Geen huurbescherming voor tekortkomende koper


Art 6:215 en 7:232 BW

Indien een verkoper zo vriendelijk is geweest om vooruitlopende op de levering een koper reeds in het pand toe te laten en vervolgens de levering onverhoopt niet doorgaat, komt die koper geen recht op huurbescherming toe. Zo blijkt uit een uitspraak van het Hof Leeuwarden. Het hof oordeelt dat het koopelement prevaleert.

De casus was als volgt.

A verkoopt zijn woning aan B. Vooruitlopend op de levering mag B reeds in de woning en betaalt B een maandelijks bedrag aan A voor dat gebruik. Later wordt de koop ontbonden omdat B nimmer heeft voldaan aan zijn plicht om 10% zekerheid te verschaffen voor de nakoming van de plichten uit de koopovereenkomst. A start ook een ontruimingsprocedure omdat B de woning niet wenst te verlaten en zich op huurbescherming beroept. Zowel de rechtbank als (nadien in hoger beroep) het hof oordelen dat B geen recht heeft op huurbescherming. Het hof oordeelt dat indien al moet worden geoordeeld dat de koopovereenkomst ook elementen van een huurovereenkomst bevat, sprake is van een gemengde overeenkomst als bedoeld in art. 6:215 BW, waarbij volgens het Hof het koopelement prevaleert. Tevens wordt toegelicht dat het huurelement slechts ter compensatie van de uitgestelde overdracht strekte. Het hof oordeelt ook dat indien het voorgaande niet reeds een beroep op huurbescherming blokkeert, dan ook nog geldt dat dit als een eventuele huurovereenkomst moet worden aangemerkt die naar zijn aard van korte duur is, derhalve een huur als bedoeld in art. 7:232, lid 2, BW en dat de huurbescherming niet geldt bij dat korte duur huurregime. Last but…

Verder lezen
Terug naar overzicht