A-G: kinderen van broers/zusters mochten worden ingedeeld in tariefgroep III


Drie personen (X c.s.) erven in 2001 ieder ƒ 21 mln van hun oom. De inspecteur heeft deze verkrijging belast met successierecht conform tariefgroep III. X c.s. stellen dat deze heffing (ruim ƒ 14 mln per persoon) in strijd is met het discriminatieverbod van artikel 26 IVBPR en artikel 14 EVRM en/of het eigendomsrecht van artikel 1 Eerste Protocol van het EVRM.

Omdat het Hof deze stelling verwerpt (Notafax 2005, nr 62), hebben X c.s. …

Verder lezen