Geen cassatie tegen oordeel dat levering schip kwalificeert als overdracht algemeenheid van goederen


Samenvatting

De staatssecretaris van Financiën deelt mede geen beroep in cassatie in te stellen tegen Hof Den Haag 23 oktober 2009, nr. 08/00402, NTFR 2010/551. Het hof oordeelde in die uitspraak dat de levering van een binnenschip ‘met het zich aan boord bevindende scheepstoebehoren', een overdracht van een algemeenheid van goederen is in de zin van art. 31 Wet OB 1968. Ter zake van de transactie is derhalve geen omzetbelasting verschuldigd. Dat in verband met deze transactie geen lopende contracten zijn overgedragen of zijn overgegaan maakt dit niet anders. Nu geen omzetbelasting is verschuldigd, komt daarmee de grondslag aan de berekende heffingsrente te ontvallen. Ook de boete dient te vervallen.

De staatssecretaris merkt ter toelichting op dat reeds op basis van een goedkeuring (resolutie van 3 december 1973, nr. B73/21 444, (OB-btw 449)) overdrachten van binnenvaartschepen door de ene binnenvaartschipper aan de andere binnenvaartschipper onder voorwaarden onder de toepassing van art. 31 Wet OB 1968 kunnen vallen. Hoewel die goedkeuring blijkens de tekst slechts ziet op overdrachten tussen binnenvaartschippers/natuurlijke personen, moet het beleid op basis van het neutraliteitsbeginsel ook gelden voor overdrachten van een binnenvaartschipper/natuurlijk persoon aan een bv, zoals in het onderhavige geval. Wat er derhalve ook zij van het oordeel van het hof inzake de (verplichte) toepassing van art. 31 Wet OB 1968, de staatssecretaris acht het niet gewenst om cassatie in te stellen op dit punt.

Commentaar

Zie mijn commentaar onder Hof den Haag 23 oktober 2009, nr. 08/00402, NTFR 2010/551.

Verder lezen
Terug naar overzicht