Naar de inhoud

Exhibitieplicht ex art. 3:15j BW; een ondergeschoven kindje (2006.12.2244)

De auteur behandelt de exhibitieplicht voor rechtspersonen ex art. 3:15j BW om bepaalde bescheiden te openbaren aan een andere partij.

Geschiedenis

In 2002 is deze plicht in het BW opgenomen. Voorheen stond het in het Wetboek van Koophandel (WvK). Anders dan in het WvK is in art. 3:15j BW geen limitatieve opsomming opgenomen van de gevallen waarin een rechtspersoon een exhibitieplicht kan hebben.

Vergelijking met de exhibitieplicht van art. 843a Rv

Vorderingen ex art. 3:15j BW en 843a Rv kunnen geschieden in en buiten rechte. Toewijzing van het op grond van art. 843a Rv gevorderde geschiedt bij rechtmatig belang, indien de gevraagde gegevens zijn bepaald en indien er betrokkenheid is van de eiser met de rechtsbetrekking waarvan bescheiden worden gevraagd. Toewijzing op grond van art. 3:15j BW geschiedt bij een rechtsreeks en voldoende belang. Art. 843a Rv kan inzage geven op bescheiden die buiten de verplichte administratie vallen.

Art. 3:15j BW geeft recht op inzage in de verplichte administratie (zie daarvoor art 3:15i BW). Het beroep op art. 3:15j BW komt een ieder toe. Beroep op art. 843a Rv komt alleen toe aan degene die partij is bij de rechtsbetrekking waarop de gevraagde bescheiden betrekking hebben.

Rol in het burgerlijk procesrecht

De auteur pleit voor gebruik van art. 3:15j BW, vanwege het niet limitatieve karakter. Bovendien stelt hij dat door een combinatie met de exhibitieplicht van art. 843a Rv de mogelijkheden tot het verkrijgen van inzage in documenten van een andere partij veelvuldig aanwezig zijn.

J.A.C. Veersen

V&O 2006, blz. 6

Wetgeving
Jurisprudentie
Officiële publicaties
Europese regelgeving
Soort nieuwsLiteratuur
Publicatiedatum07-05-2009
Nummer2005/0299