Geen grondslag voor heffing extra heffing bij einde ondernemerschap dga voor de btw (2013.05.3001)


Vroon bespreekt de uitspraak van de Hoge Raad betreffende de gevolgen van het Van der Steen-arrest voor bestaande situaties. 
In casu was X directeur-grootaandeelhouder van een BV. Voor de btw werd hij op grond van HR 26 april 2002 (FBN 2002, nr. 44) aangemerkt als ondernemer. Vanaf deze datum vormde X samen met zijn BV een fiscale eenheid voor de btw. X heeft in 2006 een woonboerderij laten verbouwen. Na de verbouwing werd de boerderij voor 40% voor bedrijfsdoeleinden gebruikt. …

Verder lezen
Terug naar overzicht