Geen naheffing LB als het voor navordering van IB vereiste ‘nieuwe feit’ ontbreekt


Samenvatting

Belanghebbende (bv) houdt zich bezig met beheeractiviteiten en het verrichten van advieswerkzaamheden. In 1992 en 1993 is overeengekomen dat het salaris van de dga niet in die jaren wordt uitbetaald, maar wordt gereserveerd om in 2000 en 2001 te worden uitbetaald. Er wordt afgesproken dat geen rente verschuldigd is. Op de balans is hiervoor een passiefpost opgenomen. In 2000 en 2001 wordt de uitbetaling opnieuw uitgesteld, waardoor belanghebbende geen loonbelasting inhoudt en de dga het salaris niet opneemt in de aangifte IB/PVV. In tegenstelling tot Rechtbank Haarlem oordeelt het hof dat de inspecteur bij het opleggen van aanslagen IB/PVV 2000 en 2001 bij de dga beschikte over het hele dossier van belanghebbende, waarvan de beslissing tot uitstel van het salaris deel uitmaakte. Het niet raadplegen van dit dossier is een ambtelijk verzuim dat aan navordering in de weg staat. Het ontbreken van een voor het navorderen vereiste nieuw feit kan niet worden hersteld door het opleggen van een naheffingsaanslag bij belanghebbende. Navorderen is dan slechts mogelijk indien de dga te kwader trouw was. Het hof acht de door de inspecteur aangevoerde feiten en omstandigheden niet voldoende voor het aannemen van kwade trouw bij de dga.

(Hoger beroep gegrond.)

Commentaar

Bij de processtukken in de onderhavige zaak zit een intern e-mailbericht van de Belastingdienst. De tekst daarvan luidt als volgt:

'Zoals ik nu kan beoordelen is dit geen casus die zich leent voor een strafrechtelijke aanpak: het strafrechtelijk bewijs, dat de opzet er op was gericht een te lage aangifte loonbelasting te doen, valt niet te leveren: door de dubbelrollen van de heer (X…

Verder lezen
Terug naar overzicht