Eerste Kamer stemt in met uitvoering netneutraliteitsverordening


De Eerste Kamer heeft op 11 oktober het wetsvoorstel ‘Wijziging van de Telecommunicatiewet ter uitvoering van de netneutraliteitsverordening’ aangenomen. Dit wetsvoorstel voegt bepalingen toe aan de Telecommunicatiewet waarmee uitvoering wordt gegeven aan de artikelen met betrekking tot open internettoegang uit de netneutraliteitsverordening.

De netneutraliteitsverordening ((EU) 2015/2120) is op 25 november 2015 vastgesteld en is van toepassing met ingang van 30 april 2016. De verordening bevat een regeling van open internettoegang, ofwel netneutraliteit. Artikel 5 van de verordening draagt het toezicht en de handhaving op de netneutraliteitsbepalingen op aan de nationale regelgevende instantie. In het aangenomen wetsvoorstel wordt daarvoor in art. 18.2a Telecommunicatiewet zowel Autoriteit Consument en Markt (ACM) (voor de uitvoering, het toezicht en de handhaving) als de Minister van Economische Zaken (voor het stellen van algemeen verbindende voorschriften ter uitvoering van de verordening) aangewezen.

Bevoegdheden ACM

ACM houdt op dit moment al toezicht op de huidige nationale regels met betrekking tot netneutraliteit. Door de verwijzing naar de netneutraliteitsverordening in art. 15.1, tweede lid, Telecommunicatiewet en art. 15.4, tweede lid, onderdeel a, Telecommunicatiewet, beschikt ACM bij het toezicht en de handhaving van de bepalingen uit de netneutraliteitsverordening ook over de handhavingsbevoegdheden uit hoofdstuk 15 van de Telecommunicatiewet (art. 15.1 tot en met art. 15:17 Telecommunicatiewet). Dit betekent onder meer dat ACM bij overtreding van een bepaling uit de verordening een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete kan opleggen. Ook kan ACM in het uiterste geval bij een herhaaldelijke overtreding van de verplichtingen uit de verordening een aanbieder verbieden zijn diensten nog langer aan te bieden. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan artikel 6 van de netneutraliteitsverordening, waarin is bepaald dat lidstaten moeten voorzien in doeltreffende, evenredige en afschrikwekkende sancties bij inbreuken op de verplichtingen uit de verordening.

In art. 4, vierde lid, van de verordening is bepaald dat bij elke voortdurende of regelmatig voorkomende significante discrepantie tussen de werkelijke prestaties van de internettoegangsdienst ten aanzien van snelheid of andere parameters voor de kwaliteit van de dienstverlening en de prestaties die de aanbieder in zijn contract heeft aangegeven als tekortkoming in de (civielrechtelijke) nakoming moet worden beschouwd, indien de betreffende feiten zijn vastgesteld door een door de nationale regelgevende instantie gecertificeerd toezichtsmechanisme. De aanwijzing van ACM in art. 18.2a van de Telecommunicatiewet in combinatie met het zojuist genoemde art. 4, vierde lid, van de verordening leidt er toe dat ACM bevoegd is om certificaten af te geven ten aanzien van methoden waarmee kan worden vastgesteld of de contractueel toegezegde waarden worden gerealiseerd.

Bronnen:

Kamerstukken I 2015/16, 343 79, A (Wijziging van de Telecommunicatiewet ter uitvoering van de netneutraliteitsverordening)

KST 34379, 3

Eerste Kamer

Verder lezen
Terug naar overzicht