Geen buitenlandse belastingplicht voor onder het pre-Brede-Herwaarderingsregime gebleven kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule


Samenvatting

Belanghebbende woont sinds 1998 in België. Hij heeft voor 15 oktober 1990 een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule afgesloten (pre-Brede-Herwaarderingspolis), waarvan de lijfrentepremies ten laste van het Nederlandse inkomen zijn gebracht. Met ingang van 2004 ontvangt belanghebbende jaarlijks een uitkering uit de polis. In geschil is of de uitkering tot het in Nederland belastbare inkomen behoort.

Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een situatie als genoemd in art. I, onderdeel O, lid 1, onderdeel a, IW IB 2001, zodat de regels blijven gelden uit de Wet IB 1964, zoals deze van toepassing waren op 31 december 2000. Op grond van art. 75 Wet IB 1964 blijven de regels die voor polissen golden op 31 december 1991 van kracht op de onderhavige pré-Brede-herwaarderingspolis. Nu privaatrechtelijke periodieke uitkeringen volgens die regels niet tot het inkomen van een buitenlands belastingplichtige behoorden, is belastingheffing in Nederland over de ontvangen uitkering dan ook niet mogelijk.

(Beroep gegrond.)

Commentaar

De casus heeft geen toelichting nodig; het overgangsrecht en de parlementaire geschiedenis misschien wel.

Tot 1 januari 1992 werden kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule op grond van een wetsfictie beschouwd en behandeld als lijfrenten (zie art. 25, lid 3, aanhef en onderdeel a [tekst 1991], Wet IB 1964). Een dergelijke verzekering valt feitelijk in twee delen uiteen: de opbouw- en de uitkeringsfase. In deze laatste fase is sprake van een zuivere lijfrente. In de opbouwfase (in ieder geval actuarieel) is er een kapitaalverzekering, maar wel een met een bijzonder beding: de lijfrenteclausule. Partijen kunnen deze clausule…

Verder lezen
Terug naar overzicht