Fiscale staatssteun en vastgoedbeleggingsinstellingen


Staatssteun is een onderwerp dat niet meteen in gedachten komt bij een onderwerp als vastgoedbeleggingsinstellingen. Toch speelt de staatssteunvraag een belangrijke rol. Dit jaar heeft de Europese Commissie, die belast is met het toezicht op staatssteun, een belangrijke beslissing genomen over dit onderwerp. De Finse regering had de Europese Commissie een oordeel gevraagd over een door haar in te voeren fiscale regeling voor vastgoedbeleggingsinstellingen, te weten zogenoemde Real Estate Investment Trusts (‘REITs’). Ik besteed in deze bijdrage aandacht aan deze beschikking en de mogelijke invloed daarvan op de Nederlandse fiscale regimes voor vastgoedbeleggingsinstellingen.

1 Fiscale regimes voor vastgoedbeleggingsinstellingen: neutraliteit

Regimes voor beleggingsinstellingen worden ontworpen om recht te doen aan het beginsel van fiscale neutraliteit. Deze fiscale neutraliteit vereist dat de belastingheffing bij collectieve belegging gelijk dient te zijn aan de heffing die plaatsheeft bij individuele belegging. Immers, additionele belastingheffing zou collectief beleggen zeer onaantrekkelijk maken. In de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) is in de sfeer van de btw ingegaan in op deze fiscale neutraliteit. In Abbey National II overweegt het HvJ EU dat de vrijstelling voor het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen in de zin van art. 11, lid 1, onderdeel h, sub 3, Wet OB 1968 ‘beoogt te garanderen dat het gemeenschappelijke BTW-stelsel fiscaal neutraal is met betrekking tot de keuze tussen rechtstreeks beleggen in effecten en beleggen via gemeenschappelijke beleggingsfondsen’. Deze overweging ziet men voorts terug in J.P. Morgan Fleming Claverhouse, dat eveneens handelde over de vrijstelling voor het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen: 2

‘Deze bepaling beoogt immers te garanderen dat het gemeenschappelijke…

Verder lezen
Terug naar overzicht