Geen aanslag afvalstoffenheffing voor extra vuilcontainers omdat de daarvoor vereiste bruikleenovereenkomst ontbreekt


Samenvatting

Belanghebbende is sinds 2009 eigenaar en gebruiker van een woning en een perceel. Het perceel was tot 2008 gesplitst in twee WOZ objecten, omdat er verschillende gebruikers waren. Op grond hiervan heeft de gemeente in het verleden twee keer twee (GFT en restafval) containers geplaatst. Deze containers zijn op het perceel blijven staan, ook toen belanghebbende het als een geheel is gaan gebruiken. In 2015 zijn er voor verdere afvalscheiding twee extra containers door de gemeente geplaatst omdat in de administratie van de vuilnisophaaldienst van de gemeente nog steeds twee WOZ-objecten zijn vermeld. Op verzoek van belanghebbende zijn de drie extra containers in oktober 2015 opgehaald. Aan belanghebbende is op 30 oktober 2015 voor het jaar 2015 een aanslag opgelegd voor de drie extra containers. De aanslag is gebaseerd op grond van de bepaling in de tarieventabel waarin staat dat voor het in bruikleen hebben van een extra container een bedrag van € 259,50 moet worden betaald. In geschil is of belanghebbende voor de extra containers kan worden aangeslagen. De rechtbank overweegt dat ter zitting is vastgesteld dat tussen partijen voor de extra containers geen overeenkomst van bruikleen is gesloten. Anders dan de gemeente stelt is de rechtbank van oordeel dat het containerpakket niet is verbonden aan het perceel maar aan de gebruiker. Het ontbreken van een bruikleenovereenkomst betekent dat de aanslag ten onrechte is opgelegd. De rechtbank overweegt in aanvulling nog dat de aanslag moet worden beschouwd als een navorderingsaanslag, aangezien de aanslag alleen ziet op de vermeerdering van de belasting op grond van de genoemde bepaling in de tarieventabel, maar dat het hiervoor een nieuw feit is vereist. De…

Verder lezen
Terug naar overzicht