Internationaal en EU-belastingrecht

Internationaal belastingrecht: een introductie

Internationaal belastingrecht regelt de belastingheffing in grensoverschrijdende situaties. Eerst wordt gekeken of heffing naar de nationale regels mogelijk is. Zo ja, dan wordt gekeken naar internationale regelgeving die bepaalt welk land over welke inkomsten of welk vermogen mag heffen. De belangrijkste nationale wetsbepalingen met betrekking tot de belastingheffing over inkomsten en vermogen zijn in dit verband:

  • de bepalingen over woonplaats (inwonerschap) of vestigingsplaats;
  • de bepalingen inzake voorkoming dubbele belasting;
  • de bijzondere informatieplicht in internationale verhoudingen;
  • de buitenlandse belastingplicht voor personen en vennootschappen
  • de emigratiebepalingen voor personen en vennootschappen;
  • de bepalingen over binnenlandse dienstbetrekking en inhoudingsplichtige;
  • de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen.

Supranationale rechtsbronnen

De belangrijkste relevante verdragen met betrekking tot de belastingheffing zijn:

  • het EU-Verdrag tezamen met het Verdrag betreffende de werking van de EU;
  • het EER-Verdrag;
  • de verdragen ter voorkoming van dubbele belasting over inkomsten tussen landen onderling (bilaterale verdragen);
  • de Tax Information Exchange Agreements
  • het Europese arbitrageverdrag.

Nederland heeft zo'n negentig verdragen gesloten inzake voorkoming van dubbele belasting over inkomsten (bijvoorbeeld winst of loon) en vermogen. Het Nederlands belastingverdragennetwerk omvat de verdragen met alle EU-lidstaten (Cyprus uitgezonderd), de Verenigde Staten, Japan, Brazilië, Rusland, India, China, alle OESO-lidstaten en verschillende ontwikkelingslanden. Als Nederland geen belastingverdrag met een betreffend land heeft gesloten, kan de belastingplichtige een beroep doen op de eenzijdige regeling, zijnde het Besluit ter voorkoming van dubbele belasting 2001.

Richtlijnen en verordeningen van de Europese Gemeenschap

De belangrijkste relevante Europese Richtlijnen en verordeningen, gebaseerd op het EU-Verdrag en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met betrekking tot de belastingheffing over winst, inkomsten en vermogen zijn:

  • de Moeder-dochterrichtlijn;
  • de Anti-ontgaansrichtlijn (ATAD, Anti Tax Avoidance Directive);
  • de Fusierichtlijn;
  • de Rente-royaltyrichtlijn;
  • de Spaarrenterichtlijn;
  • de Informatie-uitwisselingsrichtlijn.

En er is ook een btw-richtlijn. Het terrein van de btw is het meest geharmoniseerd van alle belastingmiddelen. Omdat dit een specifieke heffing betreft, wordt de btw-richtlijn doorgaans geschaard onder het onderwerp omzetbelasting

Het Hof van Justitie van de EU is de instantie die toeziet op de toepassing en naleving van de Europese regelgeving. Het oordeel van deze Europese rechter gaat boven dat van de nationale rechter. Nationale rechters kunnen ook voordat zij uitspraak doen vragen stellen aan het Hof van Justitie van de EU over toepassing van het Europese recht als dit van belang is voor hun eindoordeel. Dit zijn de zogenaamde prejudiciële vragen.

De OESO en BEPS

Tegenwoordig is er veel aandacht voor de belastingontwijking door multinationals zoals Starbucks en Google. Deze belastingontwijking vindt plaats door middel van het versmallen van de belastinggrondslag of het ‘boekhoudkundig’ verschuiven van winsten van een land met een hoge belastingdruk naar een land met een lage belastingdruk. Dit wordt aangeduid met ‘BEPS’, Base Erosion and Profit Shifting. De OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) heeft een speciaal anti-BEPS plan opgesteld. Dit is geen echte wetgeving maar ‘soft-law’. Het betreft aanbevelingen om BEPS tegen te gaan. Het wordt door veel landen ondersteund. De EU heeft mede naar aanleiding daarvan wetgeving geïmplementeerd (met name in de vorm van de richtlijn ATAD). Ook heeft de OESO een multilateraal instrument ontwikkeld die het makkelijker moet maken om BEPS-maatregelen in bilaterale verdragen te implementeren.

Jurisprudentie: bekende arresten op internationaal belastinggebied

  • BNB 1978/252 (Zweedse grootmoeder)
  • Hoge Raad 25 maart 1992, 27.694 (vaste inrichting fotomodel)
  • HvJ EG 14 februari 1995, zaak C-279/93 (Schumacker)
  • HvJ EU 12 december 2002, C-385/00 (De Groot)
  • HvJ EG 9 september 2004, zaak C-319/02 (Manninen)
  • HvJ EG 13 december 2005, zaak C-446/03 (Marks & Spencer II)
  • HvJ EG 18 september 2003, zaak C-168/01 (Bosal)
  • HvJ EG 27 november 2008, zaak C-418/07 (Papillon)
  • HvJ EU 18 maart 2010, zaak C-440/08 (Gielen)
  • Persbericht Europese Unie 11 juni 2014 (Starbucks)
  • HvJ EU 1 oktober 2014, C-10/14 (Zaak Miljoen) en 1 oktober 2014, C-17/14 (Société Générale)

Wat biedt Sdu u op het gebied van het Internationale belastingrecht, en meer specifiek het Europese belastingrecht?

We tonen u graag een selectie van de vakinformatie op het gebied van internationaal belastingrecht. Op deze pagina vindt u actuele content die we samen met experts uit de rechtspraktijk creëren.

Internationaal en EU-belastingrecht in de webshop

Naar de webshop

Toegang tot al onze juridische informatie?

    • Neem een dag- of weekabonnement op onze online databank OpMaat
    • Krijg direct toegang tot al onze bronnen en vindt het antwoord op uw zoekvraag
Meer informatie
(- Artikelen)

Uit het archief

Meer artikelen laden