Geen gefacilieerde bedrijfsopvolging door houdstermaatschappijen (1996.23.3205)


A en B hebben aandelen in X BV en in Y BV. In het kader van een bedrijfsopvolging richten zij ieder een holding op, die op hun beurt een tussenholding (T BV) oprichten. De overige aandeelhouders in X BV en Y BV verkopen hun aandelen aan T BV. Teneinde een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting mogelijk te maken dragen A en B hun rechtstreeks gehouden belang ook over aan T BV.

Ter zake van deze overdracht doen zij een beroep op de gefacilieerde aandelenruil bij bedrijfsopvolging (art…

Verder lezen