Geen omzetbelasting over inschrijfgeld bij woningstichting


Samenvatting

Belanghebbende, een woningstichting, heeft inschrijfgeld ontvangen van woningzoekenden. De inspecteur is van mening dat de inschrijving en de daarop volgende selectie door de woningstichting een afzonderlijke dienst vormen waarover omzetbelasting verschuldigd is.

Rechtbank Leeuwarden (NTFR 2008/2188) overweegt dat de betalingen zijn verricht met het uiteindelijke doel een woning te huren. De inschrijving moet worden beschouwd als een nevenprestatie die het fiscale regime van de hoofdprestatie volgt. Het inschrijfgeld moet daarom worden aangemerkt als een onderdeel van de huur en is uit dien hoofde vrijgesteld, aldus de rechtbank.

Hof Leeuwarden volgt de rechtbank en verwijst onder andere naar HR 20 februari 2009, nr. 43.037, NTFR 2009/525. De inspecteur heeft in hoger beroep nog aangevoerd dat de inschrijfdiensten niet tot doel hebben een vrijgestelde prestatie extra aantrekkelijk te maken, zodat de inschrijfdienst en de verhuur niet als één prestatie kunnen worden aangemerkt. Volgens het hof volgt uit vaste rechtspraak van het Hof van Justitie EG dat ook gesproken kan worden van één enkele prestatie wanneer twee of meer elementen of handelingen die de belastingplichtige levert of verricht zo nauw met elkaar zijn verbonden dat zij objectief gezien één enkele ondeelbare economische prestatie vormen waarvan splitsing kunstmatig zou zijn. Dat op verschillende tijdstippen afzonderlijke vergoedingen worden betaald, acht het hof niet van belang. Het gegeven dat op grond van vaste rechtspraak van het Hof van Justitie EG de verhuurvrijstelling strikt moet worden uitgelegd, leidt evenmin tot een ander oordeel. Ook de omstandigheid dat een (groot) aantal inschrijvingen niet leidt tot het sluiten van een huurovereenkomst, doet volgens het hof niet ter zake.

(Hoger beroep ongegrond…

Verder lezen
Terug naar overzicht