Eén miljoen smartengeld wegens geestelijk letsel (1998.09.2570)


In een geval waarin een miljoen smartengeld werd gevorderd wegens geestelijk letsel als gevolg van onrechtmatig handelen van een bank overwoog de Hoge Raad in het arrest van 2 mei 1997, NJ 1997, 662; JBN 1997, nr 58 dat de stellingen die benadeelden aan hun vordering ter zake van de vergoeding van immateriële schade ten grondslag hebben gelegd in beginsel toewijzing van een dergelijke vordering kunnen dragen, indien zij komen vast te staan.

Tot nu toe liet de Hoge Raad het steeds aan de feitenrechter over of er sprake…

Verder lezen