Fiscaliteit als spelbreker bij parkmanagement


In de artikelen van Kampherbeek en Van Oostrom is uitgebreid ingegaan op de civielrechtelijke mogelijkheden om parkmanagement vorm te geven. In dit artikel wil ik de fiscale invalshoeken toelichten die bij het opzetten en in stand houden van parkmanagement een rol spelen. Daarbij zal met name ingegaan worden op de omzetbelasting, overdrachtsbelasting en de vennootschapsbelasting. Voorzover ik heb kunnen nagaan is in de Nederlandse fiscale vakliteratuur en fiscale jurisprudentie nog nooit specifiek aandacht besteed aan de fiscale aspecten van parkmanagement. Toch meen ik dat, doorredenerend via normale fiscale wetsystematiek, ik adequate fiscale hypotheses heb kunnen verwoorden die voor parkmanagement van belang zijn.

Verplichtingen zonder financiële tegenprestaties

Van Oostrom schrijft in haar artikel het nodige over het opzetten van vormen van parkmanagement middels overeenkomsten/akten waarin verplichtingen afgesproken worden, waarbij – zonder het verschuldigd worden van enige tegenprestatie – de ene partij een andere partij belooft dingen te doen of dingen na te laten. Fiscaal lijkt dit vrij simpel; zonder betalingsverplichtingen tussen twee partijen kan ik geen fiscale items bedenken die vermeldenswaardig zijn. Als bijvoorbeeld een koper van een kavel grond zou afspreken dat hij een op zijn kavel staande boom niet zal kappen, leidt dit op zich dus niet tot fiscale heffingen. Hoogstens zou bedacht kunnen worden dat, afhankelijk van de afgesproken do’s of don’ts, de waarde en de door de verkoper te realiseren prijs van de te kopen kavel lager (of soms misschien ook hoger) wordt. Deze lagere of hogere waarde vertaalt zich uiteraard wel in een lagere of hogere afdracht van omzet- of overdrachtsbelasting. Een lagere of hogere opbrengst als gevolg van de door de verkoper verlangde…

Verder lezen
Terug naar overzicht