Eerste Kamer akkoord met wetsvoorstel executieveilingen (33484)


De Eerste Kamer heeft op 30 september 2014 het wetsvoorstel om de executoriale veiling van onroerende zaken te verbeteren als hamerstuk afgedaan. Hoewel de datum van inwerkingtreding nog bij Koninklijk Besluit moet worden vastgesteld, streeft de minister van Veiligheid en Justitie naar invoering op 1 januari 2015. Volgens het overgangsrecht blijven de huidige regels gelden als vóór de datum van inwerkingtreding de executie is aangezegd.

Wijzigingen
De executieveiling moet straks worden aangekondigd op een website. De verplichting tot ‘aanplakking’ en publicatie in een lokaal dagblad vervalt. De veilingvoorwaarden moeten ten minste 30 dagen vóór de veiling worden bekendgemaakt (thans is dit slechts 8 dagen).

 De executieveiling mag na inwerkingtreding ook uitsluitend via het internet plaatsvinden.

Als het gaat om een woning mogen straks aan de koper geen andere veilingkosten in rekening worden gebracht dan:
- de overdrachtsbelasting of BTW;
- het honorarium van de notaris;
 - de kosten van het Kadaster, en
- de kosten van ontruiming.
Verder moet vóór de veiling een indicatie worden gegeven van de maximale hoogte van deze kosten.

 Bij woningen gaat straks het risico pas over op de koper bij inschrijving van de gunning.

Binnenkort zal een hypotheekhouder vóór de veiling het huurbeding moeten inroepen als er sprake is van een woning, tenzij er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat:
- de verkoopopbrengst in verhuurde staat hoger is dan in onverhuurde staat;
- de opbrengst voldoende is om alle hypotheekhouders (die zich kunnen beroepen op een huurbeding) te voldoen, of
- niemand aanspraak kan maken op een huurovereenkomst.
Overigens hoeft het huurbeding niet te worden ingeroepen in geval van een onderhandse verkoop.

 Ten aanzien van de bevoegdheid voor de hypotheekhouder om de onroerende zaak onder zich te nemen als bedoeld in art. 3:267 BW wordt binnenkort een machtiging van de voorzieningenrechter verplicht gesteld. Verder kunnen het beheer- en ontruimingsbeding tegen eenieder (tenzij deze een huurder is) die zich in het huis bevindt worden ingeroepen.

 Binnenkort gaat gelden dat zodra een executie van een woning is aangezegd, de eigenaar en de gebruikers ervan verplicht zijn om medewerking te verlenen aan bezichtigingen. De hypotheekhouder hoeft hiervoor dan niet meer per se het beheerbeding in te roepen.

 Straks kan ook een executoriale beslaglegger een onderhandse verkoop verzoeken.

 Tegelijk met een verzoek tot onderhandse verkoop kan een ontruiming worden verzocht.

 Thans is een notaris al bevoegd verlof te vragen voor het inroepen van het huurbeding (art. 549 Rv). Een notaris zal echter straks ook processueel bevoegd zijn ten aanzien van: - een verzoek tot onderhandse verkoop; - een verzoek tot inroeping van het beheer- en ontruimingsbeding; - de goedkeuringsverklaring voor uitbetaling ex art. 3:270 lid 3 BW, en - de verklaring van tenietgaan van hypotheken etc. als bedoeld in art. 3:273 lid 2 BW (overigens geldt bij deze laatste twee verklaringen wél onmiddellijke inwerkingtreding).

Wijziging Rv en BW i.v.m. transparanter en voor breder publiek toegankelijk maken executoriale verkoop onroerende zaken, Gewijzigd voorstel van wet

Verder lezen
Terug naar overzicht