Naar de inhoud

Ervaringen met de gewijzigde Wet voorkeursrecht gemeenten

Samenvatting

De eerste ervaringen in de praktijk met de gewijzigde WVG zijn onderzocht. In dit artikel worden de voor het notariaat relevante conclusies uit dit onderzoek besproken, alsook de Reparatiewet I waarbij de inschrijfbaarheid van koopovereenkomsten wordt uitgesloten (zie JBN 1999, nr 20). Naast enige algemene conclusies komen aan de orde de ontheffingsmogelijkheid (art. 14 WVG); de vrijstellingen op de aanbiedingsplicht voor koopopties (art. 10.2.d WVG) en voor koopovereenkomsten (art. 10.2.e WVG); de formaliteiten waaraan koopopties en koopovereenkomsten moeten voldoen en het onderscheid tussen optie en koopovereenkomst.

Tekst

Inleiding

Met ingang van 17 juli 1996 zijn na wetswijziging de toepassingsmogelijkheden van de Wet voorkeursrecht gemeenten (WVG) aanzienlijk uitgebreid. De wet is niet langer alleen instrument tot verwerving van onroerende zaken in stads- en dorpsvernieuwingsgebieden, maar ook voor alle gemeenten waaraan blijkens nationaal of provinciaal ruimtelijk beleid uitbreidingscapaciteit is toegedacht. De regering vond wetswijziging noodzakelijk om de verstedelijkingstaak in VINEX-locaties beter te kunnen realiseren (VINEX staat voor vierde nota ruimtelijke ordening extra). In haar uitvoering van het ruimtelijk beleid is het van belang dat de gemeente zelf voldoende gronden verkrijgt. De gemeente kan dan immers als eigenaar van de grond zelf bepalen welke planonderdelen, onder welke condities, op welk tijdstip en door welke marktpartijen worden uitgevoerd. Door tijdige verwerving kan de gemeente voorkomen dat grond in handen komt van bijvoorbeeld projectontwikkelaars of speculanten die niet bereid zijn - door het sluiten van een projectovereenkomst met de gemeente - zelf tot realisatie te komen.

De concrete invulling van de wetswijziging was omstreden. De Tweede Kamer heeft daarom de…