Naar de inhoud

Gasolie bevat niet de juiste hoeveelheid Solvent Yellow waardoor naheffingsaanslag accijns terecht is opgelegd

Samenvatting

Belanghebbende is eigenaresse van een motortankschip. Het schip is een binnenvaartschip dat beschikt over vier bunkertanks ten behoeve van de gasolie voor eigen gebruik. In het voorschip bevinden zich twee bunkertanks, van elk 10 kubieke meter, die onderling zijn verbonden en in het achterschip bevinden zich twee bunkertanks, van elk 43 kubieke meter, die ook onderling zijn verbonden. Naar aanleiding van een controle in het kader van de ‘Actie afromen MO 2014’ heeft de inspecteur aan belanghebbende een naheffingsaanslag accijns opgelegd omdat belanghebbende de herkomst van de in haar bunkertanks aanwezige gasolie, waarvan het Solvent Yellow 124- gehalte niet conform de wettelijke vereisten was, niet kon aantonen. Hierdoor werd zij geacht buiten een accijnsschorsingsregeling een accijnsgoed voorhanden te hebben waarover ten onrechte geen accijns is geheven. De rechtbank oordeelt dat de douaneambtenaren, die de monstername uit de bunkertanks van belanghebbende hebben genomen, bevoegd hebben gehandeld. De verwijzing van belanghebbende naar het Handboek Douane inzake het aantal monsters en de wijze van monsterneming, kan haar niet baten. Het handboek bevat weliswaar richtlijnen, maar daarvan mag blijkens de tekst worden afgeweken. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de gang van zaken tijdens de controle de representativiteit van de monsters voor de inhoud van de bunkertanks heeft aangetast. De stelling van belanghebbende dat de bunkeraar haar andere gasolie heeft geleverd dan gefactureerd heeft zij evenmin aannemelijk gemaakt. Daardoor is zij niet geslaagd in het bewijs van herkomst van de gasolie die in de bunkertanks is aangetroffen en is zij evenmin geslaagd in het bewijs dat over de gasolie accijns is geheven.

(Beroep ongegrond.)

Commentaar

In deze uitspraak wordt door belanghebbende veel…