standpunt. De inspecteur corrigeert die aangifte omdat het kantoor van zijn werkgever zijn arbeidsplaats zou zijn. X doet een beroep op het vertrouwensbeginsel. Het hof stelt dat bij de boekencontrole geen standpunt is ingenomen met betrekking tot de arbeidsplaats van X. Dat oordeel laat de Hoge Raad in stand. Daarnaast oordeelt het hof dat sprake was van een individueel toegekende kostenvergoeding in de zin van de resolutie BNB 1985/12. Aan de voorwaarden voor de toepassing van die resolutie zou daarom niet zijn voldaan. De Hoge Raad vindt dat oordeel echter niet duidelijk.

Feiten

De Hoge Raad heeft de feiten als volgt weergegeven.

3.1.1 De werkgever van belanghebbende is, naar niet in geschil is ten onrechte, ervan uitgegaan dat voor de toepassing van het reiskostenforfait belanghebbendes werkruimte thuis als zijn arbeidsplaats kon worden aangemerkt, zodat op de in 1996 aan belanghebbende uitgekeerde vergoeding voor de kosten van woon-werkverkeer in het geheel geen loonbelasting/premie volksverzekeringen is ingehouden. Belanghebbende is bij zijn aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen uitgegaan van dezelfde - onjuiste - veronderstelling. In 1993 heeft bij de werkgever, die destijds 35 werknemers in dienst had, een boekenonderzoek plaatsgevonden, waarbij de aangiften…

Verder lezen
Terug naar overzicht