Een onsje minder
Je hoort het nog wel eens bij de slager of kaasboer: ‘Mag het ook een onsje méér zijn?’. Nooit minder, altijd meer. Het lijkt een beproefde truc van de winkelier om meer omzet te draaien. Want elke klant een onsje meer, dat telt op! Tot luttele kilo’s per dag: ik hoor het u denken.
Het grappige is dat je nooit een klant hoort zeggen: néé, dat vind ik níet goed! Snijdt u het er maar af! We vinden het allemaal wel best. Ja hoor, doe maar… Misschien vragen we zelfs al wat minder om mee te beginnen: je houdt er al rekening mee. En als de snedige snijder toch precies op de 500 gram Oude Leidsche uitkomt en schalks van achter de weegschaal lacht, dan beantwoorden we die beroepstrots met een opgestoken duim.
Doelstellingen – of targets of objectives – ze zijn populair in het openbaar bestuur. Niet alleen in ons vak, maar, als het zo uitkomst, ook in de politiek. En dat is vaak maar goed ook. Het zijn, zoals Winsemius eens zo mooi zei, ‘zaklampjes voor de geest’. Als het goed is, doen ze belangrijke ambities oplichten. Zo van: dáár! Dáár moeten we naar toe! Dát is ons doel; daarmee maken we onze ambities concreet en waar! Zó redden we de koopkracht. Of kinderen van armoede. Of de wereld van overstromingen. En dat is natuurlijk wel wat anders dan een pondje kaas (maar daarom werken we ook zo graag in het publieke domein).
Toch is niet elke doelstelling dezelfde. …