Fonds voor gemene rekening: aspecten van inkomsten- en vennootschapsbelasting


In dit themanummer mag een bijdrage over de vennootschapsbelasting- en inkomstenbelastingaspecten van het fonds voor gemene rekening uiteraard niet ontbreken. De reden hiervan is dat bij de invoering van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 deze rechtsfiguur is geïntroduceerd. In deze bijdrage wordt derhalve stilgestaan bij de fiscale aspecten van het fonds voor gemene rekening vanuit een perspectief van inkomsten- en vennootschapsbelasting. Ook wordt een internationaal aspect besproken.

1 Inleiding

Het fonds voor gemene rekening is een beleggingsvehikel. Het is een organisatievorm om een collectief vermogen bijeen te brengen, waarbij dit collectieve vermogen niet zelf als een afzonderlijke rechtspersoon is vormgegeven. Er zijn daarom drie subjecten. In de eerste plaats is er een (vermogens)beheerder die het collectieve vermogen beheert. Daarnaast is er een bewaarder, een rechtspersoon bijvoorbeeld in de vorm van een stichting, die het collectieve vermogen bewaart. Tot slot is er het fonds zelf, dat wil zeggen het collectief bijeengebrachte vermogen. Een belegger die belegt in een fonds voor gemene rekening zal derhalve een overeenkomst sluiten met een beheerder en een bewaarder. Over dat fonds gaat deze bijdrage. Voor de civielrechtelijke vormgeving verwijs ik verder naar de bijdrage van Van der Velden elders in dit themanummer.2

In deze bijdrage sta ik stil bij de fiscale aspecten van het fonds voor gemene rekening vanuit een perspectief van inkomsten- en vennootschapsbelasting. Ik begin met een beschrijving van de historie in onderdeel 2. Vervolgens ga in op het verschil tussen open en besloten fondsen voor gemene rekening in onderdeel 3 en de vraag wanneer bewijzen van deelgerechtigdheid als verhandelbaar worden aangemerkt in onderdeel 4. In onderdeel 5 behandel ik de…

Verder lezen
Terug naar overzicht