Geen bewijskracht aan koopovereenkomst toegekend


Samenvatting

In 1994 heeft X bv, belanghebbende, onroerende zaken verkocht voor f 805.000. De winst werd toegevoegd aan een vervangingsreserve. Bij notariële akte van mei 1999 zijn de aandelen in belanghebbende door de aandeelhouder geleverd aan H bv, vertegenwoordigd door de heer A. Op de overnamebalans van belanghebbende komen geen onroerende zaken voor. Op 25 april 2000 worden door I bv aan belanghebbende onroerende zaken geleverd, waarvan de koopsom in totaal f 900.000 bedraagt. Volgens de akten van levering heeft de koop bij overeenkomsten van december 1998 plaatsgehad. De koopovereenkomsten zijn namens verkoper en koper ondertekend door A en met de pen op december 1998 gedateerd. Het geschil betreft de vraag of, in verband met de vierjaarstermijn in art. 14, lid 2, Wet IB 1964, de onroerende zaken in 1998 zijn gekocht. Hof Den Bosch (NTFR 2006/778) heeft overwogen dat A bij de koopovereenkomsten zowel als vertegenwoordiger van de verkoper als van de koper is opgetreden. Deze overeenkomsten zijn niet geregistreerd. Het hof heeft niet aannemelijk geacht dat de overeenkomsten in 1998 tot stand zijn gekomen.

De Hoge Raad heeft het ingestelde cassatieberoep ongegrond verklaard onder verwijzing naar art. 81 Wet RO.

Verder lezen
Terug naar overzicht