A-G: crediteringsmaximum bij inbrengvrijstelling is niet onverbindend (2014.01.3004)


Van Es bespreekt de conclusie van A-G Wattel over de reikwijdte van de inbrengvrijstelling van art. 15 lid 1 onder e WBR. 
In het berechte geval hadden A en B hun aandeel in een vof ingebracht in X BV. Tot het ondernemingsvermogen van de vof behoorden twee onroerende zaken, welke eveneens in X BV werden ingebracht. Voor de overinbreng werden A en B gecrediteerd. Bij de inbreng werd voor de overdrachtsbelasting door de firmanten een beroep gedaan op vrijstelling van art. 15 lid 1 onder e…

Verder lezen
Terug naar overzicht