Erfgenamen konden voor onderlinge verhouding afwijken van minnelijke taxatie


M overlijdt op 15 januari 1998. Zijn testament bevat een ouderlijke boedelverdeling. Uit dien hoofde hebben zijn kinderen (K c.s.) een niet-opeisbare geldvordering op hun moeder (V). In verband met de heffing van successierecht hebben de erfgenamen een overeenkomst met de Belastingdienst gesloten tot minnelijke bepaling van de waarde van de 'eigen woning' die M heeft nagelaten. De minnelijke taxatie heeft in mei 1998 plaatsgevonden. Daarbij is de woning op de sterfdatum gewaardeerd op ƒ 1,35 mln. Op…

Verder lezen
Terug naar overzicht