Fictieve verkrijging successierecht ter zake van schenking door niet-inwoner aan niet-erfgenaam


Samenvatting

Belanghebbende ontving in 2004 een schenking van haar oom (erflater) van € 1.317.052. Erflater was in de periode van 1974 tot 11 mei 2004 woonachtig in België. Van 11 mei 2004 tot zijn overlijden op 19 mei 2004 woonde erflater in Nederland bij zijn zuster, de moeder van belanghebbende. Deze zuster is enig erfgenaam. Belanghebbende is aangeslagen in het successierecht waarbij de schenking met toepassing van art. 12 SW 1956 is aangemerkt als te zijn verkregen krachtens erfrecht. Rechtbank Arnhem heeft de inspecteur in het gelijk gesteld. Ook volgens de Hoge Raad is art. 12 SW 1956 naar zijn tekst van toepassing op onderhavige schenking. De wetsgeschiedenis biedt geen aanknopingspunt voor de opvatting dat art. 12 SW 1956 buiten toepassing moet blijven ingeval degene aan wie is geschonken niet tevens als verkrijger krachtens erfrecht is aangewezen. Hetzelfde geldt voor de opvatting dat art. 12 SW 1956 buiten toepassing zou moeten blijven omdat erflater ten tijde van de schenking nog in België woonde.

Feiten

3.1.1. Belanghebbende ontving op 27 april 2004 een schenking van haar oom (hierna: erflater). Erflater was in de periode 23 december 1974 tot 11 mei 2004 woonachtig in België. Vanaf 11 mei 2004 tot zijn overlijden op 19 mei 2004 woonde erflater in Nederland bij zijn zuster, de moeder van belanghebbende. Deze zuster is tot enig erfgenaam benoemd.

3.1.2. De Inspecteur heeft aan belanghebbende een aanslag in het recht van successie opgelegd waarbij hij de schenking met toepassing van artikel 12 van de Successiewet 1956 (hierna: SW) heeft aangemerkt als te…

Verder lezen
Terug naar overzicht