Geduld is een schone zaak, maar voorkomt geen overdrachtsbelasting


Vader verkoopt de boerderij aan zijn zoon. Hij behoudt zich het zakelijk recht van gebruik en bewoning voor van het woongedeelte van de boerderij. In de notariële akte van levering wordt verzocht om toepassing van de vrijstelling van overdrachtsbelasting bij bedrijfsopvolging (artikel 15 lid 1 letter b WBR). Op een bijlage bij de akte is de verschuldigde overdrachtsbelasting berekend naar de waarde van de blote eigendom van het woongedeelte. De inspecteur stelt de te betalen overdrachtsbelasting op nihil. De notaris wijst de inspecteur een aantal keren op deze onjuistheid en zendt de akte opnieuw naar de inspectie R & S. De inspecteur legt ruim negen maanden later alsnog een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op.

Het Hof verwerpt de stelling dat de zoon erop mocht vertrouwen dat de overdracht van het woongedeelte in de vrijstelling zou zijn begrepen.

De inspecteur is niet verplicht onverwijld tot naheffing over te gaan.

Het moet de zoon duidelijk zijn geweest dat de heffing slechts achterwege is gebleven als gevolg van een gemaakte fout, zeker nu de notaris de inspecteur hierop heeft gewezen. Het enkele tijdsverloop van ruim negen maanden is daarom onvoldoende grond voor een in rechte te beschermen vertrouwen dat geen overdrachtsbelasting zou worden nageheven.

Hof Amsterdam; 28 april 1994; nr 93/1570

Verder lezen