Fiscus wil onderste uit de kan bij actuariële waardering van pensioenverplichtingen (1998.02.3585)


Een dga kan de aanspraak op pensioen (gedeeltelijk) in eigen beheer houden. Bij intern eigen beheer worden geen premies betaald, maar wordt op de balans van de BV een voorziening opgebouwd. Sinds 1 januari 1995 moet de pensioenopbouw plaatsvinden volgens de actuariële methode, waarbij rekening wordt gehouden met de interest en de levens- en sterftekansen van de pensioengerechtigde. Bovendien blijkt de fiscus in de praktijk van mening te zijn dat de lasten moeten worden bepaald volgens het koopsommensysteem. Dit systeem heeft tot gevolg dat de te betalen koopsom jaarlijks hoger wordt. Bovendien wordt de kans dat de dga zijn pensioendatum daadwerkelijk haalt steeds groter.

In vergelijking tot het gelijkblijvende premiesysteem is het koopsommensysteem voor de BV die de pensioenverplichting op zich neemt ongunstiger. In de aanvangsfase zijn de lasten immers lager.

De auteurs wijzen de stelling af dat het koopsommensysteem de enige toegelaten methode is.

F. Krikhaar en M. Vrolijk

Advies nr 10, december 1997 blz. 5;

Verder lezen